Meer geld naar bèta en techniekonderwijs ten koste van andere studies

Hoger onderwijs In het rapport ‘Wissels om’ raadt de commissie-Van Rijn aan om minder op studentenaantallen te sturen .

Een student aan het werk bij Campus in Rotterdam, een locatie voor onderwijs, bedrijven en evenementen.
Een student aan het werk bij Campus in Rotterdam, een locatie voor onderwijs, bedrijven en evenementen. Foto Lex Van Lieshout/ANP

Er moet in het hoger onderwijs meer geld naar bèta- en techniekopleidingen. Naar afgestudeerden in deze richtingen is veel vraag, waar univeristeiten en hogescholen niet aan kunnen voldoen. Dat schrijft de Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek onder leiding van voormalig staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) in het langverwachte rapport Wissels Om. „De commissie is ervan overtuigd dat ontwikkelingen op de arbeidsmarkt meer dan nu consequenties dienen te hebben voor de bekostiging”, aldus het rapport dat aanbevelingen doet over financiële verschuivingen op de korte termijn binnen het bestaande budget.

Fokke Gerritsma

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) vindt het rapport een „afgewogen totaalpakket voor de korte termijn. De boodschap ‘omarm het als totaalpakket’ neem ik ter harte.”

De opleidingen in economie en recht aan hogeschool en universiteit groeien ongeremd terwijl ze volgens de commissie een ‘overschot’ aan afgestudeerden hebben. Volgens Van Engelshoven is de huidige financiering daarom „na tien jaar aan herijking toe. We hebben jarenlang jongeren richting bèta en techniek gestuurd. We zien dat ze er nu in groten getale voor kiezen en dan kunnen universiteiten en hogescholen het niet aan. Vandaar die verschuiving van middelen. Ik heb goede hoop dat we bij de voorjaarsnota de herverdeeleffecten kunnen verzachten”. Volgens bronnen is daar 40 miljoen euro extra voor beschikbaar.

Er is veel belangstelling voor bètastudies maar meer dan twintig technische opleidingen met veel vraag naar afgestudeerden hebben een numerus fixus. De commissie wil dat de financiering van universiteiten en hogescholen minder wordt gestuurd op aantallen studenten: „In de praktijk is het een mechanisme geworden van perverse prikkels.”

De commissie stelt voor om de vaste bekostiging van de universiteit te verhogen van 28 naar 40 procent van het totaal. Met dat bedrag is voor universiteiten 300 miljoen euro gemoeid, waarvan 250 miljoen euro zou gaan naar universiteiten met bèta- en techniekstudies. Bèta en techniekstudies zouden ook 60 miljoen euro voor een sectorplan kunnen krijgen.

Tegelijkertijd zou er 100 miljoen euro per jaar uit de tweede geldstroom van onderzoekssubsidies naar het eigen onderzoeksbudget van de universiteiten (eerste geldstroom) overgeheveld worden. Universiteiten zouden met 50 miljoen en hogescholen met 260 miljoen gecompenseerd moeten worden voor gemiste inkomsten door studenten die uit andere opleidingen overstappen. De instellingen zouden meer kunnen doen als ze hun geld minder zouden oppotten. De honderden miljoenen aan besparingen die de opheffing van de basisbeurs gaat opleveren zouden al eerder naar het hoger onderwijs kunnen gaan.

Door alle maatregelen bij elkaar zou de netto verschuiving van inkomsten komende twee jaar beperkt blijven tot 70 miljoen, 1,7 procent van het totaalbudget voor universiteiten. Voor hbo is de verschuiving 0,7 procent van de rijksbijdrage.

Doorgeschoten concurrentie

Vooral bij universiteiten daalden de inkomsten per student. Van 2011 tot 2017 steeg het aantal inschrijvingen van studenten aan universiteiten drie keer zo hard als de rijksbijdrage. Door meer studenten te trekken, hopen universiteiten het verlies te compenseren. „Een instelling die niet kiest voor groei, snijdt zichzelf in de vingers”, aldus het rapport.

In 2022 is de vraag naar hoogopgeleiden in de bèta- en technieksectoren bijna twee keer zo groot als de uitstroom bij die faculteiten. Volgens de commissie „is het ook van belang om opleidingen (met veel studenten) onder de loep te nemen die al jaren een slechte aansluiting op de vraag van de arbeidsmarkt kennen en aanhoudend slechte arbeidsmarktvooruitzichten hebben”.

Lees ook dit interview met oud-staatssecretaris Martin van Rijn: ‘Je kunt niet alles overeind houden in hoger onderwijs’

Van Engelshoven vindt dat in het huidige stelsel „de concurrentie om de student is doorgeschoten. Die heeft ook een opdrijvend effect gehad op de internationalisering. Die doorgeschoten concurrentie moet beheersbaar gemaakt worden.”