ACM: meer toezicht op NS nodig bij aanbestedingen spoor

Aanbestedingen De mededingingsautoriteit ACM adviseert het kabinet strenger toezicht te houden op de NS bij aanbestedingen op het spoor. Het risico bestaat dat NS onder de prijs inschrijft en verliezen afdekt met winsten van elders, aldus ACM.

Foto Jerry Lampen/ANP

Het ministerie van Financiën moet er beter op toezien dat NS geen malversaties pleegt bij de komende aanbestedingsprocedures op het spoor.

Dat stelt de mededingingsautoriteit Autoriteit Consument & Markt (ACM) in een advies aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66). De Tweede Kamer had om het advies gevraagd naar aanleiding van de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg in 2014.

NS wilde deze concessie koste wat kost binnenhalen. Daarom bracht het spoorbedrijf een offerte uit die bewust onder de kostprijs van het project bleef. Ook benadeelde NS concurrenten door hen gebrekkig te informeren en misbruikte het bedrijf vertrouwelijke informatie. Toen dat uitkwam, schrapte de provincie Limburg de deal met NS en werd het contract aan Arriva gegund

Het ministerie van Financiën toetst, als enig aandeelhouder van NS, op dit moment alleen de rechtmatigheid van investeringen van het spoorbedrijf boven de 100 miljoen euro. Bij toekomstige aanbestedingen waar NS aan meedoet moet het ministerie ook biedingen onder de 100 miljoen euro toetsen, stelt de ACM.

NS wil opnieuw meedoen bij de aanbesteding van een aantal sprinterlijnen. Dat mag: in het regeerakkoord is vastgelegd dat NS, net als commerciële vervoerders, mag inschrijven op vier sprintertrajecten: Apeldoorn-Enschede, Zwolle-Groningen, Zwolle-Leeuwarden en Dordrecht-Breda.

Het belangrijkste risico voor de komende aanbestedingen is volgens de ACM dat NS ver onder de prijs inschrijft en de verliezen die daar het gevolg van zijn afdekt met winsten die het spoorbedrijf elders boekt.

Dat kan het geval zijn als het binnenhalen van een concessie voor zo’n regionale sprinterdienst voor NS van belang is voor het in stand houden van het hoofdrailnetwerk, dat tot 2025 gegund is aan NS.

Andere partijen, zoals Arriva of Connexxion, zouden ook een verliesgevend bod kunnen doen, maar het is onwaarschijnlijk dat buitenlandse moederbedrijven dat financieren. Het ministerie van Financiën kan vooraf toetsen of de bieding van NS op regionale sprinterlijnen reëel is.

Volgens NS zijn de bestaande maatregelen voldoende om concurrentievervalsing tegen te gaan. „Nieuwe regelgeving zorgt voor extra bureaucratie en kosten, zonder dat duidelijk is wat dit oplevert.”