Recensie

Recensie

Deze klassieker voorspelt hoe het VK zich maatschappelijk aan het afbreken is

Jonathan Swift De reizen van Gulliver, de klassieker uit 1726, is dankzij de Brexit nog actueel. Wie het nu leest, aanschouwt Gulliver als ramptoerist van de maatschappelijke afbraak van het Verenigd Koninkrijk.

Advertentie voor een Londense garenfabriek, circa 1880.
Advertentie voor een Londense garenfabriek, circa 1880. Illustratie Transcendental Graphics/Getty Images

‘Het gaat niet om left or right, maar om right and wrong”, zei Nigel Farage in zijn campagne voor de Brexit Party, vlak voor de Europese verkiezingen. Stel dat de Britse politicus net als Gulliver in Jonathan Swifts klassieker De reizen van Gulliver terecht zou komen in het land van de eerbiedwaardige paarden, de Houyhnhnms, dan zou hij hard zijn uitgelachen. Het is in dit land dat Gulliver tijdens zijn vierde reis leert dat er Ratio is. De leider van de Houyhnhnms kan niet geloven dat er een wereld is waar geloof, ongeloof, liegen en valse uitspraken bestaan. ‘Het gebruik van taal was bedoeld om elkaar te begrijpen en van feiten op de hoogte te worden gesteld; als nu iemand het ding zei dat niet was, werd dit doel teniet gedaan omdat men immers in dat geval een ander niet goed begrijpt en zelfs zo ver verwijderd is van het ontvangen van informatie dat men erger dan onwetend is.’

De reizen van Gulliver uit 1726, dat nu opnieuw in de Perpetua-reeks van Athenaeum – Polak & Van Gennep is uitgegeven, is een van de meest tijdloze boeken uit de wereldliteratuur en nog steeds populair. Het heeft ons inhoudelijk ook nog steeds veel te zeggen. Op zichzelf is dat opmerkelijk voor een verhaal dat in vier delen uiteenvalt, en waarin elk van die delen een andere wonderbaarlijke reis beschrijft. Het bekendste is het eerste deel, waarin Gulliver op het eiland Lilliput terechtkomt, waar hij door de kleine mensen met wantrouwen en geweld wordt ontvangen, wat hem wel verbaast, maar niet verontrust. Hij is sterk genoeg en neemt de tijd om het vertrouwen te winnen.

De tweede reis brengt hem naar een eiland dat in vele opzichten tegengesteld is aan Lilliput: de bewoners zijn er gigantisch (zij het al even menselijk als de Lilliputters en ook als gulden middenweg Gulliver zelf). De reuzen hebben een goed hart, en een zuivere moraal en lachen hard om de lyrische beschrijvingen die Gulliver van zijn thuisland geeft.

De moraal van de dieren

De laatste twee delen zijn wat minder bekend – maar het venijn zit in de staart. Deel 3 beschrijft een reis naar het oosten (waar veel zinloze wetenschap wordt bedreven) en het slotdeel gaat over een reis naar een eiland ergens boven Noord-Amerika, waar de beschaafde Houyhnhnms zich proberen te verhouden tot de Yahoos – domme, menselijke figuren. Alweer vertegenwoordigt Gulliver de middenweg – al kiest die na zijn laatste thuisreis toch voor de moraal van de dieren.

Ondanks de tijdloosheid van het verhaal, liggen momenteel de historische parallellen met het Verenigd Koninkrijk voor het oprapen, en zijn ze nog geestig ook in Swifts verhaal. Zo is er op Lilliput een enorm conflict over de kwestie welke kant van het ei je breken moet om te beginnen met pellen, een ‘buitengewoon hardnekkige oorlog’ die ‘al zesendertig manen’ duurt. Er zijn 11.000 mensen omgebracht omdat ze weigerden het ei aan de spitste kant te breken, en ‘de boeken van de Stompeinders zijn lang verboden geweest en de hele partij is bij wet het recht op werk ontzegd’. De meningen staan lijnrecht tegenover elkaar, verzoening of compromis is niet mogelijk (het is immers óf de ene, óf de andere kant van het ei die je stuk tikt). En dan is er ook nog een hevige strijd tussen hoge en lage hakken…

