Opinie

Sunwashen

Ellen Deckwitz

In de aanloop naar Eurovisie 2019 was mijn omgeving voor veel dingen bang en met stip op één stond wel het zogenaamde pinkwashing: dat Israël het gastheerschap zou gebruiken om lhbtq-waarden te promoten teneinde progressief over te komen en zo te verdoezelen dat het al decennialang op grote schaal de mensenrechten schendt. Dinsdagavond bleek bij de eerste halve finale dat die angsten gegrond waren: een homoseksuele presentator jubelde over zijn coming-out en de transseksuele Dana International zong ‘Just the way you are’ terwijl er allemaal zoenende mannen in beeld werden gebracht.

Dat pinkwashing zag iedereen aankomen, maar wat mij dinsdagavond echt verraste is iets dat ik bij gebrek aan een betere term maar even sunwashing noem. In de introductiefilmpjes die aan ieder optreden vooraf gingen kreeg de kijker, zoals vaak bij Eurovisie, prachtige beelden voorgeschoteld van het gastland. Mooie meisjes springend door kersenboomgaarden, gespierde surfers, lachende kinderen op het strand. Jonge levenslustige mensen dansend op flatgebouwen, geen raket die ze eraf knalde. Een van de gefilmde locaties was zelfs Mount Hermon op de bezette Golanhoogte, een gebied dat slechts door Israël zelf en Trump als Israëlisch grondgebied wordt erkend, en ook daar alleen maar gelukkige mensen, stralend van vreugde om hun mooie leven in de zon.

Dit sunwashen raakte me nog veel meer dan dat hele pinkwashen. Het voorschotelen van zonovergoten idyllische landschappen verhulde het feit dat er aan iedere vierkante kilometer van die dromerige vergezichten bloed kleefde. Er wordt een paradijs getoond, een land van melk en honing, waar iedereen ongeacht zijn geaardheid welkom is. Zolang je maar geen Palestijn bent. Natuurlijk heeft het festival wel vaker plaatsgevonden in landen waar men het met de mensenrechten niet zo nauw neemt – in 2008 nog in Rusland – maar in geen enkel Eurovisieland vindt het weren van burgers op basis van hun etniciteit op zo’n grote schaal plaats als in Israël.

±ees ook: Eurovisie Songfestival in Israël: het evenement was altijd al politiek

Mijn klomp brak toen ik op Songfestival-site Eurostory.nl ontdekte dat het congrescentrum waarin het festival wordt gehouden boven op een etnisch gezuiverd Palestijns dorp is gebouwd. Al-Shaykh Muwannis werd in 1948 met de grond gelijkgemaakt, de oorspronkelijke inwoners verjaagd. Terwijl ik dat feit tot me liet doordringen was de eerste halve finale bijna ten einde. Terwijl het publiek zich verzwikte polsen klapte kwam de festivalslogan van dit jaar in beeld: Dare to Dream. Het is door de introductiefilmpjes duidelijk wat voor droom Israël de Eurovisiekijker probeert op te dringen. Dare to dream, dacht ik, van allen die in de filmpjes ontbreken, wier aanwezigheid het landschap niet mag ontsieren. Die door dit sunwashen uit het zicht blijven, in de schaduw, omdat er voor hen geen plek is in het gedroomde land.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.