President Arno Visser van de Algemene Rekenkamer woensdag bij de presentatie van het Verantwoordingsonderzoek 2018.

Foto LEX VAN LIESHOUT/ANP

‘Het wordt pas sexy als het fout gaat’

Arno Visser President Algemene Rekenkamer

Woensdag was weer ‘gehaktdag’ in de Tweede Kamer: ook wel Verantwoordingsdag. De president van de Algemene Rekenkamer wil „kijken naar de werkelijkheid áchter de jaarverslagen”.

Arno Visser heeft weinig woorden nodig om zijn punt te maken. Je moet alleen goed luisteren. Bij de aanbieding van het jaarlijkse Verantwoordigingsonderzoek woensdag in de Tweede Kamer somde de president van de Algemene Rekenkamer „álle ministers” op die in zijn ogen goed bezig zijn op het gebied van ICT-beleid.

Hij noemde er drie.

„Ik koos voor het kortste rijtje”, zegt hij even later op zijn werkkamer aan het Lange Voorhout. „Er zijn echt maar drie ministers die zich aan de afspraken houden over beveiliging van digitale informatie. In deze tijd van datalekken, digitale spionage en hacken is dat geen klein onderwerp. Dat moet Chefsache zijn.”

Op – traditioneel – de derde woensdag van mei komt de president van de Rekenkamer met zijn oordeel over het gevoerde regeringsbeleid in het voorgaande jaar. In het Verantwoordingsonderzoek toetst de Rekenkamer de jaarrekeningen van alle departementen die het kabinet op deze dag aan de Tweede Kamer aanbiedt. Zijn alle overheidsfinanciën rechtmatig besteed? En werken de ministeries wel doelmatig genoeg?

Lees ook: Jaarrekening van het Rijk was bijna afgekeurd

Zonder hen bij naam te noemen mag president Visser, zelf voormalig Kamerlid voor de VVD, op deze Verantwoordingsdag verschillende bewindspersonen graag rechtstreeks aanspreken. Zo spreekt hij met enig dédain over minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA), die het probleem van het versterken van de politie maar niet lijkt te willen erkennen. Die beloofde vorig jaar 480 meer inzetbare politie-agenten. Dat is volgens de Rekenkamer niet gelukt. De „operationele sterkte” is in 2018 zelfs gedaald. Zo gaat de minister zijn beloften ook de komende jaren niet waarmaken. Grapperhaus had volgens Visser een „opvallende” reactie. „Hij noemt onze conclusie voorbárig!”

Ook minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) krijgt kritiek. Hij mocht van de Tweede Kamer honderden miljoenen steken in het verlagen van de werkdruk in het basisonderwijs – een voorstel uit het Regeerakkoord. Voor de besteding van de eerste tranche van 237 miljoen euro waren duidelijke afspraken met de scholen gemaakt. Die mochten wat experimenteren om te ontdekken wat de meest effectieve investeringen zouden zijn. Visser, met verbaasde blik: „Op het moment dat wij er in februari achter kwamen dat die afspraken niet allemaal werden nageleefd, werd ook de tweede tranche [van nog eens 193 miljoen, red.] ineens al uitgekeerd.”

Dan een standje voor minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD). Zij onderschat de urgentie van het achterstallig onderhoud aan (vaar-)wegen en bruggen. Sterker: het jaarlijkse budget dat aan beheer en onderhoud van bijvoorbeeld het hoofdvaarwegennet wordt uitgegeven is met een kleine 300 miljoen euro veel lager dan de waslijst aan onderhoudswerkzaamheden dat door Rijkswaterstaat is uitgesteld, ter waarde van ruim 400 miljoen. Visser: „De onderhoudsproblematiek is urgenter en ernstiger dan uit het jaarverslag van I&W blijkt”.

Met het laatste voorbeeld, wil Visser illustreren wat het bestaansrecht van zijn instituut is. „We kijken niet alleen naar jaarverslagen. Wij onderzoeken de werkelijkheid daarachter. Daar hebben we bij de Rekenkamer zo’n 200 onderzoekers voor. We duiken diep in de organisaties en daar zijn we dan maanden mee bezig.”

Achterstallig onderhoud

Deze editie van Verantwoordingsdag gaat over het eerste volle jaar van Rutte III, het kabinet dat na jaren van bezuinigingen weer meer geld te besteden had. Voor 2018 was er 5 miljard euro extra uitgetrokken voor onder meer het onderwijs, de verpleegzorg, infrastructuur en de krijgsmacht. Uit het jaarverslag van minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) blijkt dat die plannen lang niet allemaal gelukt zijn.