Lees ook het interview met schrijfster Ali Smith over de Brexit: ‘De tijd maakt politiek nietig’

Swift persifleerde hiermee indertijd de eeuwige impasse tussen Whigs en Tories, en ook de strijd tussen katholieken en protestanten. Maar het is moeilijk om niet aan recente ontwikkelingen te denken, en het afgelopen jaar waren commentatoren in het Verenigd Koninkrijk er dan ook als de kippen bij om erop te wijzen dat deze discussie inhoudelijk misschien niet lijkt op de debatten over de Brexit, maar dan toch op dezelfde manier wordt gevoerd. ‘Remainers’ en ‘Leavers’ discussiëren al geruime tijd even oeverloos en ook zonder maar een moment serieus een compromis te overwegen. Sterker nog: de extremen worden alleen maar groter.

Nu is het al dan niet deel uitmaken van de Europese Unie een keuze met grotere consequenties dan de keuze aan welke kant je een eitje open tikt. In het Verenigd Koninkrijk proberen beide kampen Swift naar zichzelf toe te redeneren – maar wie dat doet, ziet over het hoofd dat Swift geen Brit was. Hij was een geboren Dubliner (uit Engelse ouders), en dat leverde hem een buitenstaandersblik op – maar wel eentje met inhoudelijke kennis. Nee, Swift kiest niet voor de stompe of de scherpe kant van een eitje, maar het proces van politieke besluitvorming gaat des te genadelozer op de schop.

Weerzinwekkend ongedierte

Swift gebruikt de verhaalvorm van de reis om een ander perspectief te bieden op zijn eigen maatschappij. Het boek gaat natuurlijk niet over reizen, en ook niet over andere werelden. De reis gaat niet verder dan van Ierland naar Engeland, en niet naar andere werelden, maar langs andere perspectieven op de Engelse samenleving.

Niet alleen worden de gebeurtenissen steeds extremer, maar, en belangrijker: van die extremere situaties raakt hij steeds minder overstuur.

In dat veranderende perspectief schuilt de ware betekenis van het boek. Niet alleen worden de gebeurtenissen steeds extremer (eerst lijdt hij schipbreuk, later wordt hij aangevallen door eilanders, en uiteindelijk door zijn eigen mensen), maar, en belangrijker: van die extremere situaties raakt hij steeds minder overstuur. Is Gulliver aanvankelijk nog uitgesproken verbaasd over het geweld dat de Lilliputters tegenover hem tentoonspreiden, in het vierde deel beschouwt hij de agressie van de Yahoos al als een gegeven.

Daarmee worden de reizen steeds grotesker, maar paradoxaal genoeg niet per se minder realistisch. Woedend is Gulliver aanvankelijk wanneer de koning der reuzen zijn ‘nobele land, de Meesteres der Kunsten en Wapenen, de Gesel van Frankrijk, de Arbiter van Europa, de Zetel van Deugdzaamheid, Vroomheid, Eer en Waarheid, de Trots en het Onderwerp van Jaloezie van de Wereld, met zoveel minachting hoorde behandelen’. De koning kan ‘slechts concluderen dat de overgrote meerderheid van [Gullivers] landgenoten het schadelijkste ras van een klein weerzinwekkend ongedierte is dat ooit van de Natuur op het oppervlak van de aarde heeft mogen rondkruipen’. Het is het moeilijk om in Gullivers verontwaardigde verbazing niet een parallel te zien met de manier waarop de Britten zich in Brussel staande proberen te houden.

De fantasie die Swift losliet op de menselijke verhoudingen blijkt een adequate voorspeller te zijn van de manier waarop het Verenigd Koninkrijk zich maatschappelijk aan het afbreken is. Gulliver is een ‘accidental tourist’ die het allemaal van een afstandje bekijkt. Niet zonder zorg, maar dat is begrijpelijk. Zo makkelijk heeft de wereld het niet gemaakt voor wie er een eenvoudige moraal op wil nahouden.