Vernieuwingen op de Biënnale in aloude sprookjesstad Venetië

Biënnale Venetië kent zo zijn tradities. Toch is de tentoonstelling in de afgelopen jaren diverser geworden, dankzij de komst van nieuwe landenpaviljoens.

De Zwitserse kunstenaar Christoph Büchel liet een scheepswrak waarin naar schatting tussen de 700 en 1100 vluchtelingen het leven lieten naar Venetië brengen.
De Zwitserse kunstenaar Christoph Büchel liet een scheepswrak waarin naar schatting tussen de 700 en 1100 vluchtelingen het leven lieten naar Venetië brengen. Foto Marton Monus/EPA

Sommige dingen lijken nooit te veranderen in Venetië. De gondels in de grachten, de blauw-witte meerpalen in het Canal Grande en de bijpassende shirts van de gondeliers, de orkestjes op het San Marcoplein – ze zijn er al eeuwen en ze zullen voorlopig nog wel even blijven.

Ook de Biënnale van Venetië, gesticht in 1895 en daarmee de oudste kunstbiënnale die er is, kent zo zijn tradities. Sinds de Belgen in 1907 als eersten een paviljoen bouwden in het stadspark Giardini, heeft de Biënnale de vorm gekregen van een soort wereldtentoonstelling, waar landen hun beste kunstenaars tonen in speciaal daartoe gebouwde nationale paviljoens. Van oudsher waren het de westerse, koloniale grootmachten die de voornaamste plekken in de Giardini innamen: landen als Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland. Later kwamen daar ook niet-Europese landen bij als Brazilië, Japan en Uruguay.

De getrainde biënnalebezoeker weet doorgaans wel een beetje wat hem of haar in die landenpaviljoens te wachten staat. Rusland heeft meestal nogal barokke, nationalistische presentaties – ook nu weer, met een ode aan staatsmuseum De Hermitage. Zuid-Korea moet het vaak hebben van hightechpresentaties. Bij de Scandinaviërs gaat het veel over de natuur.

Bezoekers van de Biënnale van Venetië in de mist die een kunstwerk uit de hoofdtentoonstelling, van Lara Favaretto, veroorzaakt. Foto Marton Monus/EPA

Toch is er in de afgelopen jaren sluipenderwijs ook best het een en ander veranderd op de Biënnale. Ieder jaar kwamen er nieuwe landen bij, in nieuwe paviljoens op het Arsenale-terrein, maar ook zwervend, in tijdelijke onderkomens in een van de vele kerken of stadspaleizen van Venetië. Zo is het aantal deelnemende landen gestaag gegroeid naar negentig – dit jaar zijn Ghana, Madagascar, Maleisië en Pakistan de debutanten. Die nieuwkomers waren de afgelopen edities meteen behoorlijk succesvol. In 2013 won Angola, dat toen voor het eerst deelnam, de Gouden Leeuw voor het beste paviljoen. Dit jaar kreeg Ghana vrijwel unaniem lovende kritieken in de internationale pers – al ging Litouwen er uiteindelijk met de hoofdprijs vandoor.

Blanke mannen

Ook traditie in Venetië zijn de banieren die iedere twee jaar aan de bruggen en paleizen worden gehangen, in de hoop een deel van het biënnalepubliek naar de bestaande musea te trekken. Wat opvalt dit jaar is dat de namen die op die vlaggen en affiches prijken, vooral die van beroemde blanke mannen zijn. De gevestigde instituten tonen grote namen als Luc Tuymans (Palazzo Grassi), Georg Baselitz (Accademia), Günther Förg (Palazzo Contarini Polignac), Jörg Immendorff (Fondazione Querini Stampalia), Jannis Kounellis (Fondazione Prada) en Arshile Gorky (Ca’ Pesaro). Daar zitten schitterende tentoonstellingen tussen, maar heel vernieuwend kun je ze niet noemen.

Die vernieuwing moet je zoeken in de kleinere steegjes van de stad. Bijvoorbeeld in het Palazzo Querini, waar vluchtelingenorganisatie UNHCR de aangrijpende expositie Rothko in Lampedusa maakte, met werk van beroemde en onbekende migrantenkunstenaars. Ook een omweg waard is Africobra: Nation Time, een tentoonstelling die voor het eerst het werk laat zien van dit collectief van zwarte kunstenaars uit Chicago. Het is een presentatie die mooi aansluit bij de hoofdtentoonstelling van de Biënnale, May You Live In Interesting Times, waar voor het eerst in de geschiedenis een groot aantal bijdragen te vinden is van zwarte kunstenaars.

Ook interessant zijn de ontwikkelingen op het eiland Giudecca, waar een nieuw kunstdistrict aan het ontstaan is en waar het tijdens de openingsdagen wemelde van de kunstenaarsfeestjes. Michela Rizzo is er een galerie begonnen en sinds 2011 zit er kunstruimte Spazio Punch, waar IJsland dit jaar onderdak heeft gevonden en een krankzinnige installatie bouwde. Ook Estland waagde de oversteek en is dit jaar op Giudecca te vinden. Wees voorbereid op een tentoonstelling vol vulva’s.