Jaarrekening van het Rijk was bijna afgekeurd

De Algemene Rekenkamer uitte woensdag flinke kritiek op de financiële jaarrekening van het kabinet.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën woensdag in de Tweede Kamer.
Minister Wopke Hoekstra van Financiën woensdag in de Tweede Kamer. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het had niet veel gescheeld of de Algemene Rekenkamer had de financiële jaarrekening van het kabinet-Rutte III over het jaar 2018 afgekeurd. Zonder een goedkeurende verklaring voor de zogeheten Rijksrekening kan het parlement geen decharge aan het kabinet verlenen. Dat zou grote juridische gevolgen hebben. De individuele ministers worden dan niet ontheven van hun verantwoordelijkheid voor het financieel beheer.

Dat zei Rekenkamer-president Arno Visser woensdagochtend bij de aanbieding van het Verantwoordingsonderzoek 2018 aan de Tweede Kamer. Visser sprak in zijn toespraak harde taal tegen het kabinet over de rechtmatigheid van zowel de inkomsten als uitgaven van de rijksoverheid, en over de bedrijfsvoering van de verschillende departementen.

„Voor het eerst in lange tijd naderen we de kritische grens.” Volgens de wet mag het kabinet in beperkte mate beleidsfouten maken; die mogen niet de zogeheten ‘tolerantiegrens’ van 1 procent overschrijden. Volgens de Rekenkamer zit dit kabinet daar wat betreft financiële verplichtingen in de Rijksrekening met 0,93 procent nét onder. Het scheelde maar 0,07 procentpunt of „we waren in een lastig parket terechtgekomen”, aldus Visser.

Regionale projecten

Als voorbeeld noemde Visser de subsidies die sinds vorig jaar worden verstrekt aan de zogenoemde regiodeals. Dat zijn regionale projecten, zoals de versterking van de industriële regio Eindhoven en achterstandswijk Rotterdam-Zuid. Omdat deze uitkeringen via het Gemeentefonds en het Provinciefonds lopen, mogen daar door het Rijk geen voorwaarden aan worden verbonden. Decentrale overheden mogen immers zelf bepalen waaraan ze de verkregen middelen precies besteden. Maar dat doet het kabinet wel. „Dit is in strijd met de Financiële verhoudingswet”, schrijft de Rekenkamer in het verantwoordingsrapport.

Volgens Visser is het voorbeeld van de gemaakte fouten met de regiodeals – waar de onrechtmatigheden oplopen tot ruim een half miljard euro – „actueel maar niet het enige voorbeeld”.

Visser voegde aan zijn bevindingen over vorig jaar een stevige waarschuwing voor komend jaar toe. Dan zal de Rekenkamer krachtens de nieuwe Comptabiliteitswet ook de tijdige communicatie door het kabinet aan de Tweede Kamer meewegen bij het onderzoek naar rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Het parlement, zo stelde hij, wordt lang niet altijd op tijd geïnformeerd over „beleidsmatige mutaties”. „Stelt u zich voor, dat deze eis dit jaar al had gegolden?”

Waar het gaat om de bedrijfsvoering van de departementen constateerde de Algemene Rekenkamer „meer problemen dan voorgaande jaren”. Om precies te zijn: er zijn 47 onvolkomenheden vastgesteld, met name bij de Belastingdienst en bij „hardnekkige problemen” rond ICT-beleid. „Dat blijft bij veel departementen een struikelblok”, aldus president Visser. Ter illustratie noemde hij drie ministers waar op het gebied van informatiebeveiliging „voldoende vooruitgang” is geboekt: „Die van VWS, van Sociale Zaken en van Economische Zaken & Klimaat. Ja. Daarmee heb ik ze echt allemaal genoemd.”

Correctie (15 mei 2019): In een eerdere versie van dit artikel was sprake van een verschil van „0,7” procent, waar „0,07” werd bedoeld. Ook werden procentpunten bedoeld, niet procenten. Dat is hierboven aangepast.