Frankenthaler bevrijdde zich van het kubisme

Abstract Expressionisme NRC tipt tentoonstellingen die met de Biënnale in Venetië te zien zijn. Helen Frankenthaler liet sluiers van verf in elkaar grijpen en bevrijdde zich op die manier van het heersende kubisme.

Helen Frankenthaler, Snow Basin, 1990
Helen Frankenthaler, Snow Basin, 1990 Foto Robert McKeever

Het is wonderlijk hoe vaak verhalen over Helen Frankenthaler (1928-2011) een verband leggen met Jackson Pollock, want in haar tentoonstelling vallen vooral de verschillen op. Ja, het kwam door schilders als Pollock dat ook zij het abstract expressionisme begin jaren vijftig omarmde. Maar ze vond een verstilling in het werk dankzij een eigen techniek, door verf in plassen op schildersdoeken te gieten. Met sponzen en wissers stuurde ze deze de juiste kanten uit, resulterend in sluiers van verf die in elkaar grijpen.

Op die manier bevrijdde ze zich van het nog altijd heersende kubisme. Met die omschakeling begint haar tentoonstelling in Palazzo Grimani. Deze kleine presentatie, veertien schilderijen, begint met die zoekende jaren. Dat zijn niet haar beste werken. Ze zijn nog te studieus. Wat volgde, is grandioos.

Dat komt doordat die eigen techniek gelijk kwam te staan met een eigen esthetiek. De kleurplassen ontmoetten elkaar, vloeiden over, waarna ze dit groffe werk afmaakte met details. Verfdruppels, strepen, soms een gebaar van een duim die ergens langs moest. Het klinkt alsof ze de verf al het werk liet doen, maar die grote gebaren mengde ze met finesses tot een prachtig evenwicht. Durf en detail maken het tegelijk groots en fijngevoelig, ook in haar latere werken. Zelfs het met goudverf gevulde Brother Angel uit 1983 is allesbehalve zwaar of bombastisch, maar een sereen universum waarin lichte toetsen elkaar ontmoeten.