Klokkenluider bij SBM wil zijn naam zuiveren

Smeergeldaffaire De zittend topman van een beursgenoteerd bedrijf in de rechtbank, dat gebeurt maar zelden. Vrijdag wordt SBM-chef Bruno Chabas gehoord.

Het productiefplatform Cidade de Paraty voor de Braziliaanse kust. Het is eigendom van onder meer SBM.
Het productiefplatform Cidade de Paraty voor de Braziliaanse kust. Het is eigendom van onder meer SBM. Foto SBM Offshore

„We willen ons nu verder op de wereld van vandaag richten, niet op de wereld van gisteren”, sprak commissaris Erik Lagendijk van SBM Offshore in 2016. Om beleggers een jaar later op het hart te drukken „dat Taylor niet meer relevant is voor ons”. Het bedrijf was wel klaar met de in 2012 vertrokken medewerker, die door het bedrijf als „afperser” wordt beschouwd.

Daar dacht Jonathan Taylor, oud-jurist bij SBM, anders over. Al jaren is hij in een juridisch gevecht verwikkeld met zijn voormalig werkgever. Taylor ziet zichzelf als klokkenluider in een grote smeergeldaffaire. Vrijdag staan ze opnieuw tegenover elkaar in de Haarlemse rechtbank.

Deze keer moet ook SBM-topman Bruno Chabas onder ede getuigen. Het komt in Nederland zelden voor dat de zittend topman van een beursgenoteerde onderneming in de rechtbank wordt gehoord.

Wat is er aan de hand? SBM, bouwer van maritieme productieplatforms voor de olie-industrie, betaalde tussen 1996 en 2011 steekpenningen in ruil voor opdrachten, onder meer in Brazilië. Nadat dit in 2012 was uitgekomen, trof het bedrijf voor ruim een half miljard dollar aan schikkingen met Nederlandse, Amerikaanse en Braziliaanse autoriteiten.

SBM mocht hierna jarenlang niet meedoen met aanbestedingen in Brazilië. Een forse klap voor de onderneming, want ze behaalde er ruim de helft van haar omzet. Door te schikken dacht het bedrijf het hoofdstuk fraude te kunnen sluiten.

Dat was buiten Taylor gerekend. De jurist was onderdeel van het team dat met de begin 2012 aangetreden compliance officer Sietze Hepkema onderzoek deed naar de zaak. Al vrij snel botsten beide mannen. Taylor vond dat Hepkema en de SBM-top belangrijke informatie achterhielden. Het bedrijf was volgens hem bezig met een „cover-up” en „misleiding van de markt”. Hij wilde niet meedoen aan deze „doofpot”.

De breuk bleek niet te lijmen en Taylor vertrok in de zomer van 2012 met een vergoeding van ruim twee ton. Negen maanden later meldde hij zich opnieuw. De Brit wilde meer geld omdat hij door de affaire niet meer aan het werk kwam. SBM weigerde te betalen en verweet de jurist chantage.

Dat werd het begin van een juridisch gevecht. Geluidstapes van Hepkema, heimelijk door Taylor gemaakt, doken op. Ook bleek de Brit belangrijke documenten uit het dossier te hebben gekopieerd en meegenomen bij vertrek. SBM diende daarop een klacht in tegen de „verdachtmakingen” door Taylor. Die trok het bedrijf in 2016 weer in, naar eigen zeggen om de zaak te laten rusten.

Miljoenenvergoeding

Taylor denkt daar anders over. Hij wil zijn naam „gezuiverd” zien en een miljoenenvergoeding. Om de procedure daarvoor te laten slagen, wil hij nu verklaringen van topman Chabas en Hepkema – inmiddels commissaris bij SBM – die zijn verhaal ondersteunen. Ook advocaat Jaap de Keijzer, die SBM bijstond, moet getuigen.

Eén houvast heeft Taylor. De Autoriteit Financiële Markten legde SBM vorige maand 2 miljoen euro boete op omdat het bedrijf beleggers niet gelijktijdig heeft geïnformeerd over de omvang van het schandaal in Zuid-Amerika. Taylor ziet hierin bevestiging van zijn gelijk. SBM heeft bezwaar tegen de boete gemaakt.

De boete en het komende verhoor van Chabas leidden onlangs op de jaarvergadering van SBM tot nieuwe zorgen onder aandeelhouders. „Het boek leek gesloten en nu is het toch weer open. Waarom bent u niet gewoon tot een schikking gekomen met Taylor?”, vroeg de Vereniging van Effectenbezitters.

„Naar goed Nederlands recht mag je, voordat je een claim indient, getuigen horen”, reageerde commissaris Erik Lagendijk. „Niks om opgewonden van te raken.” En schikken? „Dat lukt écht niet. Dat moet u van mij aannemen.”