Opinie

Kent Bernhard van Oranje de groene ambities van Amsterdam eigenlijk wel?

Auke Kok

Laten we elkaar niet voor de gek houden: die Grand Prix komt gewoon naar Amsterdam. Natuurlijk, de Tarzanbocht en al die andere ‘iconische’ plekken van het circuit bevinden zich na vijfendertig jaren van stilte nog altijd binnen de grenzen van de gemeente Zandvoort. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. De omstandigheden zijn veranderd. Ten tijde van de laatste Formule 1-race in 1985 heette de badplaats in het internationale verkeer nog Zandvoort. Nu Amsterdam Beach. In de woorden van formula1.com: ‘Situated not far from the vibrant city of Amsterdam, Zandvoort is a major beach resort in the Netherlands.’

Zo is het natuurlijk. Misschien niet zo gek dat iamsterdam.com van Amsterdam Beach rept, maar veel toeristen, en trouwens ook lokale kamerverhuurders, doen het ook. Of dat een vooruitgang is weet ik niet, het zijn de feiten.

Dat de Grand Prix volgend jaar in Zandvoort plaatsheeft, en niet in Assen, waar het net zo goed kan, heeft voor zover ik kon nagaan weinig te maken met kwaliteitsverschillen en veel met de afstand tot Amsterdam (en Schiphol).

En dan hebben we het nog niet eens over de Amsterdamse prins Bernhard van Oranje, de initiatiefnemer van dit alles. Ik kan u de plek wel noemen waar de steevast met een hoekig soort lasbril getooide neef van Willem-Alexander zijn plannetjes heeft uitgebroed: in zijn negentiende-eeuwse stadspaleis met uitzicht op het Rijksmuseum. Net als zijn grootvader en naamgenoot is Bernhard verslaafd aan herrie en topsnelheid en wat doe je dan, als je gezegend bent met blauw ondernemersbloed? Dan koop je eerst het circuit in de duinen en schakel je vervolgens je vrindenclub in om de dankzij Max Verstappen populair geworden Formule 1 er naartoe te halen. Kwestie van vooruitdenken.

Steeds meer Amsterdammers zullen hun vieze auto’s inruilen voor schone – en verderop aan de kust het meest vervuilende sportevenement ter wereld

Maar heeft Bernhard eigenlijk wel stilgestaan bij het groene karakter dat zijn eigen woonplaats wil aannemen? Want ironisch is het natuurlijk wel. De ene week besluit het Amsterdamse stadsbestuur dat over elf jaar alle auto’s op elektriciteit moeten rijden; de andere week wordt bekend dat Amsterdam Beach jaarlijks in een reusachtige broeikasorgie zal veranderen. Steeds meer Amsterdammers zullen hun vieze auto’s inruilen voor schone — om te zien dat verderop aan de kust het meest vervuilende sportevenement ter wereld het verbruik van vijfentwintighonderd liter brandstof, honderdveertig liter motorolie, veertig liter versnellingsbakolie en negentig liter koelvloeistof zal eisen zonder dat iemand feitelijk ergens heengaat. Dit alles per team. Per dag.

Ook zo ironisch: tienduizenden raceliefhebbers zullen al dan niet per vliegtuig naar Amsterdam komen – terwijl de overbelaste stad al jaren probeert om buitenlanders te verleiden om alsjeblieft naar elders te gaan, naar Zandvoort bijvoorbeeld. De gemeente steunt de Grand Prix dan ook niet. Hoeft ook niet. De dekselse entrepreneur Bernhard van Oranje heeft voldoende sponsors gevonden om het allemaal mogelijk te maken. Het Amsterdamse biermerk Heineken zal hoofdsponsor zijn. Alles overzichtelijk en dichtbij. Voor spoedoverleg kon Bernhard gewoon te voet van zijn stadspaleis naar het hoofdkantoor op het Tweede Weteringplantsoen.

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook: Wie kritiek heeft op het circuit geldt als een outcast