Opinie

Je bent geen loser als je gaat werken na het vwo

Onderwijsblog Zelfs als havo- of vwo-leerlingen niet van boeken lezen houden, komt het niet in ze op dat studeren niet hoeft, ziet geschiedenisdocent Vincent Fiddelaar.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Mei is de maand van de centrale schriftelijke eindexamens. Voor de jongeren die een havo- of vwo-diploma halen, breekt na een lange zomervakantie vervolgens een nieuwe tijd aan in het hoger onderwijs. Ze worden in het examenjaar al min of meer gedwongen na te denken over wat ze willen met hun diploma. Voor de eindexamens beginnen, moeten ze zich bij veel opleidingen al hebben ingeschreven. Om leerlingen te helpen met het maken van die keus moeten er lessen loopbaanoriëntatie (LOB) gevolgd worden. Er zijn vragenlijsten om erachter te komen welk beroep het best bij iemand past of waar zijn of haar interesse ligt. Ook tijdens mentorgesprekken wordt hier aandacht aan besteed.

De moeilijkheid van deze tijd is het enorme aantal studies waaruit kan worden gekozen. Er zijn nogal wat universitaire en hbo-studies bij gekomen de laatste tien jaar. Dat leidt bij sommigen tot keuzestress. Wat wil ik nou eigenlijk de rest van mijn leven, welk beroep wil ik uitoefenen? Belangrijke vragen, die bepalend zijn voor de keuze van een vervolgstudie. Als docent in het vavo (volwassenenonderwijs) voer ik daar elk jaar gesprekken over met leerlingen. Soms vraag ik ze of ze wel van studeren houden, van dikke boeken lezen, onderzoek doen en verslagen schrijven. En dat vier jaar lang. En dan zie ik soms de twijfel in hun ogen. Toch zeggen ze: „Ja, maar als ik een studie doe die mij echt interesseert, dan ga ik er wel voor.”

Twijfelaars

Wat mij opvalt, is dat andere opties na het behalen van een diploma niet of nauwelijks aandacht krijgen. Nooit zegt een leerling tegen mij te gaan werken. Vrienden in hun omgeving zijn ook met een studie begonnen en ze willen niet achterblijven, niet achterlopen. Dat gevoel hebben veel leerlingen in het ‘tweedekansonderwijs’ toch al. Maar ze zien ook dat velen in hun omgeving inmiddels alweer gestopt zijn met hun studie.

Twijfelaars adviseer ik vaak een tussenjaar als ze het nog niet zeker weten. Ga reizen, werken in Nederland of in het buitenland, eventueel als au pair. Leer of ontwikkel je in een vreemde taal en denk ondertussen na over wat je verder wilt. En laat het idee los dat je de rest van je leven het werk zult moeten doen waar je voor bent opgeleid, want de praktijk is vaak anders. Dat reisadvies vloeit voort uit mijn eigen leven.

Veel studenten stoppen al in het eerste jaar met hun studie; op het hbo valt 15 procent uit en switcht eenvijfde. Studenten met een mbo-diploma die doorgaan op het hbo hebben het hoogste uitvalpercentage. Van cohort 2013 is na vijf jaar vijftig procent van de studenten afgestudeerd. Dus met een jaar vertraging. Daar wordt niemand beter van. Studie-uitval kan leiden tot een verlies aan zelfvertrouwen, een gevoel mislukt te zijn. Ook de maatschappelijke kosten hiervan zijn niet gering.

En nu? Misschien is het goed de drempel naar het hoger onderwijs verder te verhogen om het uitvalpercentage omlaag te brengen. Daarnaast is een cultuuromslag nodig: je bent geen loser als je geen hoger onderwijs hebt genoten. Ook de politiek zou minder nadruk moeten leggen op de noodzaak tot studeren in het hoger onderwijs. Niet iedereen kan dat of heeft daar genoeg discipline voor.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.