Recensie

Recensie

Hoe Poetin de bloedige geschiedenis van Rusland manipuleert

Russische geschiedenis Rusland gebruikt onder president Vladimir Poetin zijn bloedige verleden als een politiek instrument. Zo worden bij herdenkingen de slachtoffers wel genoemd, maar blijven de daders – lees: de staat – ongenoemd.

Moskou, 30 oktober 2017: president Poetin onthult de ‘rouwmuur’
Moskou, 30 oktober 2017: president Poetin onthult de ‘rouwmuur’ Foto ALEXANDER NEMENOV/POOL/AFP
    • Eva Cukier

In 2017 onthulde president Poetin in Moskou een voor Russische begrippen opzienbarend monument: een rouwmuur ter nagedachtenis aan de miljoenen, vaak anonieme slachtoffers die uit naam van de Rode Utopie stierven op executieplaatsen en in werkkampen. Sindsdien houdt een groep gezichtloze stenen figuren de wacht op een somber plein tussen een verzekeringsmaatschappij en de Moskouse ringweg. Een even troosteloze als veelzeggende locatie.

In zijn speech vermeed Poetin iedere referentie aan de daders. ‘In Poetins ogen waren er zo te zien alleen slachtoffers en geen daders’, concludeert Marc Jansen in zijn nieuwe boek De toekomst die nooit kwam. Hoe Rusland worstelt met zijn verleden.

Jansen maakte eerder naam als co-auteur, samen met zijn leermeester, hoogleraar Ruslandkunde J.W. Bezemer, van een volledige geschiedenis van Rusland. In zijn alom geprezen Grensland (2014) onderzocht hij daarna het verleden van Oekraïne om het heden te begrijpen.

Klopjacht

Met De toekomst die nooit kwam haalt de voormalige UvA-historicus eenzelfde toer uit met het recente verleden van Rusland. Ditmaal luidt de vraag: met welke gewelddadigheden werden de Russen vanaf 1917 geconfronteerd en op welke manier beïnvloedden die hun nationale identiteit? Geen lichte kost: de gewelddadigheden kostten in vier decennia een slordige vijftig miljoen mensen het leven. Over de precieze aantallen wordt door historici wereldwijd nog altijd gesteggeld.

Zoekend naar een antwoord gidst Jansen je met zevenmijlslaarzen door de loodzware geschiedenis van de twintigste eeuw: de Russische Revolutie, Lenins dood begin jaren twintig, de overwinning van Stalin in de machtsstrijd die volgde, de massale klopjacht op ‘staatsvijanden’, de politieke dooi. Sleutelmomenten die inmiddels ook in de meeste Russische schoolboeken terug te vinden zijn, zij het in vaak bedekte bewoordingen.

Lees ook: Waarom Stalin in toenemende mate wordt bewonderd door miljoenen Russen

Jansen bestudeert, reflecteert en analyseert en schakelt voortdurend tussen heden en verleden om een antwoord te vinden op de vraag waarom Rusland zo worstelt met zijn bloedige verleden. Uitgebreid staat hij stil bij de cultus rond de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’, de Sovjet-benaming van de Tweede Wereldoorlog die Rusland nog altijd hanteert. Volgens Jansen was het misschien wel de grootste beproeving die de Russen ooit doorstonden. Hun gigantische offers brachten tragisch genoeg niet de verwachte verlossing: de toekomst bleef een droom, daders en slachtoffers moesten samen verder. Maar hoe deden ze dat?

Glorieus verleden

De oplossing die Poetin heeft ontwikkeld past in een traditie. Voor de president is de geschiedenis een naar hartelust te manipuleren politiek instrument: heldendaden worden uitvergroot, tragedies en misdaden onder het tapijt geschoven. Een glorieus verleden maakt het land immers sterker in de ogen van zijn inwoners en, niet onbelangrijk, in die van de steeds vijandiger buitenwereld. Tegelijk kunnen de machthebbers het leed van de bevolking niet helemáál ontkennen. Het leidt tot een ingewikkelde spagaat waarin slachtoffers de rol opgedrongen krijgen van onschuldige omstanders in een grootse victorie, in plaats van die van moedwillig door de eigen regering omgebrachte onderdanen. ‘We weten hoe te vieren, en niet hoe te rouwen’, zegt een Petersburgse historicus in het boek. En dus trokken ook dit jaar tienduizenden naar het Rode Plein om de president en zijn trots uitgestalde wapenarsenaal toe te juichen. De daders blijven buiten beschouwing, verstopt in de archieven.

Indrukwekkend

Het resultaat is een verward land, waar de bevolking balanceert op de grens van ontkenning en erkenning. Een land waar iedereen geacht wordt te juichen voor het verleden, maar waar pogingen tot waarheidsvinding leiden tot nieuwe arrestaties en processen. Zoals de veroordeling van historicus Joeri Dmitriëv van burgervereniging Memorial, die zich in Karelië inzet voor de slachtoffers van de Stalin-repressie. Jansen draagt zijn boek op aan de oprichters van die vereniging.

Lees ook: Hoe de toekomstverwachtingen van jonge Russen door Poetin zijn verstoord

Opvallend aan De toekomst die nooit kwam is de compactheid: in nog geen 200 pagina’s behandelt Jansen de geschiedenis en lepelt hij en passant nog allerlei interessante feitjes, anekdotes en levensgeschiedenissen op van meer en minder beroemde Russen. Een indrukwekkende prestatie, al geeft de voortdurende schakeling in tijd en het boek iets fragmentarisch en is de informatiedichtheid enorm. Jansens heldere schrijfstijl, oog voor detail en de illustraties maken dit ruimschoots goed. De toekomst die nooit kwam is dan ook een aanrader voor iedereen die wil begrijpen wat er omgaat in het hedendaagse Rusland.