Kijk jij wel genoeg uit het raam op kantoor?

Het is supergezond om veel uit het raam te kijken op je werk. Dat verruimt de geest en geeft nieuwe inzichten. Maar héb je wel een uitzicht op kantoor? En hoe moet dat er dan uitzien? Japke-d. Bouma vroeg het aan kantoortijgers.

Illustratie Tomas Schats

Laatst kreeg ik een tweet of ‘kantooruitzichten’ misschien een onderwerp voor deze rubriek zou kunnen zijn. Briljant idee. Een uitzicht kan je dag immers maken of breken op kantoor. Net als het parfum van je buurvrouw, een haperende printer of het humeur van je baas.

Ik blijk niet de enige die dat vindt. Want toen ik vroeg hoe een uitzicht op kantoor eruit zou moeten zien, en hoe juist niet, kreeg ik niet alleen een stortvloed aan foto’s, maar ook een karrenvracht aan ontboezemingen.

Over de schoonheid van de Rotterdamse Maas, de Groningse Martinitoren, regenbogen, lammetjes en zonsondergangen. Maar ook over het diepe leed van blinde muren, het rauwe gemis van oude werkplekken en ontroerende anekdotes. Zoals over de tranen toen iemand voor de eerste keer haar werkplek op de Haagse Korte Vijverberg zag. „Het sneeuwde zachtjes”, schreef ze erbij. Mooi man.

Er blijkt zelfs een apart werkwoord te bestaan voor ‘kreatief uit het raam kijken op kantoor’, namelijk ‘kurken’ – als in ‘ik kurk, jij kurkt’ en we zouden allemaal veel meer moeten kurken want dat maakt de geest vrij, was de mening. „Slimme bazen geven werknemers dus mooie uitzichten”, was één van de conclusies die ik graag overneem. Hier zijn de andere.

Kantoortijgers willen zicht op de natuur en dan vooral op bomen „om de seizoenen aan af te lezen”, schreef iemand melancholiek. Maar ook uitzicht op parende torenvalken en rollebollende everzwijnen wordt gewaardeerd, op kauwtjes, op duinen en op stromend water – het liefst met bootjes erop. „Ik moet iets hebben om me te helpen herinneren aan dingen die voorbijgaan”, schreef iemand.

Toch moet er ook weer niet te véél natuur zijn in je kantooruitzicht. Zo is af en toe een slechtvalk bijvoorbeeld prima als uitzicht, maar is „een grote kopmeeuw die je met gele kraaloogjes griezelig loopt aan te gluren” dat dan juist weer niet.

Ook liever niet: naakte en of seksende mensen als kantooruitzicht. Bijvoorbeeld als er een hotel tegenover je werkplek zit, appartementen of nog erger: een studentenhuis. Dan word je bovendien ook nog eens geconfronteerd met je oude lethargische zelf die vaak niet meer deed dan wat hangen, bier drinken en vozen, zo schreef iemand. Leidt te veel af.

Over het uitzicht op collega’s wordt juist weer wisselend gedacht. Zoals over die ene knappe gast die door zijn collega’s „the best view in town” genoemd wordt, maar door wie ze ook danig worden afgeleid.

Etende collega’s vindt eigenlijk niemand fijn, vooral „herkauwende”. „Gewoon fijne collega’s”, daarentegen, „en daar bedoel ik niks seksueels mee”, schreef iemand, „is al het uitzicht dat ik nodig heb”. Lief!

Een uitzicht moet levendig zijn, maar niet té. Een weg waar af en toe een melkwagen voorbijkachelt is dus te saai, maar een druk kruispunt vol bijna-ongelukken verstoort weer je concentratie.

Precies goed is het zicht op een krap bemeten parkeerterrein. Dan kun je je verkneukelen als er af en toe iemand een spiegel raakt én kun je in de gaten houden wie met wie naar huis gaat. Goed idee.

Het is sowieso fijn om uitzicht te hebben op mensen die het slechter hebben dan jij, was een andere conclusie. Zoals op de minister-president – „als ik het druk heb, denk ik: ‘het kan altijd erger’”. Of uitzicht op de bajes, hoewel het dan wel weer slikken is als er jonge kinderen op bezoek komen, uitzicht op een tandarts of een sportschool – spreekt voor zich – of uitzicht op een park met veel bruidsparen – dat je dat lekker zélf niet hoeft.

Maar een begraafplaats, of zo mogelijk nog erger, een dierencrematorium, is natuurlijk weer vreselijk. Bijvoorbeeld als er een grote hond wordt binnengebracht met een kind er met gebogen hoofd achteraan en dat je vlak daarna een rookwolkje ziet: „En die lucht wordt bij ons binnengezogen”, zoals ooit in een ‘Ikje’ in NRC werd beschreven.

Ook afschuwelijk: nergens een raam of een raam dat niet open kan, een zonwering die de hele dag dicht moet blijven of een hoog raam waaronder je je Tantalus waant.

Maar het allerergste wordt toch wel ‘de blinde muur’ gevonden, uitzicht „op een gang, met een blazer boven m’n hoofd”, of dat je met je rug naar de deur zit en iedereen kan zien wat je op je scherm aan het doen bent. Het is dus niet alleen belangrijk wát je als uitzicht hebt, maar ook of je af en toe uit zicht bént.

Of wat dachten jullie van uitzicht op promotie, op een vaste baan, op het weekend en op je pensioen? Blijkt ook belangrijk. Uitzichtloos werk is sowieso uit den boze. Dan nog liever een blinde muur. Want je hebt niet alleen uitzicht nodig, maar ook vooruitzicht.

Als iedereen dat genoteerd heeft, ga ik nu weer even kurken.

Dit zijn de jeuktweets van de week

Japke-d. Bouma onderzoekt hoe je gelukkig wordt op je werk. Tips via @Japked op Twitter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.