Kabinet zet zich schrap tegenover China

China-strategie China wil een dominante wereldspeler worden en heeft een plan om dat te bereiken. Tijd voor een Nederlandse positiebepaling.

Reclame voor het Chinese Huawei op een flatgebouw in Rotterdam. Het kabinet wil dat China stopt met staatssteun aan bedrijven omdat die leidt tot oneerlijke concurrentie.
Reclame voor het Chinese Huawei op een flatgebouw in Rotterdam. Het kabinet wil dat China stopt met staatssteun aan bedrijven omdat die leidt tot oneerlijke concurrentie. Foto Marc van der der Stelt/HH

Met de woensdag gepubliceerde ‘China-strategie’ heeft het kabinet zichzelf een lange to-do-list gegeven. China is geen bondgenoot en geen vijand, maar inmiddels wel zo groot dat Nederland er niet omheen kan positie in te nemen. Die positie zal per onderwerp verschillen en steeds een nieuwe afweging van belangen zijn.

In de relatie met China stelt Nederland zich „constructief-kritisch” op: samenwerken op gebieden waar het kan, zoals de technologische ontwikkeling van de landbouw en armoedebestrijding. En kritisch waar nodig. Die lijst is langer: de staatssteun aan Chinese bedrijven, gedwongen technologie-overdracht door bedrijven in China, (cyber)spionage, wapenbeheersing, zorg voor het milieu, mensenrechten en de machtsverhoudingen op het wereldtoneel.

Ook ten aanzien van Nederlandse burgers, bedrijven en instellingen ziet het kabinet een verantwoordelijkheid: er moet gewerkt worden aan „weerbaarheid” en „bewustwording” over China’s ambities en methodes.

Over Huawei hakt het kabinet in het document geen knoop door

Zo moeten universiteiten en hogescholen beseffen dat Chinese collega’s misschien meer kennis komen halen dan brengen. En middelbare scholen dat de taalcursussen die Confucius-instituten verzorgen een eenzijdig, door de Communistische Partij ingegeven beeld van China presenteren. En op rijksniveau komt er een netwerk van experts die de departementen moeten helpen om China beter te begrijpen.

Lees ook: Binnenlandse groei Chinese economie zwakt nu ook af

Aan het document Nederland-China: een nieuwe balans is een jaar lang gewerkt. Er zijn ruim honderd experts voor geraadpleegd. Acht bewindspersonen waren betrokken bij de totstandkoming. Het resultaat is vooral een wake up-call. De boodschap: China wil een dominante wereldspeler worden en heeft een plan om dat te bereiken. Zo wil het vooroplopen op het gebied van hoogwaardige technologie, zijn fysieke verbindingen uitbreiden via de Nieuwe Zijderoute en zijn eigen waardensysteem een gangbaar alternatief maken voor dat van het liberale Westen. Dat raakt Nederland op allerlei terreinen. Daarom ontkomt Nederland er niet aan om het machtsspel mee te spelen.

Huawei

Er staan ook veel dingen niet in het stuk. Het heetste hangijzer in de relatie met China is de ruimte die telecombedrijf Huawei wel of niet krijgt om hier het supersnelle internet 5G aan te leggen. Nederland staat onder druk van de Verenigde Staten om Huawei te weren wegens vermoedens van spionage, maar overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt. Over Huawei wordt in het document geen knoop doorgehakt: het kabinet heeft eerder besloten de kwestie door een aparte werkgroep te laten behandelen.

Vooral blijft vaak onduidelijk welke concrete stappen het kabinet wil nemen om het nieuwe evenwicht bij China af te dwingen. „Een vijfjarenplan opstellen” heeft geen zin, schrijft het kabinet, daarvoor is de situatie te complex. Maar ook op deelgebieden blijven de voornemens vaak onuitgewerkt.

Zo wil het kabinet dat Beijing stopt met de staatssteun aan Chinese bedrijven, omdat die tot oneerlijke concurrentie met buitenlandse ondernemingen leidt. Maar een concreet plan hiervoor ontbreekt. Een ander voorbeeld: om China zover te krijgen dat het meer doet tegen klimaatverandering, blijft Nederland „de dialoog aangaan” en om Chinese maatregelen vragen. Dat klinkt niet erg doortastend.

Lees ook: Stef Blok: zonder de EU kunnen we China niet aan

De oplossing wordt vaak gezocht op Europees niveau. Als geheel is de EU de grootste handelspartner van China. Dat moet gewicht in de schaal leggen bij het sluiten van handelsakkoorden of het optreden tegen cybercriminaliteit. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat „een effectieve en eensgezinde EU een uitdaging blijft”.

Dat Italië een vergaande samenwerking met Beijing is aangegaan op het gebied van de Nieuwe Zijderoute, bijvoorbeeld, maakt het moeilijk om samen kritisch te zijn op de politieke invloed die China kan verkrijgen over deelnemende landen. Daarom spreekt het document veel over „gelijkgezinde landen”: als het niet lukt om EU-brede afspraken te maken, kan Nederland allianties sluiten met landen als Japan, Australië, Canada en de Verenigde Staten.

Het woord ‘mensenrechten’ valt wel vijftig keer in het document. Dat is niet omdat Nederland zich sterker dan voorheen gaat inzetten voor de Tibetanen; hun naam valt niet in het stuk. Wel noemt het kabinet de „schrijnende situatie” van de overwegend islamitische Oeigoerse minderheid een voorbeeld van de verslechterende mensenrechtensituatie in China.

Belangrijker vindt het kabinet dat China, door zijn groeiende invloed op het wereldtoneel steeds meer steun vindt voor zijn eigen waardensysteem: daarin is economische ontwikkeling belangrijker dan individuele rechten als vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en privacy en heeft democratie een heel andere betekenis dan in Europa. Twee jaar geleden lukte het de EU al niet meer om eensgezind de mensenrechtensituatie in China te veroordelen, omdat Griekenland weigerde.

Daar komt bij dat China probeert om kritische tegengeluiden te weren, via zakenmensen, diplomaten en academici die buitenlandse publicaties ten gunste van China moeten beïnvloeden. Nederland en andere landen die pal staan voor de Universele verklaring voor de rechten van de mens, „komen zo in de verdediging terecht”.

Dat duidt op een omkering van rollen: niet China moet uitleggen waarom het de Tibetanen marginaliseert, maar westerse landen moeten uitleggen waarom ze zich bemoeien met interne aangelegenheden. Dat doet China toch ook niet?

„Als de wereldwijde definitie van mensenrechten verandert, kan dat gevolgen hebben voor hoe anderen met onze rechten omgaan”, schrijft het kabinet. De analyse is glashelder. De contouren van de oplossing zijn er nu ook. De uitwerking daarvan is de volgende stap.

Commentaar pagina 17