Filmfestival van Cannes opent met ‘anti-Trump’-zombiefilm van Jim Jarmusch

Filmfestival De retro-zombiefilm ‘The Dead Don’t Die’ van Jim Jarmusch is een anti-Trumpfilm, zegt de directeur van het filmfestival van Cannes. De kritiek op het ingebakken seksisme op het festival is nog niet weg.

Filmstill uit ‘The dead don’t die’, met Adam Driver, Chloë Sevigny en Bill Murray.
Filmstill uit ‘The dead don’t die’, met Adam Driver, Chloë Sevigny en Bill Murray. Foto IMFb

Een anti-Trumpfilm. Directeur Thierry Frémaux van Cannes interpreteerde maandag alvast de openingsfilm van zijn 72ste filmfestival, The Dead Don’t Die van Jim Jarmusch. Een droogkomische retro-zombiefilm, met ondoden die ouderwets traag door Centerville in de VS sloffen. Waar de levenden zo mogelijk nog apathischer zijn. „Zeg me dat het weg gaat, als een boze droom”, is hun verweer.

The Dead Don’t Die speelt in op een knagend besef dat de wereld uit balans raakt en niemand iets doet: de doden herrijzen als de aardas verschuift door fracking rond de Noordpool. De helden, politiechef Cliff (Bill Murray) en diens rechterhand Ronnie (Adam Driver), kijken versteend toe terwijl zombies Centerville onder de voet schuifelen. Zoveel verandert er niet, want de ondoden staren naar hun mobieltjes en mompelen ‘snoep’, ‘chardonnay’ of ‘koffie’. Dat laatste doet zombie Iggy Pop in een referentie naar Jarmusch’ kletsfilm Coffee and Cigarettes (2003), waarvan de cast grotendeels in Centerville opduikt.

De analogie – de zombie als gehersenspoelde consument – is uit George Romero’s Dawn of the Dead (1978), waarin zombies uit macht der gewoonte samenstromen in een winkelcentrum. De filmpers reageerde dinsdag lauw op Jarmusch’ fatalistische, bij vlagen amusante filmreünie. De lat ligt hoog in Cannes.

Poster voor het 72ste filmfestival in Cannes op het Palais des Festivals in Cannes.

Foto Valery Hache / AFP

Ingebakken seksisme

Dat weet ook directeur Thierry Frémaux, die hoopte dit jaar eindelijk de al jaren voortsudderende controverses over Cannes’ ingebakken seksisme ten grave te dragen. Vorig jaar leidde juryvoorzitter Cate Blanchett een vrouwenprotest op de rode loper omdat ’s werelds grootste filmfestival opnieuw weinig ruimte vond voor vrouwelijke filmmakers. Frémaux tekende deemoedig de gelofte 5050×2020: volgend jaar moet achter de schermen genderpariteit zijn bereikt. Dat blijkt dit jaar al aardig gelukt: het comité dat films selecteert is voor de helft vrouwelijk, rekent Cannes voor. Van de 69 films in de vier hoofdcompetities hebben 19 een vrouwelijke regisseur, ruim een kwart: vorig jaar waren er nog elf vrouwen genomineerd. Vier vrouwen dingen mee naar de Gouden Palm, en op de festivalposter prijkt geen diva in avondjurk, maar de onlangs overleden regisseur Agnès Varda.

Lees ook: Het filmfestival van Cannes begint: 13 films om naar uit te kijken

Toch moest directeur Frémaux maandag in zijn persconferentie opnieuw het hoofd bieden aan Angelsaksische kritiek. Vakblad The Hollywood Reporter opent Cannes met een exposé over seksuele exploitatie van jonge ambitieuze actrices op de superjachten die zich traditioneel verzamelen voor de kust: dat probleem is met de val van superproducer Harvey Weinstein niet uit de wereld. Ook was er kritiek op de terugkeer van filmmaker Abdellatif Kechiche in competitie: na diens Gouden Palm voor de lesbische romance La Vie d’Adèle in 2013 betichtte actrice Léa Seydoux hem van horkerig en tiranniek gedrag op de set.

Omstreden eerbetoon

De kritiek focust zich ook op acteur Alain Delon (83); Frémaux moest zich verantwoorden voor het besluit het Franse filmicoon te eren met een Gouden Palm. Omstreden, want Delon is al een halve eeuw bevriend met de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen, keerde zich in 2015 tegen adoptie door homoseksuelen en gaf in november toe zijn vrouw te hebben geslagen. Zijn 25-jarige zoon Alain-Fabien verklaarde ooit dat Delon zijn moeder, het Nederlandse fotomodel Rosalie van Breemen, acht ribben brak, alsmede haar neus – tweemaal.

Frémaux reageerde maandag geagiteerd. Alain Delon wordt geëerd als acteur, hij ontvangt niet de Nobelprijs voor de Vrede. Amerikanen kunnen beter iets doen aan Trumps klimaatbeleid dan Frankrijk de les te lezen. Frémaux: „Het is gemakkelijk met een hedendaagse bril over het verleden te oordelen. Delon heeft recht op zijn meningen, ook al deel ik die niet. Het is lastig iemand te eren als er permanent een soort politieke politie klaarstaat.”

Hollywoods machtige vrouwenlobby Time’s Up laat zich niet uit over Delon. De acteur zelf verzocht Cannes hem te eren met een vertoning van Mr. Klein (1976) van de communist Joseph Losey, een statement tegen antisemitisme. Delon zegt nu dat hij conservatief stemt, maar niet Front National, dat hij het betreurde nooit door een vrouw te zijn geregisseerd en dat hij zich ernstig zorgen maakt over het klimaat. Zo kan je door één deur met Jim Jarmusch, en wordt het contraproductief opa te kielhalen.