Recensie

Recensie

De nieuwe Range Rover is handig in de jungle, waar hij nooit zal komen

Autotest ziet geen rationeel argument voor het bestaan van de Range Rover Evoque. Maar hij is verrukkelijk.

Range Rover Evoque bij Kimman Amsterdam
Range Rover Evoque bij Kimman Amsterdam Foto Merlijn Doomernik

Op de ranglijst van zinloze automobielen scoort de nieuwe Range Rover Evoque hoog. Net als zijn voorganger zal hij zijn tijd uitdienen als trendy stadsvoertuig voor welgestelde jongelui m/v. Dat is niet helemaal zijn schuld. In tegenstelling tot de meeste kleine suv’s is dit een echte terreinwagen met offroadcapaciteiten die een BMW X1, een Audi Q3 en Volvo XC40 hem niet nadoen. Hij gaat tot 60 centimeter diep te water en het Terrain Response 2-systeem configureert het onderstel volautomatisch op terrein en weersomstandigheden. Met hill descent control, een soort cruisecontrol in slowmotion, daalt hij met een vaste, lage snelheid heuvels af. Remmen en gasgeven doet hij zelf, je hoeft alleen nog maar te sturen.

Is dat nut of niet?

Maar zijn primaire functie blijft: versiering van het stadse leven. Zijn verschijning trekt het pauwentype aan dat ook de opvolger virtuoos in het vizier neemt. De mooiste terreinwagen in zijn soort is er nog begeerlijker op geworden. De wigvormige koets, op zijn best met buitensporige wielen, is opgewaardeerd met de uitschuifbare portiergrepen en de doorlopende achterlichtbalk van de grotere Range Rover Velar. Geen kleine suv drukt zo stijlvast snelheid, gratie en beweging uit als de Evoque.

Dan zou het wel zo mooi zijn als hij hard ging. Op papier zit dat goed. Op het menu staan drie benzinemotoren met 200, 250 en 300 pk plus drie diesels met 150, 180 en 240, alle tweeliter viercilinders. De ratio achter die voor zijn maten buitensporige vermogens wordt op het kentekenbewijs onthuld. De Evoque is loodzwaar, 1800 kilo weegt hij zo. Die massa vraagt om sterke spieren, met onontkoombare gevolgen voor het verbruik en daarmee ook de BPM. De importeur mag bidden voor een snelle komst van de aangekondigde hybrideversie, die met zijn veel lagere verbruik en dito belastingtoeslagen de prijzen naar een draaglijker niveau zal drukken. Nu is hij stervensduur. Het handgeschakelde, als enige voorwielaangedreven basismodel met 150 diesel-pk’s kost al minstens 57.000 euro, en de aanschaf van die pauperversie moet ik niet alleen op statusgronden streng ontraden. Voor deze Goliath in Davidsjasje geldt: hoe meer kracht, hoe beter – en hoe duurder. Negentig mille kost mijn test-Evoque met de 240 pk-diesel, en dan zit er niet eens leren bekleding in. Daar heb je al een Velar voor, waar de Evoque 2 een soort schaalmodel van is geworden.

Röntgen-ogen

Vooruit, je wou juist een kleintje. Voor zijn charmes, de parkeergarages en het overzicht – dat er niet is. Het uitzicht naar achteren door het piepkleine achterruitje is miserabel, de dode hoek gigantisch. Is iets op gevonden. De ClearSight-binnenspiegel verandert na een druk op de knop in een beeldscherm met panoramisch uitzicht op het achterland, geregistreerd met een camera in de antennevin achterop het dak. Hij heeft ook röntgen-ogen die dwars door zijn binnenste kunnen stralen. ClearSight Ground View stuurt met vernuftige cameramontages beelden van de bodemgesteldheid onder de voorwielen naar het dashboard. Via het multimediascherm lijk je zo virtueel door de motorkap heen te kijken. Handig in de jungle waar hij nooit zal komen. In stad en ommelanden is hij goddank even streetwise. De bliksemsnelle negentrapsautomaat verandert taaie dieselkracht in een haast bruisende vertoning. Klein wonder ook hoe dat gewicht zich in de bocht houdt.

Omdat het een Range Rover en geen Audi is, zijn er wat dingetjes. Soms brandt zonder aanleiding het controlelampje voor de airbags, en op het hellende touchscreen met de tiptoetsen voor airco en ventilatie moet de fabriek nog eens goed naar de onderste iconen kijken. Waar de knoppen hogerop direct op de lichtste aanraking reageren, geven ze pas na lichte aandrang sjoege. Vermoedelijk zitten daar, net in de knik naar het plateau met de versnellingspook, de contactsensoren een halve millimeter dieper onder het aanraakoppervlak.

Hij blijft verrukkelijk. Hij doet me denken aan het prachtige, peperdure speelgoedlocomotiefje dat ik als kind cadeau kreeg. Praktisch nut nihil, maar in zijn miniaturistische verfijning een feest voor het oog. Dat treintje heb ik nog en met meer geld of nog minder verantwoordelijkheidsgevoel zou ik in staat zijn de Evoque dezelfde eeuwigdurende genegenheid te schenken, al kan ik geen enkel rationeel argument voor zijn bestaan bedenken. Land Rover weet je knap zinloze genoegens aan te smeren, precies de gave die Evoque-kopers het excuus verschaft. En deze grauwe Volvo-rijder snapt het ook nog. Schurken.