Donny van de Beek

Foto Soccrates

De emoties zijn talrijk bij de eerste titel van Van de Beek

Donny van de Beek Donny van de Beek vormde bij Ajax een onafscheidelijk duo met Abdelhak Nouri.

Hij scoorde tegen Juventus, in de kwartfinale Champions League. Keek-ie naar het scorebord: 34ste minuut. „Sommige dingen... Soms bestaat toeval niet”, zegt Donny van de Beek (22).

Hij wil best over Abdelhak Nouri praten. „Een paar vragen is prima”, zegt hij. „Niet te veel.” Het is dinsdagmiddag, persdag op trainingscomplex De Toekomst. Zijn zaakwaarnemer, Guido Albers, had al gezegd dat praten over Nouri hem tegenwoordig beter afgaat.

Van de Beek ziet de titel als een eerbetoon aan Nouri. „Dubbel prachtig”, noemt hij dit kampioenschap. „Ik heb daar vaak over nagedacht. Het is de 34ste voor Ajax, de eerste keer voor mij.”

Lees ook: De topclubs azen nu ook op Donny van de Beek

Door de titelroes van Ajax loopt de tragiek van het troetelkind dat niet meer opstaat. Ze gingen verder, ze beleefden jongensdromen. En Nouri lag daar. Vorig seizoen werd Jong Ajax kampioen van de eerste divisie, dat was voor ‘Appie’. Nu is het eerste elftal landskampioen, de emoties zijn talrijk.

Bij Noussair Mazraoui, die in de zomer wel eens kwam logeren bij Nouri als diens ouders naar Marokko waren. Hij was het die zich als eerste over Nouri boog op dat veld in Oostenrijk en vroeg: ‘Gaat het Appie?’ Hakim Ziyech sliep met Nouri op een hotelkamer op dat trainingskamp, in juli 2017. Hij keerde terug naar een leeg vertrek. Geen Appie, wel zijn spullen.

En Van de Beek, die met Nouri een onafscheidelijk duo op sportcomplex de Toekomst was. Dus ja, de cijfercombinatie ‘3’ en ‘4’ betekent veel. In de kleedkamer hingen zijn spullen, rugnummer 34, al niet meer sinds de zomer. Een jaar na het drama was Nouri officieel selectielid af.

De familie Van de Beek uit Nijkerkerveen is vergroeid met de familie Nouri uit het Amsterdamse Geuzenveld

In het begin ging Van de Beek vaak langs bij zijn vriend, die in een staat van laag bewustzijn in een bed ligt na de ernstige hersenschade die hij opliep door zuurstoftekort als gevolg van een hartstilstand. Hij vindt het zwaar, te zwaar. „Ik ben nu al een tijdje niet geweest, want dat heeft wel impact op je. Ik spreek de familie sowieso veel, ik wil wel weer langs gaan. Na de titel, ja, dat overweeg ik wel.”

Mohammed Nouri, een van de broers van Abdelhak, en Van de Beek spreken elkaar wekelijks. Beste vrienden immers. Uit de tijd dat alles nog fijn was en onbezorgd, stamt de anekdote van Donny en ‘Mo’ die nog urenlang kletsten terwijl Appie allang lag te slapen. Het boek Nouri, de belofte van Parool-columnist Henk Spaan staat bol van deze intimiteit. Hoe Van de Beek Nouri’s veters strikt nadat hij zijn middenhandsbeentje brak.

De familie Van de Beek uit Nijkerkerveen is vergroeid met de familie Nouri uit het Amsterdamse Geuzenveld. Jarenlange vriendschappen gesmeed aan de zijlijn bij het jeugdvoetbal. De Van de Beeks worden momenteel overstelpt met aandacht voor hun wereldberoemde zoon, mensen rondom de familie raden aan nu even niet naar het dorp af te reizen. De rest van het jaar is iedereen welkom.

Een groot Ajacied

Donny van de Beek woont nog thuis. Als het laat is geworden in Amsterdam – op een Champions League-avond – en hij vroeg op de club moet zijn, logeert hij in een hotel. Soms ook bij ‘Mister Ajax’ Sjaak Swart, net als vroeger. Hem een kind van de club noemen, is volledig gepast. De vorstelijke tweede seizoenshelft van Van de Beek bracht Ajax mede naar de halve finale Champions League, hij is een groot Ajacied geworden.

Maar altijd mist hij zijn vriend. „Echt verwerken lukt niet”, zegt hij. „ Het zal altijd pijn blijven doen. Het is een nachtmerrie, voor iedereen.” Hij zocht steun in eigen kring, niet professioneel. „Je hebt je familie en vrienden om je te steunen, met zijn broer heb ik contact. Dat voelt goed.”

In de zomer van 2017, in Nice in de voorronde Champions League, was het net gebeurd en kon hij zich moeilijk een houding geven. In tranen ging hij als laatste het veld af, waar hij in de armen van toenmalig teammanager Tjerk Smeets viel. Van de Beek had de openingsgoal gemaakt. Hij hield zijn handen voor de borst: één met drie vingers omhoog, de ander met vier. Het werd 1-1 tegen OGC Nice. Een week later, in Amsterdam: 2-2. Uitgeschakeld. Waren we maar met 5-0 afgedroogd, verzuchtten mensen rond het team later. Dan was duidelijk geweest hoe de groep er eigenlijk voor stond.

Lees ook: Ajax heeft de charme, de flair, de jeugd, de lol

Daarna Rosenborg, voorronde Europa League. Ook weer uitgeschakeld. Blamage. Maar wat is een blamage? Spaan schrijft in zijn boek dat een aantal spelers uit de generatie 1997, Nouri’s lichting, kampten met symptomen die duiden op een posttraumatisch stressstoornis. Trainer Marcel Keizer vond het voorbarig zoals de buitenwereld over inzet en tactiek sprak. Ziyech kon de kritische vraagstelling moeilijk verkroppen. Vervolgens werd Keizer na een half jaar ontslagen, Erik ten Hag kwam als buitenstaander. Maar die 34ste titel kwam niet. Toen niet.

Van de Beek viel zondag op zijn knieën tegen FC Utrecht, nadat hij Ajax op het spoor had gezet voor de titel met de 2-1 vlak voor rust. Er was de ontlading, een uur later, toen in Alkmaar werd afgefloten en PSV had verloren van AZ: trekkend aan zijn Ajax-shirt, met zijn hand bonzend op het clubembleem bij het hart.

Een afsluiting is het niet. „Het zal nooit overgaan”, zegt Van de Beek. „Dat bestaat niet. Je moet er alleen wel mee omgaan.” Hij kijkt voor zich uit. „Ik wil met Ajax de 34ste halen, heb ik altijd gezegd, altijd gewild. Ik kan het niet afsluiten, maar het is mooi dat ik dit kan meemaken.”