Eurovisie Songfestival in Israël: het evenement was altijd al politiek

Eurovisie Songfestival Politieke spelletjes, kamertekorten en geruzie om geld gaan vooraf aan het zangfestijn in Tel Aviv, dat dinsdagavond begint.

In februari riepen Deense critici op tot een boycot van het Songfestival (links).
In februari riepen Deense critici op tot een boycot van het Songfestival (links). Reuters

Organisatorische problemen, geruzie om geld en politieke controverse overheersten de weken voorafgaand aan het Eurovisie Songfestival dat de komende dagen in Tel Aviv wordt gehouden. Behalve een kleurrijk muziekfestijn en een van de best bekeken tv-programma’s in Europa, is het Songfestival ook een politiek wespennest. In de 64ste editie komt het allemaal samen.

Madonna treedt op bij Eurovisie 2019! Op de aankondiging van de komst van de megaster volgden afgelopen maand onmiddellijk oproepen tot een boycot. Begin deze week werd druk gespeculeerd of Madonna misschien toch had afgezegd.

De oproep was te verwachten; al in september 2018 vroegen tientallen Europese artiesten hun collega’s om het Songfestival te mijden, en ook LGBTQ+-actiegroepen tekenden een petitie. Voor zover bekend, zijn er geen Eurovisie-deelnemers die zich hebben afgemeld. Wel heeft de IJslandse groep Hatari aangekondigd het podium te gebruiken om te protesteren.

Tegenstanders scharen het evenement onder de noemer „pinkwashing”: door het homovriendelijke imago van Tel Aviv te benadrukken, wordt de aandacht afgeleid van de minder gezellige kanten van het Israëlische beleid, zoals de bezetting van de Palestijnse gebieden. „Bij elk groot optreden in Europa staan er buiten demonstranten”, vertelt Netta Barzilai, de winnares van vorig jaar. „Ik noem dat artiestje pesten.” Een pro-Israëlische groep stelde als tegenreactie een pretpakket samen met onder meer een Madonna-masker en een Israëlische vlag.

De European Broadcasting Union (EBU), die het festival organiseert, liet Israël tekenen dat fans niet mogen worden geweerd om hun politieke opvattingen. De laatste tijd zijn diverse internationale bezoekers teruggestuurd om hun vermeende steun aan de boycotbeweging. Organisator Jon Ola Sand van EBU benadrukt in interviews met Israëlische media dat elk gastland zo’n document moet tekenen. „Het is dezelfde brief, we hebben hem elk jaar.” De organisatoren kunnen volgens Sand „niet toestaan dat de wedstrijd wordt gepolitiseerd”.

Ondanks de bezweringen van de organisatie is het Songfestival altijd doordrenkt geweest van politiek. Zo is er standaard gedoe over het vermeende stemmen als ‘blok’ door bevriende landen, al is dat probleem door veranderde regels deels ondervangen. En Israël mag gevoelig liggen, er zijn vaker controversiële situaties. Oost-Europese landen hebben de competitie gebruikt om zich los te zingen van Rusland; Georgië werd in 2009 gediskwalificeerd omdat hun liedje te overduidelijk anti-Poetin was. Armeense deelnemers zongen ondanks het verbod op politieke uitingen twee keer over de genocide van 1915, en in 2012 protesteerden mensenrechtenactivisten tegen het evenement in Azerbeidzjan. Dit jaar trok Oekraïne zijn deelneemster terug omdat zij optredens in Rusland had gepland.

Geschuif met rekeningen

De Israëliërs hadden echter geen buitenlandse druk nodig om de organisatie van het evenement op losse schroeven te zetten. Binnenlands waren er genoeg obstakels. Een terugkerende vraag: hoe komt het dat Israël meedoet aan een Europese competitie, terwijl het niet in Europa ligt? Het zangfestijn wordt niet georganiseerd door landen, maar door omroepen. Elke omroep binnen een ruime geografische zone kan zich inschrijven bij de EBU, zolang die aan bepaalde criteria voldoet. Naast Israël doet onder meer Armenië mee aan het festival, en sinds 2015 is zelfs Australië van de partij. Israëls nationale omroep Israel Broadcasting Authority (IBA), de voorloper van het huidige KAN, is al sinds 1957 lid van de EBU.

Lees ook: de recensie van de Nederlandse inzending

Premier Benjamin Netanyahu wilde bij de nieuwe omroep KAN de nieuwsuitzendingen onderbrengen in een aparte entiteit. Hij was daarover in een juridisch gevecht gewikkeld met de omroepdirectie. Nadat de EBU na de Israëlische zege bij Eurovisie duidelijk had gemaakt dat een splitsing de rol van Israël als gastland in gevaar zou brengen omdat de deelnemende omroepen volgens de EBU-regels zowel nieuws als entertainment moeten uitzenden, krabbelde de premier terug.

Daarnaast is geld altijd een heikele kwestie in de Israëlische politiek. Het Songfestival is daar geen uitzondering op. Anderhalve maand voor het festival waren diverse ministeries nog aan het steggelen wie de miljoenenrekeningen mag betalen voor vervoer, beveiliging en aanpassingen in de stad. Nadat de regering omroep KAN al had laten opdraaien voor alle productiekosten, werd vervolgens de veiligheid een probleem.

