Recensie

Recensie Theater

Theo Maassen demonstreert als voorvechter van de witte man vooral zijn onmacht

Cabaret In zijn tiende cabaretprogramma, ‘Situatie gewijzigd’, neemt Theo Maassen het op voor de witte man, die volgens hem in het verdomhoekje zit.

Theo Maassen op de apenrots in ‘Situatie gewijzigd’
Theo Maassen op de apenrots in ‘Situatie gewijzigd’ Foto Erik Smits
    • Ron Rijghard

Het zijn andere tijden, stelt Theo Maassen aan het begin van zijn tiende cabaretprogramma, dat hij dan ook Situatie gewijzigd heeft genoemd. De tijden zijn veranderd voor hem, als witte, heteroseksuele man van middelbare leeftijd (52) en als grappenmaker. Waarbij hij aangeeft, „om misverstanden te voorkomen”, dat we hem kunnen vertrouwen bij racistische en seksistische grappen. Om dat te illustreren vuurt hij er meteen een paar doeltreffend af.

Vervolgens bouwt Maassen een uitgebreid betoog op waarin hij aanvoert dat de witte man zich in een benarde positie bevindt en volkomen ten onrechte wordt aangevallen. Dat verkondigt hij vanaf de blokkenvormen op het toneel, waarin je een apenrots kan zien. Is hij, omdat hij hoort tot de groep met de meeste macht, dan ook meteen een soort van dader, vraagt Maassen zich af. Want al die andere mensen, vrouwen en minderheden, willen maar al te graag slachtoffer zijn, valt hem op.

Dat klinkt allesbehalve origineel, maar kennelijk is het wat Maassen heeft opgestoken van alle discussies de laatste jaren over hoe verschillende bevolkingsgroepen met elkaar omgaan. De witte man is tot zondebok gekozen, stelt hij, en hij verdomt het om een zondebok te zijn.

Vrouwen moeten ook niet zeuren, zegt Maassen, want seks is macht

Maassen gaat in het defensief en verzet zich met teksten die in zwang zijn bij rechtse trollen op Twitter, inclusief vergeelde sjablonen als ‘Je mag niks meer zeggen’ en ‘Ik ben niet wit, maar lichtbeige’. Tot twee keer toe verkondigt Maassen, een man met een uitverkochte theatertournee en interviews in alle kranten, dat hem gezegd is zijn mond te houden.

Veelzeggend voorbeeld in het genre van de drogreden is zijn idee dat het gelijk oversteken moet zijn tussen zwarte en witte mensen. Als ‘zij’ iets mogen, dan moet hij het ook mogen doen. Ter illustratie haalt hij een uitspraak aan van actrice Romana Vrede bij Zomergasten, die zei: „De tijd van wit Nederland is voorbij.” Maar stel dat hij als witte acteur in Tanzania op tv zou roepen: ‘De tijd van zwart Tanzania is voorbij!’ Dat zou absurd zijn, is zijn suggestie.

Waar moet je beginnen om uit te leggen hoe misplaatst die vergelijking is? Hier laat de advocaat van de witte man zich in zijn racistische kaarten kijken door in een Nederlandse vrouw het equivalent van een Tanzaniaanse te zien, alleen omdat ze zwart is. En heeft Tanzania ooit een wit land gekoloniseerd om vervolgens witte mensen uit hun ex-kolonie te behandelen als tweederangsburgers? En zou het niet fair zijn om de uitspraak van Vrede op waarde te schatten, namelijk als de suggestie dat de tijd voorbij moet zijn dat witte Nederlanders geen plaats bieden aan minderheden?

Op dezelfde karikaturale wijze gaat Maassen de verschillen tussen mannen en vrouwen te lijf. Humor mag dan ontstaan door reductie van de werkelijkheid, de schijntegenstellingen en botte typeringen van Maassen leveren voornamelijk platte grappen op. Vrouwen moeten ook niet zeuren, zegt hij, want seks is macht en dus hebben vrouwen superveel macht.

