Recensie

Recensie Beeldende kunst

Hoofdtentoonstelling Biënnale: kunst in tijden van nepnieuws

Hoofdtentoonstelling Voor het eerst doen er meer vrouwen dan mannen mee aan de biënnale. Ook kunst van zwarte kunstenaars is goed vertegenwoordigd.

Christoph Büchels vluchtelingenboot Barca Nostra, waarop vele honderden migranten het leven lieten, op de kade van de Arsenale
Christoph Büchels vluchtelingenboot Barca Nostra, waarop vele honderden migranten het leven lieten, op de kade van de Arsenale Foto Italo Rondinella
    • Sandra Smallenburg

Is het vreemd om een minuut stilte te houden voor een kunstwerk? Zachtjes praten is in een museum vaak wel gepast. Maar wat als dat kunstwerk een massagraf is – een scheepswrak waarin naar schatting tussen de 700 en 1100 vluchtelingen het leven lieten? Dan kan je toch alleen maar sprakeloos zijn?

De Barca Nostra is het dodelijkste scheepswrak in decennia. Nooit eerder stierven op de Middellandse Zee zoveel mensen als op 18 april 2015, toen dit voormalige vissersschip zonk voor de Libische kust. De Zwitserse kunstenaar Christoph Büchel liet het wrak voor miljoenen euro’s naar Venetië verschepen en zette het op een voetstuk van stalen balken op de kade van de Arsenale, een van de hoofdlocaties van de Biënnale.

Schilderachtig rood en blauw steekt de romp nu af tegen het turquoise water van de voormalige marinewerf. Het is een klein schip: de migranten zaten met zijn vijven op een vierkante meter, als levende ballast opgesloten in het ruim. Grote gaten in het staal zijn de littekens van de aanvaring die de boot had met een Portugees schip dat op zijn noodsignaal was afgekomen. Slechts 28 mensen overleefden de ramp.

De Amerikaanse curator Ralph Rugoff, samensteller van de hoofdtentoonstelling, noemt het scheepswrak „het indringendste onderdeel van de biënnale”. Volgens hem is het één ding om de beelden te zien op televisie. „Maar wanneer je geconfronteerd wordt met het fysieke object, voel je heel andere sensaties. Hopelijk zet dat je aan het denken.”

Maar hier in de Arsenale, waar de boot pal voor de koffiebar is geparkeerd, lijkt niemand sprakeloos. Op het terrasje wordt gezellig gekeuveld en gegeten. Sommige voorbijgangers maken selfies met het schip. De Barca Nostra zou een indrukwekkend monument voor verdronken migranten moeten zijn, maar is in deze context een pijnlijk spektakelstuk.

Sprookjesstad

Het is een terugkerend probleem in sprookjesstad Venetië. Iedere twee jaar nodigt de Biënnale een stoet aan geëngageerde kunstenaars uit die hun welgemeende zorgen uitspreken over het wereldleed – dit jaar zijn naast het immigratievraagstuk ook klimaatverandering, de opkomst van nepnieuws en het toenemende nationalisme belangrijke onderwerpen. Tegelijkertijd is het publiek, zeker in de openingsweek, er ook voor het eigen plezier. Er moet genetwerkt en gefeest worden, er dienen Instagramwaardige foto’s te worden gedeeld.

Het voelt een beetje als dansen op de vulkaan, deze 58ste editie van de Biënnale van Venetië. Massaal vliegen we met onze rolkoffertjes naar de zinkende stad, om ons daar vervolgens te laven aan sombere toekomstvoorspellingen. Niet voor niets gaf Rugoff zijn tentoonstelling de ironische titel May You Live In Interesting Times mee. De spreuk, volgens de overlevering een Chinese vloek maar in werkelijkheid een verzinsel van een Britse diplomaat, werd in 1936 aangehaald door de Britse politicus Austen Chamberlain, toen hij de opkomst van het fascisme beschreef. Net als toen gaan we ook nu weer van de ene crisis naar de andere, aldus Rugoff. „Voor een tentoonstelling die gaat over hoe kunst kan functioneren in een tijdperk van leugens, leek me dit wel een toepasselijke titel.”

Passagier in een vliegtuigstoel, sculptuur van Yin Xiuzhen in de Arsenale

Foto Italo Rondinella

Het scheepswrak is het apocalyptische sluitstuk van de tentoonstelling, die in totaal 79 kunstenaars telt en zich uitstrekt over de honderden meters lange loodsen van de Arsenale. Het openingsstuk, de film 48 War Movies van Christian Marclay, is al net zo verontrustend. In een verduisterde zaal heeft de Amerikaanse kunstenaar 48 oorlogsfilms over elkaar heen geprojecteerd in een abstract grid. Alle 48 soundtracks spelen tegelijkertijd, waardoor er een gekmakende kakofonie ontstaat van sirenes, kogels, geschreeuw van soldaten, marsmuziek, fluitsignalen en gegil van kinderen. Het is een tunnel van geweld die eindeloos doorgaat en die tot ver in de tentoonstelling te horen is.