„Jullie kunnen niet feestvieren en dansen terwijl een miljoen mensen in Gaza lijdt”, luidt de tekst in een filmpje met onbekende afzender dat op sociale media circuleert. Vrolijke festivalbeelden worden afgewisseld met taferelen van Palestijnse kinderen aan een hek. „Als jullie feest willen vieren, hef dan de blokkade op en houd je aan de overeenkomst.” De video eindigt met Eurovisie-locaties en het geluid van sirenes.

Vorige week kwam die dreiging ineens akelig dichtbij, met de grootste escalatie tussen Israël en militante groepen in de Gazastrook sinds de laatste Gaza-oorlog in 2014. Al eindigde het geweld na een paar dagen met een wapenstilstand, ook zonder raketten moeten bij zo’n groot evenement altijd extra veiligheidsmaatregelen genomen. De Israëlische regering beloofde hiervoor te zorgen, zoals gebruikelijk is voor gastlanden. De Europese organisatoren moesten Netanyahu echter meermaals op het matje roepen.

Toen de politie in Tel Aviv essentiële veiligheidsinspecties staakte wegens gebrek aan budget, stuurde de EBU een brandbrief aan de premier over de veiligheid, volgens de omroepunie „toch al een delicaat onderwerp” voor delegaties. Verschillende ministeries schoven de verantwoordelijkheid naar elkaar. Na de waarschuwing greep Netanyahu in. „We wilden eerst niet betalen”, beaamt een woordvoerder van het ministerie van Openbare Veiligheid, „maar de premier heeft besloten dat de 7,5 miljoen shekel (1,8 miljoen euro) beveiligingskosten verdeeld worden over ons en vier andere ministeries”.

Geen Jeruzalem, maar Tel Aviv

Tot slot was de plaats van handeling inzet van politiek gedoe. „Volgende keer in Jeruzalem”, riep Netta Barzilai enthousiast bij haar zege vorig jaar. Minister Miri Regev (Cultuur) herhaalde die boodschap: het festival moest en zou in Jeruzalem plaatsvinden. Dat bleek een probleem, niet alleen voor de Europese organisatoren die politieke gevoeligheden wilden vermijden, maar ook om praktische redenen: in Jeruzalem wordt over het algemeen streng aan de sabbat, de joodse zaterdagsrust, gehouden. Het Songfestival werd stilletjes naar Tel Aviv verplaatst. Twee eerdere Israëlische edities, in 1979 en 1999, vonden wel plaats in Jeruzalem. In 1980 kwam Eurovisie naar Den Haag nadat Israël voor de eer had bedankt om de competitie voor de tweede achtereenvolgende keer te organiseren.

De sabbatsregel zorgde ook dat één van Israëls populairste kandidaten voortijdig uitviel. The Shalva Band, een muziekgroep van gehandicapte muzikanten, besloot zich terug te trekken uit de voorrondes omdat veel leden religieus zijn. De generale repetities zijn op vrijdag en zaterdag. Als troostprijs treedt de band op als tussenact. Een andere populaire kandidate was controversieel omdat zij als het typetje ‘Shefita’ alle stereotypen van een Arabische diva neerzet. Namens Israël neemt nu deel Kobi Marimi, een non-controversiële zanger die volgens bookmakers geen kans maakt om te winnen.

De stad Tel Aviv doet intussen zijn best zoveel mogelijk uit het evenement te slepen. Vrijwilligers worden ingeschakeld om toeristen wegwijs te maken. Strandwachten, agenten en taxichauffeurs werden op gastvrijheidscursus gestuurd. Er is een Eurovisie-dorp, langs het strand komen schermen en er is onder meer een culinair festival. De 1,3 miljoen dollar voor een kwartiertje optreden van Madonna zou worden betaald door de Canadees-Israëlische miljardair Sylvan Adams, de man die ook de wielerklassieker Giro d’Italia naar Israël haalde.

Adams ziet evenementen als Eurovisie als een uitstekende manier om Israël te promoten. Met datzelfde doel namen de deelnemers ook een ‘ansichtkaart’ op in verschillende Israëlische plaatsen. Israël presteerde het echter ook hier om toch politiek in de mix te brengen; als locaties werd onder meer Mount Hermon gekozen op de bezette Golanhoogte – door niemand behalve de Amerikaanse president Trump en Israël zelf als Israëlisch grondgebied erkend. De Nederlandse deelnemer Duncan nam zijn clip op een andere berg op, bij het meer van Tiberias.

Of de promotie slaagt, is de vraag. Werd oorspronkelijk gevreesd dat Tel Aviv niet genoeg slaapplaatsen zou hebben voor alle toeristen, het verwachte bezoekersaantal is inmiddels bijgesteld van twintigduizend naar tienduizend. De belangrijkste reden is dat een festivaltrip duur kan uitvallen. Niet alleen zijn hotelprijzen flink gestegen, kaarten voor de verschillende shows zijn circa vier keer zo duur als vorig jaar in Portugal. Veel fans zullen dan ook niet uit bezorgdheid om politiek of veiligheid, maar uit budgettaire overwegingen liever thuis op de bank blijven zitten.