Mannen doen er namelijk alles aan om door vrouwen aardig te worden gevonden, aldus Maassen. Mannen adoreren vrouwen! Dat is goed nieuws voor de Nederlandse vrouw, van wie volgens de cijfers meer dan de helft tijdens hun leven seksueel misbruikt wordt. Maassen voltooit zijn troebele puberfantasie over vrouwen die op een voetstuk worden gezet met grappen over de „geweldige vagina”, waarbij mannen „dat heerlijke karakter” op de koop toe nemen.

Reactionair

Wat je als toeschouwer kan denken van de primitieve en reactionaire opvattingen van Maassen in Situatie gewijzigd staat los van de vraag of hij het meent. Het is theater, dus het is niet ondenkbaar dat dit programma een act is en Maassen met verve de rol speelt van het archetype van de Eendimensionale Witte Man. Dat zou een stijlbreuk zijn, want Maassen was nooit eerder een cabaretier die een maskerade een voorstelling lang volhoudt (zoals Wim Helsen).

In zijn programma’s speelde Maassen wel typetjes, maar altijd rond een zo authentiek en naturel mogelijke uitbeelding van zijn bezorgde, boze ik. Ook dit optreden biedt weinig ruimte voor ambivalentie of voor het idee dat hij speelt met ironische distantie (zoals Daniël Arends). Hardop peinst hij dat hij graag een oude wijze man zou zijn, terwijl hij zich zoals gebruikelijk gedraagt als de pestkop op het schoolplein die denkt dat hij slimmer is en weet dat hij met zijn sarrende grappen de lachers op zijn hand heeft. Hij is met overgave de aap op de rots.

Het komisch effect van zijn pesterijen is wisselend. Maassen heeft geenszins zijn talent verloren om achtkaraatsgrappen en sterke oneliners af te leveren. In technisch opzicht is hij ijzersterk. Zijn timing en tekstbehandeling zijn puntgaaf en verschillende keren toont hij zijn vermogen tot verrassende wendingen. Als geen andere cabaretier kan hij zijn ongemak uitschreeuwen en de spanning opvoeren met verzenuwde gebaren en zijn ogenschijnlijk op knappen staande lijf. Maar Situatie gewijzigd bevat ook verontrustend veel flauwigheden voor een cabaretier van zijn kaliber.

Lees ook dit profiel bij de vorige voorstelling van Theo Maassen: Een gekweld satiricus

Mainstream

Maassen lijkt steeds minder te gedijen bij het concept dat een cabaretprogramma wordt gedragen door een centraal idee. In zijn vorige show, Van kwaad tot erger, deed hij een halfslachtige poging iets over de islam te zeggen, terwijl hij met oubollige argumenten zijn eigen religie, de humor, verdedigde. Ook toen zocht hij al zijn toevlucht in veel grappen over vrouwen. Zo beweegt de voormalige rebel zich steeds meer richting de mainstream en klinkt hij allengs minder subversief.

Wat Maassen in zijn rol van voorvechter van de witte man demonstreert, is onbestemde angst, lichtgeraaktheid en onmacht. Al die onmacht komt samen in zijn redenering dat de witte man toch ook veel goede dingen heeft gedaan. Uitvoerig somt hij de verdiensten op van kunstenaars, denkers en uitvinders, allen witte mannen. Dat kun je zeggen, als je voor het gemak vergeet dat die witte man overal op aarde volkeren uitmoordde en dat hij, om iets te noemen, pas een halve eeuw geleden de Nederlandse vrouw ‘handelingsbekwaam’ achtte (wat haar bijvoorbeeld het recht gaf een eigen bankrekening te openen).

Blind voor de geschiedenis betoogt Maassen dat de verdiensten van de witte man een schouderklopje verdienen. Hartstochtelijk. Tevergeefs.