Zo onlogisch is Trumps handelsoorlog nu ook weer niet

Handelsstrategie Hardhandig, rauw en slecht geïnformeerd, zo staat de handelsstrategie van Donald Trump te boek. Maar het is misschien vruchtbaarder er de logica achter te zoeken.

Foto Damir Sagolj/Reuters

Hoe rationeel is de handelsstrategie van Donald Trump? Dat is de vraag die steeds sterker opkomt nu de Amerikaanse regering haar conflict met China over de wederzijdse handel steeds verder laat escaleren. Tot aan het punt dat geen van de twee partijen, op straffe van groot gezichtsverlies, nog terug kan.

De stand tot dusverre: Een jaar geleden kondigde Trump tarieven af op 50 miljard dollar aan Chinese invoer. Dat werd daarna verhoogd met 200 miljard. De invoerheffingen zelf zijn inmiddels opgeschroefd naar 25 procent. En nu komt, als er geen akkoord wordt bereikt met China, ook de resterende 300 miljard aan Chinese invoer naar de VS onder dat hoge tarief te vallen.

China slaat proportioneel terug, al was het maar omdat de handelsbalans tussen de landen zo scheef is dat Beijing veel minder Amerikaanse producten kan straffen. De laatste Chinese dreiging zou de getroffen Amerikaanse invoer op 110 miljard dollar brengen. Het eind is niet in zicht. Half juni treffen Trump en zijn Chinese tegenhanger Xi Jinping elkaar in Osaka, als Japan gastland is voor het G20-overleg van de belangrijkste landen voor de wereldeconomie.

Geen kwestie van eerlijk of oneerlijk

Economen worden er intussen moe van om alle misverstanden die kennelijk bij de Amerikaanse president leven op te helderen. Nee, het Amerikaanse handelstekort is geen kwestie van oneerlijk of eerlijk. Het is het resultaat van het simpele feit dat de consumptie in de Verenigde Staten groter is dan de productie, danwel dat de bestedingen groter zijn dan de besparingen. Het verschil wordt goedgemaakt met het buitenland, dat de tekorten aanzuivert. Het is alleen nog de vraag wélk buitenland. Als Chinese invoer wordt gefrustreerd, verlegt het probleem zich gewoon naar andere landen die in het gat springen. Want dat gat blijft er gewoon.

En, een tweede nee: de Chinezen betalen niet voor de invoertarieven die de regering-Trump instelt. Trump zelf tweette zondag nog: „Er is absoluut geen haast, want tarieven worden NU aan de Verenigde Staten betaald door China, van 25 procent op 250 miljard dollar aan goederen en producten. Deze massieve betalingen gaan rechtstreeks naar de Schatkist van de VS….”

Dat is onzinnig. De tarieven betalen, dat doen de Amerikaanse afnemers die de Chinese spullen kopen toch echt zelf. Larry Kudlow, de economische adviseur van Trump en overigens een van de gematigder stemmen in het Witte Huis, gaf dat afgelopen weekeind toe in een interview met Fox News. Een Amerikaanse importeur betaalt de door de tarieven verhoogde prijzen voor zijn Chinese import en accepteert een lagere winst. Of het bedrijf rekent de hogere prijs deels of volledig door aan de consument. Hoe dan ook zou de schade dan bij de VS zelf vallen.

Het is makkelijk om Trumps handelsstrategie af te doen als ongeïnformeerd of idioot. Maar zo eenvoudig is dat ook weer niet. Nog onbekend is hoeveel Chinese producenten zelf hun prijzen verlagen om marktaandeel in de VS te houden nu de tarieven van 25 procent er bovenop gaan. Hoeveel Chinese fabrikanten helemaal afzien van export, wanneer zij niet-unieke producten maken die ook elders verkrijgbaar zijn. Dat is schade die wel degelijk bij China terechtkomt.

Snel kantelende machtsverhoudingen

Het draagvlak voor Trumps agressieve handelsstrategie ten aanzien van China is ook groter dan op het eerste gezicht lijkt. „Kracht is de enige manier om te winnen van China”, liet Chuck Schumer, de leider van de Democraten in de Amerikaanse Senaat, vorige week nog weten nadat Trump dreigde met de nieuwe tarieven. Want de economie van handelsoorlogen mag dan relatief simpel zijn, de politieke economie van handelsconflicten is iets heel anders. De Britse publicist Gideon Rachman bracht dat maandag in de Financial Times goed onder woorden.

De handelsoorlog moet volgens hem worden gezien in het licht van de snel kantelende machtsverhoudingen in de wereld, waarin de zittende supermacht in conflict komt met de opkomende supermacht. China heeft voor zijn groei en ontwikkeling enorm veel baat gehad bij het huidige internationale economische stelsel, waarin het in relatieve geslotenheid heeft kunnen opbloeien. Maar het wil de internationale politieke status quo veranderen om zijn plaats als tweede supermacht in te nemen. Bij de VS zit dat precies andersom: zij willen als zittende macht juist de politieke status quo handhaven en zijn desnoods bereid daarvoor de huidige economische status quo op te blazen. Want op dit moment verliezen de VS snel aan relatieve macht. Zo staan de twee dus fundamenteel anders in dit conflict. Hebben de VS het er, onder Trump, dus voor over om enig welvaartsverlies te lijden als dit er toe leidt dat de opkomende supermacht China in de knop wordt gebroken? Dat is een vraag die meer licht werpt op de houding van het Witte Huis.

Dat verklaart ook mede waarom de regering-Trump zo weinig opheeft met de wereldhandelsorganisatie WTO, die een van pijlers is waarop het internationale stelsel van multilaterale vrijhandel rust. Een stelsel dat Amerika na de Tweede Wereldoorlog zelf in het leven riep. Liever handelt het Witte Huis nu de zaken bilateraal af. Dat verklaart ook de Amerikaanse terugtrekking uit het TPP-vrijhandelsverdrag met landen rond de Stille Oceaan. „Trump kan nu met iedereen bilateraal gaan onderhandelen. Dat geeft veel meer macht”, stelt Raoul Leering, econoom bij ING. „Wie de grootste is, bepaalt de regels.”

Maar hoe zit het dan met de schade voor Trumps eigen achterban? Leering deed er onderzoek naar. Zijn conclusie, op basis van gegevens die er nu zijn, is dat de werkgelegenheid in de Amerikaanse industrie relatief is toegenomen. En ook al lijdt het hele land per saldo verlies bij het handelsconflict, die werkgelegenheidsgroei is wel iets waar Trump mee thuis kan komen, zegt Leering. Het lot van de Forgotten men, de blauwe-boordenwerkers uit achtergebleven staten, wekt sympathie bij veel Amerikanen.

Wat kan het tij keren? Trump beschreef zichzelf als een Jobs man, maar ook als een Dow man. Werkgelegenheidsgroei is voor hem belangrijk, zeker met het oog op het verkiezingsjaar 2020. Maar de Dow man, die van de aandelenkoersen, is er ook. Een recessie of een forse beursdaling zou de president wellicht op andere gedachten kunnen brengen. Maar misschien is er al geen weg meer terug.

Dat het handelsconflict ook een principekwestie is voor de Chinezen is te merken bij de McDonald’s in Beijing: ‘We laten ons niet alles zeggen door de VS’