De kern van de kritiek van de Rekenkamer is niet dat het kabinet zijn ambities niet waarmaakt, maar dat het kabinet alweer nieuwe uitgaven wil doen terwijl er nog zoveel achterstallig onderhoud is.

Wat bedoelt u met achterstallig onderhoud?

„Dit speelt overal in de publieke sector: bij bruggen en sluizen, maar ook bij IT-systemen, bij uitkeringsinstantie UWV, de Belastingdienst, in de ondersteuning op departementen en bij Defensie. Veel afdelingen en stafdiensten zijn onderbezet. De continuïteit van de dienstverlening staat ter discussie.

Neem de inkoop bij Defensie of bij Rijkswaterstaat. Dat is specialistisch werk. Er zijn ongelooflijk veel ingewikkelde regels, over Europees aanbesteden bijvoorbeeld. Als je dat onder hoge druk moet doen met weinig mensen, dan is de kans op fouten groter. Dat zien we steeds vaker en hardnekkiger. Daarom vinden wij het eigenlijk niet zo erg dat er geld op de plank blijft liggen.”

De rekening van de bezuinigingen op Defensie komt nu

Arno Visser president Rekenkamer

Heeft de publieke sector dan nog steeds last van bezuinigen van vorige kabinetten?

„Ja, we zien de consequenties tot op de dag van vandaag terug. Met de kaasschaaf in de hand werd gezegd: je moet hetzelfde doen met minder mensen en minder geld. Is dat gelukt? Nee.

Er is bezuinigd op het onderhoud van bruggen, wegen en vaarwegen. De redenering was: als we minder geld geven, gaat Rijkswaterstaat vanzelf doelmatiger werken. Het resultaat is dat Rijkswaterstaat pas repareert als er iets kapot is. Terwijl onderhoud bedoeld is om iets te repareren vóór iets kapot is. Neem de Merwedebrug. Die werd in 2016 kort voor de technische levensduur zou eindigen gewoon gesloten.”

Dat doet denken aan de ingestorte brug bij Genua.

„Dat woord ga ik niet in de mond nemen maar ik snap wat je bedoelt.”

Dit klinkt gevaarlijk.

„Nou nee, hier worden wegen waar het fout dreigt te gaan afgesloten of er komen snelheidsbeperkingen.”

Er ligt dus geld op de plank en tegelijkertijd is er een tekort?

„Juist. Dat is het dubbele beeld van ons verantwoordingsonderzoek. Er is geld voor nieuwe infrastructuur, maar dat wordt niet uitgegeven. En tegelijkertijd is er geld nodig voor het onderhoud van bruggen en wegen die er al liggen. Daar is géén geld voor. Gaan we dat nieuwe geld aanwenden voor nieuwe dingen of gaan we het gebruiken voor achterstallig onderhoud? De publieke dienstverlening is een kostbaar bezit. Je moet oog hebben voor dat we hebben opgebouwd. Maar dat is niet sexy. Het wordt alleen sexy als het fout is gegaan.”

Mist u een standvastig idee van wat de basale dienstverlening van de overheid moet zijn?

„Waar wij mee zitten is: wie bewaakt het totaal? Wie zegt bijvoorbeeld: deze bruggen en wegen zijn belangrijk voor de komende dertig jaar en die gaan we dus goed onderhouden. Wie zegt: deze mate van dienstverlening en kwaliteit willen behouden? Pas als er geld over is, kunnen we extra dingen doen.

Er is te gemakkelijk gezegd: we halen het vet van de botten. Terwijl we in heel veel gevallen al op de botten zaten of in de spieren sneden.

We pronken in de hele wereld met onze maritieme werken, en tegelijk krijgen we een sluis in Limburg niet meer aan de praat, die schippers moeten omvaren, dat zorgt voor economische schade.

Bij Defensie laten we voertuigen in de sneeuw staan omdat er geen garage is. Defensie heeft 11.000 gebouwen.

Als we vijftien jaar geen geld hebben voor onderhoud, krijg je een keer de rekening gepresenteerd. De rekening van die bezuinigingen komt nu. Dat is de kern: gaat het kabinet iets nieuws bestellen of achterstallige rekeningen betalen?”