Recensie

Recensie Boeken

Een versleten concertpianist die applaus haatte

Zelfportret met Russische piano gaat over de musici die gevangen zitten in een versleten lichaam.

Foto: ANP

Klassieke musici hebben de eeuwige jeugd, zou je denken. Pianiste Martha Argerich (77) doet de harten van haar publiek nog altijd sneller kloppen, van de concertkalender van dirigent en pianist Daniel Barenboim (76) word je al moe als je ernaar kijkt, en Bernard Haitink (90) heeft een jaar verlof genomen om daarna weer fris op de bok te kunnen klimmen.

Zelfportret met Russische piano van de Duitse, in Wenen gevestigde auteur Wolf Wondratschek (1943) gaat niet over zulke halfgoden, maar over de musici die gevangen zitten in een versleten lichaam, die door krachtverlies in hun vingers of vervloekte pijn in hun schouder hun instrument niet meer kunnen bespelen, die op doktersadvies sigaretten en alcohol laten staan, voor wie zelfs koffie al verboden is, en die dus alleen water drinken – om een handvol pillen mee weg te slikken. ‘Ik ga na het nieuws van acht uur naar bed.’

En dan zijn de musici in dit boek nog te benijden omdat ze kunnen terugkijken op succesvolle carrières, want het zijn voormalige beroemdheden. Dat moet je echter niet idealiseren: ‘Aan het eind zijn het eerder de hotelkamers die je bijblijven dan de concerten.’ De pijnlijke constatering na een rijk artistiek leven luidt: ‘[...] de kunst kan het niet helpen dat ze niets kan.’

Het centrale personage in Zelfportret met Russische piano is de in Wenen woonachtige Russische musicus Soevorin. De jaren waarin hij als pianist triomfen vierde liggen ver achter hem. Piano spelen gaat niet meer: ‘Mijn handen vervelen zich.’ Sinds het overlijden van zijn vrouw verwaarloost de zeventiger zichzelf.

In zijn artistieke loopbaan heeft Soevorin met een onalledaags probleem te kampen gehad, hij had namelijk een hekel aan applaus. Zijn beslissing om in de jaren van de Sovjet-Unie hypermoderne, atonale werken ten gehore te brengen heeft de ovaties aanmerkelijk gereduceerd, maar deze afwijking van het staatsrepertoire bracht hem dan weer in aanvaring met het communistische regime.

Soevorin vertelt over zijn leven aan een ik-figuur, die zelf vaag blijft. Opmerkelijk is dat Wondratschek de woorden van die ik-figuur, Soevorin en andere musici (onder wie de historische Oostenrijkse cellist Heinrich Schiff) zo presenteert, dat vaak onduidelijk is wie er aan het woord is. Als hier sprake is van een zelfportret, dan is dat een aquarel, waarvan de kleuren in elkaar overlopen. De mistige sfeer wordt versterkt doordat de Wondratschek niet terugschrikt voor poëtische, zo men wil ondoorgrondelijke zinnen.

Zelfportretmet Russische piano is een losjes gecomponeerd werk van een schrijver die te oud is om te doen alsof hij een genie is. Terloops brengt het concertgangers manieren bij: in de concertzaal ‘bravo’ roepen nog voordat de laatste toon is weggestorven, dat kan echt niet.