Bekijk ook deze interactieve kaart: De beste landenpaviljoens en tentoonstellingen van de Biënnale van Venetië

Talloze kunstenaars waarschuwen op deze tentoonstelling voor dat wat komen gaat. De Chinese Nabuqi maakte een billboard van een paradijselijk wit strand dat is omgevallen en is doorklieft door een plastic neppalm. Ernaast staat een reusachtige beeld van haar landgenoot Yin Xiuzhen van een vliegtuigstoel. De passagier heeft alvast de ‘brace’-positie aangenomen, anticiperend op de crash. En de Canadees Stan Douglas laat ons in sfeervolle beelden van een nachtelijk New York zien wat er mogelijk te gebeuren staat als de stroom uitvalt. Iemand speelt een potje patience bij kaarslicht, maar elders in de stad wordt flink geplunderd.

Geen dode kunstenaars

Anders dan voorgaande jaren, toen veel vergeten kunstenaars werden opgediept die postuum de eer kregen die ze verdienden, is er op deze biënnale geen werk van overleden kunstenaars te zien. Deze tentoonstelling gaat over het nu, met werken die vrijwel allemaal recent zijn gemaakt. Die urgentie voel je. Deze kunstenaars reflecteren op het nieuws dat we ook iedere dag in de kranten lezen.

De paradox van Venetië: kijken naar urgente beelden in een sprookjesstad

May You Live In Interesting Times is bovendien een inclusieve biënnale. Voor het eerst in de geschiedenis doen er meer vrouwen dan mannen mee en zijn zwarte kunstenaars goed vertegenwoordigd. Het mooie is dat die deelname vanzelfsprekend is. Werd er op vorige edities nog speciaal de aandacht gevestigd op kunst van minderheden of ‘outsiders’, nu zijn ze er gewoon, als succesvolle participanten in het kunstcircuit.

Zo vanzelfsprekend als het vroeger was dat portretten in musea blank waren, zo overheersen hier de gezichten en levensverhalen van zwarte helden. Tavares Strachan, geboren op de Bahamas, maakte in neonletters een ode aan de eerste zwarte astronaut, Robert Henry Lawrence Jr., wiens weduwe zelfs na zijn dood nog vele racistische brieven kreeg met teksten als: ‘Glad he is dead because now there will be no coons on the moon.’

Ode aan een zwarte astronaut, werk van Tavares Strachan

Foto Italo Rondinella

Henry Taylor aan het werk in de Arsenale

Foto Italo Rondinella

De Amerikaan Henry Taylor schildert zwarte helden om ze zo hun verdiende plek in de geschiedenis te geven – een techniek die ook door Iris Kensmil in het Nederlandse paviljoen wordt toegepast met portretten van zwarte feministen. Zo eert Taylor zijn collega-kunstenaars David Hammons en Glenn Ligon, maar bijvoorbeeld ook Carol Robertson, een van de vier meisjes die in 1963 omkwamen bij een bomaanslag op een kerk in Birmingham, Alabama.

Met name het eerste, sterke gedeelte van de tentoonstelling in de Arsenale voelt als een overwinning voor zwarte kunstenaars. Daar hangen onder meer de zelfportretten van de Zuid-Afrikaanse Zanele Muholi, die haar zwarte huidskleur nog eens extra heeft aangezet met zwarte verf. En daar toont de Amerikaan Kahlil Joseph zijn video BLKNWS, een soort nieuwszender die een positief beeld wil schetsen van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, met vrolijke YouTube-filmpjes en amateurbeelden van rollerskatende, basketballende en dansende mensen.

Zelfportret van Zanele Muholi in de Arsenale

Foto Italo Rondinella

Zijn collega en vriend Arthur Jafa draait het om, in zijn nieuwe film The White Album. Jafa hanteert dezelfde internet-surfstijl als Joseph, maar koos vooral beelden van haatdragende blanken. Hij begint zijn film met het oog van de sadistische Alex uit Kubricks klassieker A Clockwork Orange. Wat volgt is een stroom aan haatpredikers, van schietgrage militairen tot racistische YouTube-sterretjes. Er komen ‘white supremacists’ voorbij, onder wie Dylann Roof, die in 2015 negen mensen doodschoot in een kerk in Charleston. Maar er zijn – als kleine lichtpuntjes – ook close-ups van Jafa’s vrienden, die toevallig ook blank zijn.

Vijftig minuten lang houdt Jafa het publiek een spiegel voor – en er is vrijwel niemand die dat volhoudt. Het blijft een moeilijke paradox op deze prangende biënnale: je wilt je ogen niet sluiten voor wat er in de wereld gaande is, maar wegkijken is makkelijker.