Nieuw-Zeeland voorop in strijd tegen online terreur

Christchurch Call De aanslag in Christchurch werd gestreamd op Facebook. Premier Ardern (NZ) en president Macron zoeken nu draagvlak voor strengere filtering online.

Jacinda Ardern, premier van Nieuw-Zeeland, bezoekt de Al Noor-moskee in Christchurch.
Jacinda Ardern, premier van Nieuw-Zeeland, bezoekt de Al Noor-moskee in Christchurch. Foto AFP

De Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern en de Franse president Emmanuel Macron presenteren deze woensdag de Christchurch Call, een oproep aan internetplatforms en beleidsmakers om meer te doen tegen terroristisch en extremistisch materiaal op internet.

Sinds de aanslagen van 15 maart op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, waarbij 51 mensen om het leven kwamen, maakt Ardern zich hard voor internationale afspraken over terroristisch materiaal op internetplatforms.

De dader filmde zijn aanslag via een zeventien minuten durende Facebook-livestream. Toen Facebook een half uur na de live-uitzending de originele link naar de video verwijderde hadden al duizenden mensen hem bekeken. De gedownloade video werd vervolgens verspreid op verschillende sociale media. Internetplatforms als Facebook en YouTube hebben grote moeite de geuploade kopieën te weren.

De Nederlandse regering heeft nog geen standpunt ingenomen

Details van de overeenkomst, die woensdagmiddag op een speciale top van ministers van de G7 in Parijs wordt gepresenteerd, lekten de afgelopen dagen uit. Techbedrijven beloven hun huisregels strenger te handhaven, risico’s rondom livestreaming te verminderen en resultaten van onderzoek naar software dat aanstootgevende inhoud opspoort te delen. Ook roept de overeenkomst techbedrijven op hun algoritme te evalueren. Nu zouden gebruikers via het algoritme vaak automatisch naar extremistische inhoud geleid worden.

Lees ook het interview met Nathaniel Gleicher, hoofd cybersecurity van Facebook: ‘We verwijderen elke dag miljoenen nepaccounts’

Overheden die het appèl ondertekenen beloven nieuwe wetten aan te nemen die gewelddadige inhoud verbieden, vergelijkbaar met hoe Nieuw-Zeeland na de aanslagen het delen van de video van de schutter strafbaar maakte. Daarnaast moeten er richtlijnen komen voor traditionele media en de manier waarop zij terrorisme verslaan. Het is de bedoeling dat zij in hun berichtgeving niet te veel aandacht genereren voor terroristen.

De niet-bindende overeenkomst kan al voor de presentatie in Parijs op veel steun rekenen. Facebook, Google en Microsoft hebben aangegeven hem te zullen ondertekenen. Het is nog onduidelijk wat Twitter gaat doen. Ook het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië, Jordanië, Senegal, Noorwegen en Ierland voegen zich bij de ondertekenaars. De Nederlandse regering heeft nog geen standpunt ingenomen over de oproep, laat het ministerie van Binnenlandse Zaken weten.

Nieuw-Zeelandse topambtenaren bezochten de voorbije periode het Witte Huis om de Christchurch Call te bespreken. Maar de VS, de thuishaven van de grote techbedrijven, zullen waarschijnlijk niet tekenen. Volgens The New York Times zijn Amerikaanse beleidsmakers terughoudend omdat de overeenkomst inbreuk zou maken op het recht op vrije meningsuiting, verwoord in het First Amendment.

Premier Ardern zegt een breder debat over haatberichten te willen vermijden. „Dit gaat niet over de vrijheid van meningsuiting, dit gaat over het tegengaan van extremisme en terrorisme online”, zei ze vorige maand. „Ik denk dat niemand wil verdedigen dat de terrorist het recht had de moord op vijftig mensen te livestreamen.”

Lees ook: Handhaving regels tegen online haat komt op stoom

Boetes en celstraf

De oproep komt in een tijd waarin beleidsmakers van Londen tot New Delhi nadenken over mogelijkheden om online extremisme tegen te gaan. Na de aanslagen nam de Australische regering een wet aan die voorziet in miljardenboetes en zelfs celstraf voor leiders van techbedrijven als internetplatforms gewelddadige inhoud niet snel genoeg verwijderen. De Britse regering wil techbedrijven die extremisme toelaten op hun platforms hoge boetes opleggen en in het uiterste geval kunnen blokkeren.

Andere landen zijn terughoudend. Steviger ingrijpen gaat volgens velen al snel richting censuur. Daarom zet Brussel tot nu toe in op zelfregulering. In juni 2016 beloofden de grote internetplatforms in een Europese gedragscode haatuitingen en extremisme „snel en efficiënt” aan te pakken. Inmiddels verwijderen de bedrijven bijna driekwart van de gerapporteerde haatuitingen binnen 24 uur.

Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) heeft online extremisme aangekaart in gesprekken met de grote techbedrijven, laat een woordvoerder weten. Concrete plannen voor nieuwe wetgeving zijn niet in de maak.