Opinie

Als een feniks uit zijn as herrezen

Lotfi El Hamidi

Plein 1940, Rotterdam. De groen-wit-groene vlag hangt halfstok naast het monument ‘De Verwoeste Stad’ van Ossip Zadkine. Hier vindt zo de jaarlijkse herdenking van het Duitse bombardement van 14 mei 1940 plaats. Tientallen Heinkel-bommenwerpers verwoestten in nog geen kwartier tijd de Rotterdamse binnenstad. Een allesverzengende vlammenzee, aangewakkerd door een hevige wind, woedde dagenlang. Meer dan 800 mensen kwamen om, 25.000 huizen werden verwoest en 80.000 mensen raakten dakloos.

Na het Baskische Guernica en het Poolse Warschau was Rotterdam de derde stad die door de Luftwaffe in as werd gelegd.

De hijskraan en graafmachines bij het plein pauzeren voor de gelegenheid. ‘Hoor, hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam’ luidde de slogan een aantal jaren geleden bij werkzaamheden in de stad. Het gapende gat in het beeld van Zadkine herinnert aan het oude hart dat werd weggevaagd.

De ooggetuigen die het bombardement hebben meegemaakt worden elk jaar schaarser, de levendige herinneringen vervagen. Met posters en een videoboodschap van de burgemeester roept de gemeente voor het eerst haar inwoners op te herdenken.

Zelf word ik dagelijks aan de Tweede Wereldoorlog herinnerd. Veel straten in mijn buurt zijn vernoemd naar gefusilleerde verzetshelden. Niet ver van mijn huis werden in april 1945 twintig gevangen verzetsstrijders door de Duitsers geëxecuteerd. Ik woon daarnaast aan de zogeheten brandgrens, waarmee het Duitse bombardement van 1940 en de daaropvolgende brand fysiek gemarkeerd wordt. Led-tegels met daarop het silhouet van brandende panden, een Heinkel-bommenwerper en van het beeld van Zadkine begeleiden mij onderweg naar metrostation Oostplein, waar de marinierskazerne stond die na de bommenregen in vlammen opging.

Ik behoor waarschijnlijk tot de laatste generatie die oude Rotterdammers nog het scheldwoord ‘moffen’ hoorde gebruiken. Dat hoor je niet meer. Woede verjaart, schreef H.J.A. Hofland in 2005. Die zag zijn stad als twaalfjarige jongen verwoest worden, zijn plaatsen van herinnering voorgoed verdwenen. Hofland zou later geen haat koesteren tegen de Duitsers, maar wat had hij graag nog een van de Luftwaffe-piloten willen spreken. De Rotterdamse jongen die beneden stond, wilde nu het verhaal horen van een man die toen boven hem vloog. Om de waanzin van de oorlog te begrijpen – voor zover die te begrijpen valt.

13.27. Twee minuten stilte. Vanaf 13.29 luiden de kerkklokken langs de brandgrens, tot 13.39, ter herinnering aan de duur van het bombardement.

Zie nu de wederopstanding van Rotterdam, de stad als een feniks uit zijn as herrezen.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.