Een kundig bestuurder die zich nooit echt geliefd maakte

Profiel Sybrand Buma vertrekt naar de provincie die hem als politicus vormde. Het CDA verliest een kundige, maar starre leider.

Sybrand Buma krijgt een koninklijke onderscheiding bij zijn afscheid in de Tweede Kamer. De CDA-er verruilt het fractievoorzitterschap voor het ambt van burgemeester in Leeuwarden.
Sybrand Buma krijgt een koninklijke onderscheiding bij zijn afscheid in de Tweede Kamer. De CDA-er verruilt het fractievoorzitterschap voor het ambt van burgemeester in Leeuwarden. Foto Bart Maat / ANP

Sybrand van Haersma Buma (53), de burgemeesterszoon uit Workum, keert als burgemeester van Leeuwarden terug naar de wereld die hem als mens en politicus vormde.

Buma groeide op in een Friese patriciërsfamilie die regels en omgangsvormen strak handhaafde. Alles draaide om het ophouden van de schijn, schreef hij in zijn boek Tegen het cynisme. De woorden ‘aardig’ en ‘enig’ waren traditioneel in zijn familie toegestaan, ‘leuk’ niet. ‘Politie’ werd uitgesproken als ‘polisie’, om Frans te klinken. Oudere mensen liet hij altijd voorgaan. Zo kon het gebeuren dat hij als zesjarige eens eenzaam achterbleef in een lift in Amsterdam.

Nederland veranderde, maar de hervormde familie hield vast aan, zoals Buma dat noemde, „negentiende-eeuwse normen”. Deze vasthoudendheid – anderen zeggen: starheid – heeft Sybrand Buma voortdurend gebruikt in zijn periode als fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer. Een coalitiegenoot typeerde hem als een leraar wiskunde, die in de talloze sub-overlegjes van Rutte III graag nóg een keer uitlegt waarom hij gelijk heeft.

Hard-rechtse koers

Toen Sybrand Buma in oktober 2010 fractievoorzitter van het CDA werd, zag de partijtop deze eigenschap als een voordeel. De jurist Buma had zich sinds 2002 als Justitiewoordvoerder geprofileerd als rechtlijnig, een voorstander van de harde lijn. Hij was voor verruiming van opsporingsbevoegdheden, zwaardere straffen, harder antiterreurbeleid.

Het CDA, dat in een coalitie met de VVD en gedoogpartner PVV stapte, dacht dit rechtse geluid goed te kunnen gebruiken. Het CDA was teruggevallen van 41 naar 21 Kamerzetels en moest een diepe interne crisis overleven. Buma moest leiding geven aan een verdeelde fractie, maar moest ook omgaan met de PVV. In deze periode is zijn diepe antipathie voor Geert Wilders ontstaan. Gesprekken in het Catshuis over bezuinigingen liepen in 2012 mis, volgens VVD en CDA nadat Wilders was weggelopen. Buma voelde zich „bedonderd” door Wilders en weigerde om ooit nog met de PVV in zee te gaan.

Na de val van Rutte I werd Buma gekozen tot lijsttrekker en politiek leider van het CDA. Hij behaalde in 2012 de slechtste verkiezingsuitslag ooit voor het CDA: 13 zetels. Het CDA belandde in de oppositie, Buma ging in de luwte aan zijn profiel werken, en aan het herstel van het CDA. Hij vond dat het CDA niet langer automatisch aanspraak kon maken op de macht.

Intern wist Sybrand Buma de rust te bewaren. Voor het grote publiek bleef hij alleen weinig zichtbaar. Buma heeft zich altijd ongemakkelijk getoond in zijn publieke rol. In Tegen het cynisme beschrijft hij hoe hij op campagne in 2012 tot zijn schrik zag dat hij op een dorpsplein in Limburg met reanimatiepoppen in de weer moest. Buma deed of hij moest bellen, en verstopte zich in een portiek.

Lees ook het profiel van Buma’s opvolger: Van Pieter Heerma mag het CDA conservatief zijn

Verweesde kiezers

In debatten viel Buma niet alleen op door zijn rechtlijnigheid, maar ook door zijn droge gevoel voor humor, vaak bumor genoemd. Die gebruikt hij op momenten dat hij zich in het nauw gedreven voelt. Zoals in een debat met Thierry Baudet over de dividendbelasting, vorig jaar: „Wat fijn dat u er bent. En gekleed ook nog. Dat is wel het allermooiste.” Toen hij in 2017 door de SP gepolst werd om premier te worden in een brede coalitie van kleinere partijen, deed hij dat af als „Buma en de Zeven Dwergen”.

De laatste jaren ging Buma een sterk sociaal-conservatieve koers varen. Die koers sluit aan op Buma’s overtuigingen, maar ook op zijn analyse van het electoraat. Het partijkader, zei hij vaak, is linkser dan de het CDA-electoraat. In september 2017 had hij het bij de H.J. Schoo-lezing over „verweesde” kiezers, die bezorgd zijn over grote veranderingen en globalisering. Later voorspelde hij een nieuwe Fortuyn-revolte tegen de ambitieuze klimaatplannen van het kabinet. Die koers leidde tot veel verzet in zijn partij, van hoog tot laag. Een enkele keer gaf Buma toe, bijvoorbeeld toen hij onlangs draaide over het kinderpardon.

Het CDA won bij de verkiezingen van 2017 zes Kamerzetels en ging meedoen aan het kabinet-Rutte III, met VVD, D66 en ChristenUnie. In de formatie van dit kabinet ontwikkelde Buma nóg een vijand: Jesse Klaver. Volgens Buma mislukten de onderhandelingen met GroenLinks door Klaver. Buma bleef hem twee jaar later nog als ‘wegloper’ typeren. In een tv-debat voor de Provinciale Statenverkiezingen maakte hij Klaver onlangs nog met de grond gelijk, tot verbijstering van Mark Rutte, die ook aan tafel zat.

Buma kon zich niet over het verraad (zo zag hij het tenminste) van Klaver heenzetten. Dat was meer dan alleen een persoonlijk probleem. De anitipathie bemoeilijkte eventuele samenwerking met GroenLinks, een mogelijke partner in de Eerste Kamer nu de coalitie de meerderheid kwijtraakt. Het vertrek van Buma lost een probleem voor Rutte op: samenwerking met GroenLinks is weer mogelijk. Óf met de PVV.

Het CDA voor bezorgde burgers, wie wil dat nog?