Rechter: NRC mag naam van ex-hoogleraar niet publiceren

Machtsmisbruik Ex-hoogleraar spande een kort geding aan tegen NRC dat onderzoek deed naar zijn grensoverschrijdende gedrag.

De Universiteit van Amsterdam aan de Oudemanhuispoort.
De Universiteit van Amsterdam aan de Oudemanhuispoort. Foto Berlinda van Dam / Hollandse Hoogte

NRC mag de voor- en achternaam van een hoogleraar arbeidsrecht die zich schuldig maakte aan grensoverschrijdend gedrag niet publiceren, zo oordeelde de voorzieningenrechter maandag in een kort geding dat de betrokken hoogleraar, B., had aangespannen.

NRC deed langdurig onderzoek naar (seksueel) wangedrag en machtsmisbruik door B., die tot eind 2018 verbonden was aan de vakgroep arbeidsrecht van de Universiteit van Amsterdam. B. moest vertrekken nadat een onderzoekscommissie vorig jaar oktober concludeerde dat er „sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag” en er „gedurende een langere periode in de betrokken afdeling een gevoel van onveiligheid heeft geheerst”.

NRC sprak ruim 35 bronnen en zag tientallen (vertrouwelijke) documenten, apps, mails, gespreksverslagen en rapportages in, enkele daarvan verkregen na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Op basis hiervan legt NRC het wangedrag bloot en reconstrueert waarom het wangedrag zo lang heeft kunnen voortbestaan.

Lees het volledige onderzoek: Bij hoogleraar B. moesten de vrouwen hakken dragen

Publiek figuur

In het kader van wederhoor kreeg B. een uitnodiging voor een gesprek, dat hij toezegde en vervolgens afzegde. Hij beantwoordde daarop schriftelijke vragen en kreeg het artikel voor publicatie ter inzage. B. spande vervolgens een kort geding aan dat vrijdag in Amsterdam diende. De zaak richtte zich volgens de advocaten van B. „uitdrukkelijk niet op de inhoud van het artikel”, maar op een verbod op het noemen van zijn voor- en achternaam, de sectie arbeidsrecht van de UvA en het afbeelden van zijn portret, op straffe van een dwangsom.

De rechter oordeelt dat NRC het gedrag „grensoverschrijdend” mag noemen, B. als hoogleraar en raadsheer-plaatsvervanger van het gerechtshof Amsterdam is aan te merken als ‘public figure’ en „voorshands [kan] worden aangenomen dat het artikel voldoende op feitelijke basis is gestoeld”, maar er tegelijk „onvoldoende” grond is om B. met volledige naam „aan de schandpaal te nagelen”. Dat dat kan gebeuren, is volgens de rechter „voldoende aannemelijk”, „gezien de grote vlucht die de social media hebben genomen”. De rechter neemt in het oordeel ook het gewicht van het medium mee: NRC staat bekend als „kwaliteitskrant”, „de daarin vermelde zaken [zullen], zeker wanneer deze als feiten worden gepresenteerd, door een groot publiek voor ‘waar’ […] worden gehouden.”

Lees ook het bericht dat NRC in november 2018 publiceerde over deze zaak: UvA-hoogleraar vertrekt na ‘grensoverschrijdend gedrag’

NRC gaat tegen de uitspraak in hoger beroep. Het niet langer mogen publiceren van namen van hooggeplaatste publieke figuren bij ernstige misstanden heeft volgens de krant vergaande journalistieke consequenties die het belang van deze zaak overstijgen. Volgens NRC doet het noemen van de volledige naam van B. recht aan de omvang en de zwaarte van de feiten en draagt die bij aan de huidige maatschappelijke discussie over het fenomeen van (seksueel) machtsmisbruik. De vakgroep arbeidsrecht mag van de rechter wel genoemd worden. De dwangsom is afgewezen.

Correctie (15 mei 2019): B. was geen raadsheer, maar raadsheer-plaatsvervanger bij het Amsterdamse Gerechtshof.