Wij vragen kiesrecht voor MOEDER!

Ewoud Sanders

Woordhoek

Hoeveel ouder is het woord vrouwenkiesrecht dan het eigenlijke stemrecht voor vrouwen? En bestaat er ook zoiets als mannenkiesrecht of was kiesrecht per definitie enkel bedoeld voor mannen?

Een van de eersten die in Nederland kritiek had op de wettelijke ongelijkheid tussen man en vrouw is een vrouw die zich bediende van het strijdlustige pseudoniem Armida Amazone. In 1781 schreef zij in een ingezonden brief in het tijdschrift Algemeene Vaderlandsche Letter-oefeningen: „De vastgestelde burgerlijke wetten geeven den Mannen zekere magt boven de Vrouwen, omdat die wetten door Mans gemaakt zijn en ik zie geene kans om vooreerst nog die wetten veranderd te krijgen; met den tijd zal dit mooglijk nog wel komen.” Ze wilde dat meisjes meer te leren kregen dan breien, naaien, wassen en koken, want dan konden zij ook regeren.

Opmerkelijk is hoe de redactie de brief inleidde. De brief was niet opgenomen „als een stuk van grondige redeneering”, maar „als eene boerterij” waarin „al lachende” toch „zekere waarheden” konden worden gelezen.

Een nog duidelijker pleidooi voor stemrecht voor vrouwen is een pamflet uit 1795 getiteld Ten betooge dat de vrouwen behooren deel te hebben aan de regeering van het land. Het is geschreven door P.B. van W. (de volledige naam is nooit achterhaald) als reactie op de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en leest als een trein. Ook W. vindt het tragisch dat slimme vrouwen hun tijd moeten verdoen „met kousen te breiden”. „Wanneer ieder Mensch recht heeft om te stemmen, en zijne Regenten te verkiezen, om wat reden moeten de Vrouwen daar van uitgeslooten zijn? Ik betuige het niet te begrijpen.”

Hoewel de oudste Nederlandse pleidooien voor vrouwenkiesrecht dus al dateren uit het laatste kwart van de achttiende eeuw, duurde het tot 1870 voordat de woorden vrouwenkiesrecht en vrouwenstemrecht gangbaar werden. Die samenstellingen, die dus vijftig jaar ouder zijn dan het eigenlijke stemrecht voor Nederlandse vrouwen, maakten toen opgang omdat voorjaar 1870 in Londen de ‘Nationale Vereening voor Vrouwen-kiesrecht’ werd opgericht. Een verslaggever van Het nieuws van den dag was aanwezig bij de eerste openbare bijeenkomst en merkte op dat „sommige jonge dames zich evenmin door gematigdheid als door gezond verstand onderscheidden”. De eerste Nederlandse vereniging voor vrouwenkiesrecht werd in 1889 opgericht – wegens meningsverschillen zouden er nog twee volgen.

De samenstellingen mannenstemrecht en mannenkiesrecht raakten vanaf 1893 enigszins in zwang – vooral in discussies over het vrouwenkiesrecht. Dat het kiesrecht aanvankelijk letterlijk per definitie werd opgevat als een mannenzaak, ondervond de arts Aletta Jacobs toen zij zich in 1883 in Amsterdam als eerste vrouw op de kiezerslijst wilde laten zetten. In de kieswet stond dat dit mogelijk was voor ‘Nederlanders’, maar zelfs de Hoge Raad bepaalde dat hiermee ‘mannen’ werd bedoeld.

Naar aanleiding van die uitspraak schreef het Algemeen Handelsblad op 24 maart 1883: „Mej. Jacobs heeft de letter der wet vóór zich – niet den geest der wet, en wij gelooven ook niet den geest der vrouw. Er is voor de vrouwen een zoo ruime werkkring weggelegd, ook in het edele en zelfopoffering vorderende vak waaraan mej. Jacobs zich gewijd heeft, dat waarlijk het niet noodig is dat de vrouw zich ook met politiek inlate.”

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
De illustratie komt van een reclamekaart voor vrouwenkiesrecht uit circa 1913.