Opinie

Laat China niet cashen met ‘kruiderij’

China’s promotie van de eigen ‘traditionele’ geneeskunst dient vooral een commercieel doel, schrijven bestuursleden van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. ‘Het is onbegrijpelijk dat Nederland zich niet lijkt te verzetten.’

Foto iStock

Het economisch expansionisme van China beperkt zich niet tot de levering van 5G internet en de aankoop van bedrijven, havens en vliegvelden.

Vanaf 20 mei komt de Assemblee van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor de 72ste maal in Genève bijeen. Een van de voorstellen die op tafel ligt, na een lange lobby van China, is de opneming van de categorie ‘traditionele diagnosen’ in de International Classification of Diseases (ICD). De ICD, die wordt beheerd door de WHO, is uiterst belangrijk voor de registratie van ziekten en vormt tevens de basis voor nationale gezondheidsstatistieken. In veel landen worden het gezondheidsbudget en vergoedingen volledig gebaseerd op de classificaties in de ICD.

Een verdoofde kleine teen

Te midden van classificaties van allerlei erkende ziektebeelden maakt de toevoeging van traditionele ziektebeelden, te beginnen met die uit China, Korea en Japan, een vreemde indruk. Er zijn zelfs plannen om in de toekomst ook traditionele behandelingen toe te voegen aan de classificaties. Een voorbeeld van de traditionele ziektebeelden, die straks in die elfde ICD-versie kunnen worden ingevoerd, is het blaasmeridiaansyndroom, gekenmerkt door hevige hoofdpijn, nek- en lage rugpijn, overmatige tranenvloed, verstopte neus en een verdoofde kleine teen. Bij traditionele behandelingen moet gedacht worden aan acupunctuur, moxabranden, kruidenmengsels en ‘geneesmiddelen’ als berengal, otterlevers, neushoornpoeder en maaginhoud van tijgers.

Met deze overval in de WHO bereikt de politieke status van de Chinese geneeskunde een ongekende opleving in de wereld. De Chinese overheid en ook veel kwakzalvers in onze regio mogen graag spreken van traditionele Chinese geneeskunde (TCM), een klassiek voorbeeld van een ‘invented tradition’: een recente uitvinding wordt opgepoetst door hem te framen als voortkomend uit een oude traditie.

De westerse geneeskunde is pas laat tot China doorgedrongen, mede door het confucianistische verbod op lijkopening, waardoor anatomische kennis lange tijd onbekend was. In het boek Geneeskunde in China (1969) van Huard en Wong wordt beschreven hoe twee Chinese artsen eind 19de eeuw een obductie door een arts van de Royal Navy mochten bijwonen, waarop zij zeiden: ‘Wij zijn onder de indruk van Uw grote vriendelijkheid, maar wij moeten bekennen dat alles wat wij zojuist aanschouwd hebben volkomen in strijd is met de leer van onze boeken’.

Inspectie van de tong

Begin 20ste eeuw komt er steeds meer westerse medische kennis China binnen en ontstaan er medische scholen waarin geen plaats meer was voor de primitieve Chinese geneeskunde. De traditionele ‘diagnosen’ werden gesteld door inspectie van het lichaam, tong en het beoordelen van de polsslag aan de armen op twaalf kenmerken. Laboratoriumonderzoek en microscopie waren onbekend.

De successen van de westerse geneeskunde gaven de doorslag: kinine tegen malaria, chloroform om operaties mogelijk te maken en antibacteriële geneesmiddelen. Ook bij de bestrijding van een grote epidemie van builenpest in Mantsjoerije (1911), die vele tienduizenden slachtoffers eiste, moesten de Chinese artsen traditionele praktijken loslaten om de epidemie uiteindelijk te kunnen bedwingen.

Blotenvoetendokters

Halverwege de vorige eeuw was de ‘TCM’ verregaand gemarginaliseerd. Acupunctuur kwam eigenlijk nauwelijks meer voor. Dat veranderde toen in 1949 Mao Zedong aan de macht kwam en herinvoering van ‘traditionele Chinese geneeskunst’ bewerkstelligde, vooral uit te voeren door de zogenaamde ‘blotevoetendokters’, die niet veel meer konden doen dan acupunctuur en kruidenmengsels uitproberen.

Mao begon de ‘TCM’ te bewieroken als nationale trots en noemde het een juweel, dat evenveel waard was als die imperialistische westerse geneeskunde. De huidige president Xi Jinping laat zich op dezelfde wijze uit, hoewel hij vermoedelijk – net zomin als Mao – gebruik maakt van die primitieve ‘TCM’.

Erkenning moet export impuls geven

Binnen de WHO is China’s positie zeer sterk en met steun van ontwikkelingslanden wordt aan de traditionele geneeskunde, voorlopig alleen die van China, grote waarde toegekend. Hier spelen niet alleen nationalistische sentimenten een rol, maar zeer duidelijk ook economische overwegingen: deze internationale ‘erkenning’ moet een grote impuls geven aan traditionele Chinese geneesmiddelen als exportproduct.

Alleen al de Chinese export van medicinale kruiden vertegenwoordigde in 2017 een waarde van 295 miljoen euro. Xi Jinping laat daarover geen onduidelijkheid bestaan en wees er zijn landgenote Margaret Chan, de voormalige directeur-generaal van de WHO, herhaaldelijk op hoe belangrijk de rol van de WHO bij de wereldwijde acceptatie en verkoop van Chinese kruiderij kon zijn – en hij vond gehoor.

Verzet vanuit het Westen ontbreekt

De toevoeging van ‘traditionele Chinese geneeskunde’ aan de ICD is voor China een belangrijke stap. Het is onbegrijpelijk dat de westerse landen inclusief Nederland deze statusverhoging van die mythologische ‘TCM’ toestaan en geen enkel verzet lijken aan te tekenen tegen deze opwaardering van een archaïsche geneeskunde waarvan China zichzelf al honderd jaar geleden had verlost.

Wij roepen de Nederlandse vertegenwoordiging in Genève op om eind mei de stem van de wetenschap te laten klinken en niet mee te gaan in het machtsspel van China. De ICD is een nuttig epidemiologisch instrument en meer dan honderd jaar in gebruik. Medisch-wetenschappelijke argumenten dienen het beleid te bepalen en niet overwegingen van politiek-economische aard, die vooral China’s belangen dienen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.