Opinie

Het gevecht tussen Duitsland en Israël over Kafka’s nalatenschap

Fascinerend is het om te lezen hoe de Israëli’s probeerden Kafka’s manuscripten uit handen van Duitsland te houden. Hoe Joods was deze schrijver eigenlijk?

Michel Krielaars

Als iemand roept dat iets kafkaësk is, weet je meteen dat het over een bizarre, onbegrijpelijke gebeurtenis gaat. Terwijl Kafka’s werk juist altijd zo begrijpelijk is. ‘Weg met die weerzinwekkende uitdrukking “kafkaësk”!’ schreef Kafka’s schatbewaarder en vriend Max Brod dan ook.

Ik las het in Kafka’s laatste proces. De strijd om een literaire nalatenschap van Benjamin Balint. Behalve een boeiend verslag van het acht jaar durende juridische gevecht tussen Brods erven en de Israëlische staat om het eigendomsrecht van Kafka’s nagelaten werk, is zijn boek ook een intellectuele geschiedenis van de vriendschap tussen Franz Kafka (1883-1924) en Max Brod (1884-1968), waarin allerlei mythes over de twee Praagse schrijvers worden ontkracht.

Brods grote verdienste is dat hij in 1939 voor de nazi’s naar Palestina vluchtte met een koffer vol onvoltooide manuscripten van Kafka, die hij tegen de wens van zijn vriend in na diens dood niet had verbrand. Eenmaal in veiligheid maakte hij van Kafka behalve een heilige ook een veel Joodsere schrijver dan hij in werkelijkheid was. Kafka mag in zijn laatste levensjaren dan Hebreeuws hebben geleerd en als geassimileerde Jood interesse hebben getoond voor de Oost-Joden met hun Jiddische cultuur, een zionist kun je hem toch echt niet noemen.

Fascinerend is het om in Kafka’s laatste proces te lezen hoe de Israëli’s probeerden Kafka’s manuscripten na Brods dood van diens achtereenvolgende erfgenamen Esther Hoffe – Brods secretaresse – en haar dochter Eva af te pakken. Daarbij werd alles gedaan om Kafka, die niets met zijn Joodse achtergrond had, expliciet af te schilderen als een ‘Joodse schrijver’, wiens manuscripten in Israël thuishoorden, ook al waren ze in het Duits en niet in het Hebreeuws geschreven. Zo moest worden voorkomen dat ze aan het Duitse Literatuurarchief in Marburg werden verkocht, waar de manuscripten van veel andere Duits-Joodse schrijvers liggen.

Toen de Israëlische literaire instanties probeerden te ontkrachten dat Kafka’s werk Duits cultureel erfgoed was, taaiden de Duitse mededingers uit schuldgevoel over de Shoah af. Terwijl Israël nu ook weer niet zo in Kafka’s werk is geïnteresseerd dat het in zijn geheel in het Hebreeuws is vertaald.

Ook de bewering dat Kafka een zionist was, is onzin, schrijft Balint. Het zijn verzinsels uit de kokers van de Kafkalogen. Om hun onkunde te benadrukken haalt hij Philip Roth aan, die in zijn roman The Prague Orgy een Tsjechische schrijver tegen Nathan Zuckerman laat zeggen: ‘Toen ik me met Kafka bezighield, vond ik het lot dat zijn boeken in handen van de Kafkalogen ondergingen nog grotesker dan het lot van Josef K.’

Op grond van Balints boek kun je het hier alleen maar mee eens zijn. En voor wie nog twijfelt is er de nieuwe, voortreffelijke Kafka-vertaling van Willem van Toorn, die in het onlangs verschenen deel Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap overtuigend laat zien hoe Kafka op lichte, heldere toon en met wrede humor over vernedering, machteloosheid en schuldgevoel schrijft. Lees het verhaal ‘Blumfeld, een vrijgezel op jaren’. Het gaat over een man die overweegt een hond te nemen tegen de eenzaamheid. Maar zodra hij beseft dat die hond vlooien krijgt, ziet hij ervan af, omdat hij dan zijn behaaglijke kamer aan die hond zou moeten overlaten om daarna een andere kamer te gaan zoeken.