Recensie

Recensie Muziek

Dirigent Chung overtuigt vooral op voor hem bekend terrein

Klassiek Sterviolist Leonidas Kavakos schitterde bij het Concertgebouworkest. Dirigent Myung-whun Chung liet een wisselvallige indruk achter.

Myung-whun Chung tijdens een repetitie.
Myung-whun Chung tijdens een repetitie. Foto Renske Vrolijk
    • Joep Stapel

Tijdens het prestigieuze Amsterdamse Mahlerfeest, precies over een jaar in het Concertgebouw, zal de Zuid-Koreaanse Myung-whun Chung het Concertgebouworkest dirigeren in Mahlers Derde en Negende.

Dat is een grote eer en toch ook een tikje verrassend. Chung is een veelgevraagd dirigent en een graag geziene gast in Amsterdam, maar geldt als specialist in Frans repertoire. Deze week leidt Chung het orkest in een programma met Beethoven en het vioolconcert L’arbre des songes (1985) van Dutilleux, met stersolist Leonidas Kavakos.

Diensttijd

Twee jaar geleden zouden Chung en Kavakos ook al samen naar Amsterdam komen, maar Kavakos moest toen afzeggen (en Isabelle Faust viel grandioos voor hem in). Gelukkig was hij er nu wel, want de dromerige lyriek van Dutilleux lijkt gemaakt voor Kavakos’ magische, lichtvoetige toon.

Met ogenschijnlijk speels gemak, even feilloos als bezield, danste hij door de enorme intervalsprongen en precieuze arabesken, elke geste betekenisvol. Kavakos studeerde het werk een kwarteeuw geleden in, tijdens zijn diensttijd in het Griekse leger. Daar ruilde hij elke dag zijn schafttijd in voor een half uurtje vioolspel: over toewijding gesproken.

L’arbre des songes brengt vier delen en korte orkestrale intermezzi onder één spanningsboog. Dutilleux’ geheel eigen, maar zeer Franse idioom vraagt om een kleurrijke, glinsterende klank. Kolfje naar de hand van Chung, ooit protegé van Messiaen. Het Concertgebouworkest speelde geweldig, de interactie met Kavakos liep gesmeerd. Prachtig was de verwaaide spookmuziek aan het begin van het derde deel. En aan het slot daarvan het surreële, haast elektronische effect van intense blokakkoorden die vanuit hoge piano en blazers opeens in het laagste register zakten.

Wat in de complexe gelaagdheid van Dutilleux minder opviel, maar in Webers Freischütz-ouverture en Beethovens Zevende des te meer: ongelijkheden, soms vreemde proporties. Beethovens Allegretto begon met mooi uitgelichte tegenstemmen, maar verzandde in plechtstatigheid. Scherzo: opwindend begin, trio saai. De carnavaleske overdaad van de finale klonk troebel en gehaast en log. Zo liet Chung een wisselvallige indruk achter.