Constanze Mager: „Soms zijn dieren geëmancipeerder dan mensen.”

Foto Daniel Niessen

‘Een oude gorilla doet wél een stapje terug’

Interview | Constanze Mager, bioloog Tussen dierenrijk en werkvloer bestaan duidelijke parallellen. Constanze Mager, hoofd educatie van Burgers’ Zoo, publiceerde een boek over het leiderschap van berggorilla's, de politiek van chimpansees en jobhoppende stokstaartjes

De gorilla’s in Burgers’ Zoo lopen met een tak op hun schouder. Het gebeurt alleen in Arnhem. In andere dierentuinen doen gorilla's dat niet. Waarschijnlijk is een hooggeplaatst mannetje hier ooit mee begonnen en ‘aapt’ de rest hem na, schrijft Constanze Mager in het boek Stoor nooit een vlooiende aap, waarin ze de overeenkomsten beschrijft tussen het sociale gedrag van dieren en mensen.

De bioloog werkt als hoofd educatie in Burgers’ Zoo en vertelt over een experiment waarin een chimpansee twee manieren moest leren om eten uit een kist te krijgen: een makkelijke en een moeilijke. De andere dieren uit zijn groep leerden alleen de moeilijke manier. Toen die ene chimpansee in de groep terugkwam, probeerde hij de rest de makkelijke manier aan te leren. Maar uiteindelijk paste hij zich aan de groepsmores aan: hij pakte het eten ook op de moeilijke manier.

Groepsdruk

Het is een voorbeeld van groepsdruk, mode en cultuur onder apen. Precies zoals je die in bedrijven tegenkomt. Luister je naar de nieuwkomer die een betere manier weet om het werk te doen? Ga je scrummen omdat iedereen het doet, of omdat het goed werkt voor je bedrijf? En hoe kun je als leidinggevende het gedrag van medewerkers veranderen?

Constanze Mager geeft in haar boek tal van dierenvoorbeelden die inzicht bieden in waarom mensen bepaalde dingen doen. Ze zegt niet wat wij moeten overnemen van apen, olifanten of stokstaartjes, maar ze gebruikt ze als een spiegel en stelt vraagtekens bij zaken op ons werk die wij al snel vanzelfsprekend vinden.

Mager legt bij alle voorbeelden het verband met de werkvloer. Ze wil geen tiplijst geven van wat je daar als mens wel of niet zou moeten doen. Wel gebruikt ze het gedrag van dieren om het gedrag van mensen op kantoor te relativeren. De lezer vraagt zich daardoor soms af of de stokstaartjes en ook olifanten het niet beter georganiseerd hebben dan de mens.

„Het boek dient twee doelen”, zegt Constanze Mager in Burgers’ Bush, terwijl ze soms haar verhaal onderbreekt om naar vogels te wijzen, of kinderen die tussen de planten lopen naar hun ouders te sturen. „Het is aan de ene kant een managementboek dat met voorbeelden uit het dierenrijk ook het gedrag van mensen verklaart. Aan de andere kant hoop ik dat mensen beter naar dieren gaan kijken.”

Bonobobazen

Apen spelen een belangrijke rol in het boek. Zo zijn er de zeven leiderschapsstijlen. Van de charismatische pater familias bij de berggorilla’s tot de opvliegende chimpanseebaas die de hele dag politieke spelletjes speelt. De bonobo is het grappigste voorbeeld. Het mannetje doet daar alsof hij de baas is, terwijl de vrouwtjes de dienst uitmaken. Het gedrag van de mannetjes is alleen voor de buitenwereld, de groep weet precies hoe het echt zit.

„Iedereen kent wel bonobobazen. Mensen herkennen de situatie meteen. Alleen kom ik nooit iemand tegen die zichzelf als een bonobobaas ziet. Dat durft niemand toe te geven. Ik ben als leidinggevende denk ik meer een kuifmakaak: die wil het iedereen naar de zin maken en houdt van hiërarchische regeltjes. Ook heb ik iets van het leeuwaapje, dat verantwoordelijkheid loslaten lastig vindt.”

U schrijft dat je een vlooiende aap niet mag storen. Waarom niet?

„Bij de chimpansees moet de leider de coalities in de gaten houden. Elkaar vlooien betekent dat je banden smeedt. De leider moet kijken wie zijn coalitiegenoten probeert in te palmen. Soms veroorzaakt hij een schijngevecht om een coalitiegenoot uit een vlooisessie te halen. Door dat vlooien komen er allemaal stofjes bij die apen vrij, dat vinden ze heerlijk. Daarom mag je dat nooit verstoren, je haalt ze uit hun roes.”

Maken dieren, zoals mensen, onderscheid tussen werk en vrije tijd?

„Nee. Dat je uit huis vertrekt naar een compleet andere wereld, dat hebben dieren niet. Bij mensen heb je bazen die thuis niks te vertellen hebben. Dat is onmogelijk bij apen. Als je daar een ondergeschikte bent, dan ben je dat 24 uur per dag.”

Privé en werk zijn voor dieren dus niet gescheiden werelden?

„Chimpansees maken wel onderscheid tussen hun coalitiegenoten en hun vrienden. Er zijn andere apen met een gelijksoortig karakter waarmee ze samen luieren. Maar zodra er politiek wordt bedreven, gaan ze prima om met andere apen die niet hun vrienden zijn. Ik denk dat wij ook hele fijne collega’s kunnen hebben, zonder dat je elkaar hoeft uit te nodigen op je verjaardag.”

En dieren nemen hun kinderen mee als ze aan de slag moeten.

„Soms zijn dieren geëmancipeerder dan mensen. Bij de olifanten maken vrouwen de dienst uit. Veel dieren hebben geen zwangerschapsverlof: ze kunnen het zich niet veroorloven om buiten de groep te treden. Leeuwinnen trekken zich wel een aantal weken terug, maar moeten zich dan echt weer terugvechten in de groep. Er zijn voorbeelden van crèches bekend bij dieren, onder nijlpaarden en pinguïns bijvoorbeeld. Maar de dieren hebben het vaak beter voor elkaar dan mensen: ze hoeven zich nooit op een vreselijk kolfkamertje terug te trekken.”

Bijen blijken echte jobhoppers.

„Hun carrière is tevoren uitgestippeld. Ze beginnen in de korf en gaan in de loop der tijd steeds andere taken doen. Bij stokstaartjes is het weer anders. Die krijgen op een gegeven moment genoeg van een taak, zoals op wacht staan, en dan gaan ze iets anders doen. De groep is klein genoeg om een ander dat te laten opmerken, zodat die de taak overneemt.

„Toen we steeds meer vrijwilligers kregen in de dierentuin, die elkaar niet meer kenden, viel me op dat ze minder snel voor elkaar gingen invallen. Dan moet je zo’n groep opdelen in kleinere groepen. Of de motivatie moet anders zijn: dat mensen voor het hogere doel werken, zoals mieren en bijen doen.”

Wat is de belangrijkste les die we van dieren kunnen leren?

„Ik vind het taboe op statusverlies bij mensen opvallend. De berggorilla-zilverrug doet op zijn oude dag een stapje terug. Dat is vaak ook zo bij chimpansees, wilde honden en vrouwtjes-langoeren. Waarom zou dat bij ons op het werk niet kunnen? Waarom moet je ieder jaar meer verdienen, terwijl je soms echt langzaam minder effectief wordt? Is het dan zo erg het zonder gezichtsverlies rustiger aan te gaan doen?”