Opinie

    • Clarice Gargard

Cycloon Idai kwam uit het Westen

Idai, zo heet de cycloon die Sub-Sahara Afrika onlangs hard trof. Een te lieflijke naam voor een allesverwoestend verschijnsel. Idai heeft delen van Zimbabwe, Malawi en Mozambique bijna volledig vernietigd. Hij is een van de dodelijkste stormen die het zuidelijk halfrond ooit gekend heeft.

Een storm voel je aankomen. Volgens ooggetuigen gaat het eerst harder waaien en regenen. Zo hard dat je elkaar niet meer kunt verstaan. De temperatuur daalt, vederwolken zwellen op tot grote boze wolken en de zee begint te bulderen.

Vervolgens breken takken af, worden telefoonpalen uit de grond gerukt en raken straten overstroomd met water. Het is dan al bijna te laat om onderdak te vinden. Er zijn überhaupt weinig plekken om te schuilen, wanneer zelfs de grond onder je voeten niet meer veilig is.

Ik heb één keer in een storm gestaan. Het was maar een kleine zandstorm in de Sahara. Toch voelde ik hoe de wind van alle kanten aan mij trok. Daardoor besefte ik hoe machteloos je als mens tegenover de natuur staat.

Zo heeft cycloon Idai in Beira, de havenstad van Mozambique, negentig procent van de stad verwoest. Overlevenden vertellen in interviews hoe gebouwen van steen en klei als legoblokjes omver werden geworpen.

Mozambikanen klommen in bomen en op daken om in het duister – de elektriciteit was uitgevallen – op redding te wachten. Vanuit hun schuilplaats zagen zij meubels, huizen en levenloze zwarte lichamen voorbij drijven. Sommigen misschien wel bekenden.

Voor veel Afrikanen is water heilig, omdat het de bron van leven is. Water creëert werkgelegenheid voor vissers en levert handel en voedsel op. Volgens sommigen zouden dat de verdiensten van Mami Wata zijn, de machtige watergodin die over alle wateren heerst.

Maar het water waar veel families van leven lijkt zich nu tegen hen te keren. Dat komt zelden door eigen toedoen. De oorzaak is vooral CO2-uitstoot aan de andere kant van de oceaan.

Het Afrikaans continent is verantwoordelijk voor maar vier procent van de uitstoot wereldwijd, die tot stijgende zeespiegels, vernietigende stormen en hevige overstromingen leidt. Toch lijden Afrikaanse landen het meest onder de gevolgen van klimaatverandering.

Het Westen heeft – samen met Rusland, China en India – het grootste aandeel in de opwarming van de aarde, maar gaat onbekommerd verder met het verbruiken van fossiele brandstoffen. De levens van Afrikanen en anderen in the Global South zijn – getuige eeuwen van armoede en uitbuiting – blijkbaar verwaarloosbaar.

Klimaatverandering klinkt vaak als een abstract gegeven. Een groot kwaad waar we ons pas later écht druk om hoeven te maken. Voor het gemak vergeten we dat miljoenen die luxe niet hebben. Soms wordt de verantwoordelijkheid zelfs bij hen neergelegd.

Zoals verduurzaming nu ook van Afrika verwacht wordt, om de schade te beperken die het Westen veroorzaakt heeft.

Na de storm kregen getroffen landen ‘humanitaire hulp’ van het Westen. Dat deed me denken aan woorden die ik ooit in een Tolstoj-vertaling las. In What Then Must We Do, over armoede en uitbuiting, gebruikt hij een treffende metafoor. Er zit een man op de rug van een andere man. De zittende man zegt de drager te willen helpen. (Het type man dat – ik noem maar wat – noodrantsoenen in Afrika uitdeelt.) Hij overtuigt zichzelf en anderen van zijn intentie. De zogenaamde weldoener haalt alles uit de kast om de drager van dienst te zijn. Alles, behalve van zijn rug af gaan.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.