Ombudsman: nog steeds problemen bij vrouwenopvang

Twee jaar geleden constateerde de Nationale ombudsman veel problemen bij de vrouwenopvang. Er is veel verbeterd, maar met name bij de uitstroom gaat het nog mis.

Nationale ombudsman Reinier van Zutphen in de Tweede Kamer.
Nationale ombudsman Reinier van Zutphen in de Tweede Kamer. Foto Remko de Waal/ANP

De situatie in de Nederlandse vrouwenopvang is de afgelopen jaren verbeterd, maar het gaat met name bij de uitstroom van vrouwen vanuit zo’n opvanglocatie nog vaak mis. Dat is de conclusie van een dinsdag uitgebracht rapport van Nationale ombudsman Reinier van Zutphen.

Wat vooral misgaat bij vrouwen die vanuit de opvang naar een andere woning verhuizen, is de samenwerking tussen gemeenten. Zo hebben zij vaak verschillende regels voor het geven van voorrang voor een huurwoning. En als een vrouw vanuit een opvanglocatie naar een andere gemeente verhuist, moet zij uitkeringen steeds opnieuw aanvragen. Vrouwen die uitstromen vallen hierdoor „tijdelijk tussen wal en schip”, aldus Van Zutphen.

Tussen wal en schip

Het dinsdag gepubliceerde rapport is een vervolg op een onderzoek dat de ombudsman twee jaar geleden uitbracht. Naast de problemen bij de uitstroom zijn er volgens Van Zutphen nog steeds te weinig opvangplekken en hapert de schuldhulpverlening. Ook ziet de ombudsman problemen met het aanvragen van huurtoeslagen. Vrouwen die opgevangen worden en die maandelijks huurtoeslag ontvangen, blijken er achteraf toch geen recht op te hebben, wat weer tot nieuwe schulden leidt.

Van Zutphen constateert tegelijkertijd dat veel verbeterd is in de laatste twee jaar. Zo is het voor vrouwen makkelijker geworden zich in de opvanggemeente in te schrijven. Ook geven gemeenten sneller duidelijkheid over de eigen bijdrage die vrouwen voor hun opvang moeten betalen. Bovendien hebben gemeenten contactpersonen ingesteld die helpen bij het regelen van opvang.

Vervolgonderzoek

Ombudsman Van Zutphen constateerde eind 2018 bij een bijeenkomst met gemeenten en betrokken ministeries dat er te weinig concrete stappen waren gezet sinds zijn eerdere rapport. Hierdoor startte hij een vervolgonderzoek. Hij roept de gemeenten en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de probleempunten op te lossen.