Vrouwelijke politici spelen debat over vrouwenkiesrecht uit 1919 na

Vrouwenkiesrecht Zeven vrouwelijke politici speelden het Kamerdebat uit 1919 over invoering van het vrouwenkiesrecht na. Maar de strijd is nog niet gestreden. „Schánde, schánde” dat de VVD maar één vrouwelijke minister heeft.

Politici voerden in Theater Frascati een ‘re-enactment’ op van het debat over de invoering van vrouwenkiesrecht. Van links naar rechts: Ankie Broekers, Kathalijne Buitenweg, Khadija Arib, Mona Keijzer, Carola Schouten en Sigrid Kaag.
Politici voerden in Theater Frascati een ‘re-enactment’ op van het debat over de invoering van vrouwenkiesrecht. Van links naar rechts: Ankie Broekers, Kathalijne Buitenweg, Khadija Arib, Mona Keijzer, Carola Schouten en Sigrid Kaag. Foto Roger Cremers

Toen deze maand precies honderd jaar geleden de Tweede Kamer debatteerde over invoering van het vrouwenkiesrecht, was er maar één vrouwelijk Kamerlid: Suze Groeneweg. „De grootste helft van het volk”, zei ze bij die gelegenheid, „is in zijn neigingen, eigenschappen en gaven niet vertegenwoordigd in deze vergadering”.

Maandagavond herhaalde Tweede-Kamervoorzitter Khadija Arib die zin in de eenmalige theater-debatvoorstelling Doe open de poort, de vrouwen staan er voor, een re-enactment van dat Kamerdebat in het Amsterdamse Frascati. PvdA’er Arib als Suze Groeneweg en VVD-veteraan Neelie Kroes als Aletta Jacobs lazen teksten van vrouwen voor.

Maar ook Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers (VVD), Tweede-Kamerlid Kathalijne Buitenweg (GL), staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) en de ministers Carola Schouten (CU) en Sigrid Kaag (D66) zeiden meteen ‘ja’ toen NRC hen vroeg mee te doen aan de voorstelling – ook al kregen zij allemaal mannenrollen. Kathalijne Buitenweg speelde daarbij de meest uitgesproken tegenstander van vrouwenkiesrecht, Andries Staalman van de Christen Democratische Partij. „Wat God één heeft gemaakt wensen de voorstanders van het vrouwenkiesrecht te scheiden”, zei die in 1919.

Drie dagen debat in vijf kwartier

Doe open de poort, de vrouwen staan er voor, de vierde re-enactment van NRC en Frascati Producties sinds 2014, bracht drie dagen debat terug tot vijf kwartier uitwisseling van de belangrijkste argumenten. Tegen vrouwenkiesrecht waren bijvoorbeeld „de natuur en aanleg van de vrouw” (Sigrid Kaag als de confessionele politicus Jacob de Wilde) en haar plek in het gezin. Kaag/De Wilde: „De taak van de vrouw ligt nu eenmaal meer in het verborgene, maar daarom is zij niet minder van betekenis. Zij is veel gewichtiger dan het werken in een kiesvereniging, het houden van speeches of het leiding geven aan een debat.”

Het beeld van leiderschap is nog altijd mannelijk

Kathalijne Buitenweg (GL)

Als achtergrond van het nagespeelde debat werden steeds spotprenten, affiches en foto’s uit die tijd geprojecteerd, na de pauze verschenen twee foto’s van nu. Daarop zag je de fractievoorzitters van de Tweede Kamer in 2009, voor de helft vrouwen, naast die van 2019: dertien in totaal, van wie niet meer dan twee vrouw.

Er waren meer cijfers. Van de huidige 150 Kamerleden zijn 46 vrouw, nog niet eenderde. En de VVD zat met Kroes en Broekers dan wel met twee vrouwen op het podium gisteravond, het huidige kabinet telt maar één vrouwelijke VVD-minister, Cora van Nieuwenhuizen. „Schánde, schánde”, zei Kroes. Broekers over haar partijleider Mark Rutte: „Ik heb gekozen voor kwaliteit, zegt Mark dan. Verschríkkelijk.”

Een uitstekende aanvulling

Hoe kan het kortom, was de vraag tijdens het debat na de pauze, dat de wens van Suze Groeneweg uit 1919 („Het zou een uitstekende aanvulling zijn, indien in de politiek ook neigingen, gaven en eigenschappen van de vrouw meer tot uitdrukking komen”) nog steeds niet in vervulling is gegaan?

Daarover waren de zeven vrouwelijke politici het eigenlijk wel eens. Volgens hen „is het beeld van leiderschap nog altijd mannelijk” (Buitenweg), „staan vrouwen vaak niet eens op de longlist” (Keijzer), „vinden mannen het ook ongemakkelijk, een vrouw die zegt dat zijn voorstel niet zo’n goed idee is” (Broekers), „aarzelen vrouwen vaak als ze worden gevraagd” (Schouten) en „steken ze ook zelf niet altijd hun vinger op” (Broekers). De oplossing was moeilijker, zo bleek vervolgens. Ronduit voor een quotum was alleen Neelie Kroes. Broekers, Arib en Keijzer („ik heb het idee dat ik aan het radicaliseren ben”) zeiden er zo langzamerhand naar te neigen. De anderen waren tegen.

Kijk ‘Doe open de poort’ hierboven terug op NPO Politiek.