Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Nuttige weetjes die geen aandacht krijgen

In onze verkiezingscampagnes is amper aandacht voor het verleden van kandidaten, en dat is eigenlijk raar. Politiek draait om beoordelingsvermogen. Kandidaten kunnen in zo’n campagne hun plannen telkens opzeggen, maar je leert pas iets over ze als je weet hoe ze zich bij eerdere problemen of crises opstelden.

Baudet snijdt het verleden van concurrenten wel aan. Zo wijst hij er graag op dat aanstaand GroenLinks-senator Paul Rosenmöller, destijds marxistisch-leninist, tot 1982 moorddadige communistische regimes in Cambodja, China en Albanië steunde. „Ik vertrouw hem [daarom] niet toe ons onderwijs te beoordelen”, zei Baudet in 2018 over Rosenmöller, die de VO Raad voor het voortgezet onderwijs leidt.

Nu is het inderdaad wonderlijk hoeveel linkse politici tot in de jaren tachtig vergoelijkend spraken over schendingen van mensenrechten onder communisten. Ik weet alleen niet of je vertrouwen moet opzeggen enkel omdat mensen zich veertig jaar terug vergisten. Pim Fortuyn flirtte in de jaren zeventig met het communisme, Paul Scheffer was CPN-lid – je zou niet willen dat zij daarna nooit meer gehoord waren.

En dan: vergissingen doen zich in alle politieke families voor. Baudets Europees lijsttrekker Eppink klaagde zondag in Buitenhof dat „PvdA en VVD linkse partijen zijn geworden”. Maar zelf deed Eppink nog zijn uiterste best in 2017 VVD-Kamerlid te worden. Nog zoiets: Baudet vergeleek de EU in 2015 met „het Derde Rijk in zijn nadagen”. Maar in 2014 keerde Eppink zich nog tegen Nexit („economische dagdromerij”) en in 2016 voorzag hij dat Brexit tot een „heilloze Exit” zou leiden. Voor sommige vergissingen is Baudet blijkbaar vergeeflijker dan voor andere. Mij lijken het vooral nuttige weetjes voor wie Eppink nu in de campagne ziet.

Ook Cliteur, na de val van Otten ‘woordvoerder’ van de aanstaande FVD-senaatfractie, heeft een boeiend verleden. Hij was eerder curator van het wetenschappelijk bureau van de VVD, en tweemaal Europees lijstduwer van de Partij voor de Dieren.

Ook in 2014, toen het PvdD-verkiezingsprogramma geen halve klimaatregelen voorstond. De „Europese uitstoot van broeikasgassen” moest „in 2030 met 65%” terug. „In 2050 is Europa CO2-neutraal.” Aanzienlijk strengere normen dan het kabinet nu hanteert om aan het Parijsakkoord te voldoen, terwijl FVD nu „terugtrekken uit [het] Parijsakkoord” bepleit.

En je zou willen dat we in campagnes veel meer aandacht hebben voor dit soort feitjes uit het verleden – over alle kandidaten, uit alle partijen. Omdat ze verdieping geven: omdat ze persoonlijkheden maken van politici die in campagnetijd als standpuntenmachines door het leven gaan.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.