‘Weer een heel lang examen, zoals elk jaar’

Ingrid Spiegelenberg (31) doceert Duits op de Koninklijke Scholengemeenschap Apeldoorn. Leerlingen noemen haar „altijd vrolijk” en ze legt goed uit. De teksten in het vwo-examen vindt ze leuk, de vragen minder.

Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

‘Qua onderwerpen vind ik het een aardig examen: die zijn afwisselend. De eerste lange tekst ging over het eindexamen in Duitsland. Passend, voor de leerlingen. De tekst over de echtheid van kunstwerken vind ik ook origineel.

„De teksten zijn leuk, maar de vragen lastig. Vaak gaan ze over tekstanalyse, en niet over tekstbegrip. Er wordt bijvoorbeeld veel naar verbanden tussen alinea’s gevraagd. Dat vraagt om een analyse van de tekststructuur. Een vraag als ‘wat is de hoofdgedachte van alinea 2?’ vind ik beter. Dat soort vragen zijn er wel, maar de focus ligt op tekstanalyse.

„Het examen is weer heel lang, dat is elk jaar zo. Slechts 3 van mijn 48 leerlingen waren voor het laatste kwartier klaar. Veel leerlingen moesten het examen afraffelen, of konden hun antwoorden niet meer nakijken. Liever zou ik zien dat er iets minder teksten zouden zijn, zodat ze secuurder kunnen lezen. Ik vraag me ook af waarom het tweeënhalf uur moet duren om leesvaardigheid te testen. Dat is echt pittig met de spanningsboog van de leerlingen.

„Vraag 23 en 28 zijn inkoppertjes. De vier antwoordmogelijkheden zijn zó verschillend qua betekenis, dat het antwoord overduidelijk is. Ik ben bang dat leerlingen dachten: ‘Zo makkelijk kan het niet zijn, ik ga mijn antwoord verbeteren.’ Vraag 10 vind ik een goede: Welke twee verklaringen geeft de tekst voor het feit dat dit met name de oude meesters treft? Die vraag gaat echt over tekstbegrip. Daar beloon je de leerlingen die goed kunnen lezen.

„Als voorbereiding op het examen moesten alle leerlingen van mij een set markeerstiften aanschaffen. Ze mochten geen antwoord geven zonder iets in de tekst te hebben gemarkeerd. Op die manier werden ze gedwongen bewijs te zoeken, in plaats van in het wilde weg te interpreteren. Verder is het voorbereiden van de leerlingen moeilijk. Voor het examen heb je een basiswoordenschat nodig, maar je weet niet welke, want je kent de teksten niet. Ik heb mijn leerlingen daarom ook cito-trucjes geleerd, zoals: waar vind ik het antwoord, wat willen de auteurs van me weten? Dat is demotiverend voor hen, want ik bereid ze zo niet voor op tekstbegrip, maar op tekstanalyse.

„Duits is een tijdje impopulair geweest. Het werd gezien als een lelijke taal. Gelukkig is het op de scholen waar ik heb gewerkt nog wel geliefd. Mijn vwo-leerlingen zien steeds meer in dat Duits spreken en verstaan belangrijk is voor de positie van Nederland op de handelsmarkt. Opdrachten worden door Duitsers vaak gegund aan mensen die de taal spreken. Het zijn trotse mensen: zij waarderen het erg wanneer anderen zich inlezen en hun best doen zich de taal eigen te maken.

„Ik maak me zorgen over het grote tekort aan docenten Duits. Er is een grote lichting, die binnenkort met pensioen gaat. Voorlopig wordt dat gat niet opgevuld, terwijl het fantastisch is om voor de klas te staan.”

Correctie 15-05-2019: In een eerdere versie van dit artikel werd melding gemaakt van het havo-examen. Dat moet zijn: vwo-examen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.