Opinie

Doris Day en de mannen

Frits Abrahams

Lang geleden kocht ik in een antiquariaat Her Own Story, de biografie van Doris Day uit 1975, geschreven door A.E. Hotchner, schrijver van twee boeken over zijn vriend Ernest Hemingway. Day had een van die boeken bewonderd en wilde graag Hotchner als biograaf, maar die aarzelde. Zat er wel een goed boek in die zo hinderlijk opgewekte vrouw van het filmdoek?

„Jij denkt dat het alleen over rozengeur en maneschijn zal gaan?” vroeg Day tijdens de kennismaking. Ze legde uit dat ze juist van haar zoetige imago afstand wilde nemen. De volgende dag vertelde ze in tranen: „Ik had drie huwelijken, en elk huwelijk was een bittere teleurstelling. (…) Ik moest het slechte huwelijk van mijn ouders doorstaan en het bizarre gedrag van mijn vader. Op mijn zestiende verdiende ik de kost door met een band op tournee te gaan, op mijn zeventiende was ik getrouwd en onmiddellijk zwanger van een man die (…) oh, God, how sick he was!” Die man, de muzikant Al Jorden, sloeg haar herhaaldelijk in elkaar toen ze zwanger was en ze de abortus weigerde die hij eiste.

Vanaf dat moment wist Hotchner dat hij een goed boek over haar kon schrijven. En zo geschiedde. Zelden is er met medewerking van de betrokkene zo’n openhartig boek over een beroemde ster geschreven. Doris Day had iets te vertellen.

Ik was vooral in de zangeres Doris Day geïnteresseerd, meer dan in de actrice van al die honingzoete films. Ze kon voortreffelijk zingen met haar zilverachtige, later ietwat hese stem, al was het jammer dat de commercie haar steeds meer van de jazz naar de easy listening duwde. Zelf hield ze het meest van acteren; vooral aan het zingen in zalen en voor de radio had ze een hekel.

Uit Hotchners boek komt ze tevoorschijn als een vrouw die in grote delen van haar leven diep ongelukkig was. Het eerste huwelijk was een ramp, het derde – met Marty Melcher – liep uit op een financieel fiasco omdat hij haar, samen met een zakenpartner, beroofde van haar vermogen en haar na zijn dood achterliet met een forse schuld.

Het was des te wranger omdat ze van Melcher veel had gehouden en te laat ontdekte hoe hij met haar geld omging. Voor ons als lezer had deze financiële ramp één voordeel: het was ongetwijfeld de reden waarom ze die biografie wilde.

Ze werd ook nog een poosje gestalkt door een impresario, die vergeefs verliefd op haar was en haar uit frustratie op een hotelkamer aanrandde. De grootste schok van haar leven, zoals ze het zelf noemde, kwam in 2004 toen haar zoon Terry, een bekende platenproducer, stierf. Ze leefde toen al geruime tijd met haar geliefde honden een teruggetrokken leven.

Haar vierde huwelijk, kort na de publicatie van haar biografie afgesloten, duurde niet langer dan zes jaar. Haar man, een maître d’hôtel, klaagde dat ze meer van haar dieren dan van hem hield. „Ik denk dat het seksleven van mijn moeder helaas weinig heeft voorgesteld”, zei haar zoon eens.

Zo werd Doris Day een van de vele zangeressen (Callas, Fitzgerald, Springfield, Winehouse, Warwick) met een ongelukkig liefdesleven. Misschien dat ze er juist daarom zo goed over kon zingen. Luister maar op YouTube naar ‘I’m Confessin’ That I Love You’ uit 1964: „I’m afraid some day you’ll leave me / saying: can’t we still be friends? / If you go, you know you’ll grieve me.

Correctie (16 mei 2019): In een eerdere versie van deze column werd de muzikant Al Jorden foutief Al Jordan genoemd. Dat is hierboven aangepast.