De drieling als twintigers herenigd in ‘Three Identical Strangers’.

Film over een gescheiden drieling: ‘Dit verbijsterende verhaal mocht ik niet verknallen’

Interview De docu ‘Three Identical Strangers’ gaat over een wreed experiment waarbij een drieling bij de geboorte werd gescheiden. Regisseur Tim Wardle: „Kinderen zijn geen onbeschreven blad bij de geboorte.”

Regisseur Tim Wardle werkte als researcher en ‘ideeënman’ voor een Londense productiemaatschappij, toen hij op een onderwerp stuitte dat zo veelbelovend was dat hij besloot er zelf een documentaire over te maken. Three Identical Strangers vertelt het verhaal van de drieling Edward Galland, David Kellman en Robert Shafran. Zij werden het slachtoffer van een ambitieus, volstrekt onethisch psychologisch experiment. De drie baby’s werden bij de geboorte van elkaar gescheiden en ondergebracht bij pleegouders. Ze wisten niet van elkaars bestaan. De broers vonden elkaar als jonge twintigers bij toeval terug in 1980 en maakten vervolgens een zegetocht in de Amerikaanse media. Maar achter de vrolijke reünie ging een duistere werkelijkheid schuil.

De broers waren onderdeel van een experiment in de jaren vijftig en zestig waarbij enkele tientallen kinderen waren betrokken, afkomstig uit sociaal zwakkere milieu’s. Met het experiment hoopte de prominente New Yorkse psycholoog Peter B. Neubauer het wetenschappelijke debat te beslechten wat het meest doorslaggevend is in de menselijke ontwikkeling: biologie (‘nature’) of omgevingsfactoren (‘nurture’)?

U trekt in de documentaire veel verhaaltechnieken uit de kast die we uit speelfilms kennen. Is het echte leven daar niet te gecompliceerd voor?

Tim Wardle, op het documentairefestival IDFA: „Het grootste deel van het verhaal speelt zich af in het verleden. Dat vraagt om een heel andere aanpak dan een observerende documentaire, die zich helemaal in het heden afspeelt. Dat zijn bijna twee verschillende genres. Met een verhaal dat het verleden reconstrueert heb je veel meer ruimte om de film narratief te structuren.

„Voor het drama in een speelfilm is het gekozen perspectief essentieel. Bij documentaires wordt daar vaak minder goed over nagedacht. Mijn belangrijkste artistieke beslissing was om het perspectief van de broers te volgen. Het publiek komt steeds achter wendingen en onthullingen op momenten dat de broers daar zelf achter kwamen.”

Nature-nurture is een wetenschappelijke kwestie, maar uw wilde dat thema vooral menselijk benaderen?

„Als documentairemaker ben ik op zoek naar emotionele waarheid. Maar andere benaderingen zijn ook volstrekt legitiem. Je kunt dit verhaal ook als een journalistiek relaas vertellen, dat zich helemaal concentreert op de feiten. Dat hebben we wel tot op zekere hoogte gedaan. Je kunt ook kiezen voor een heel wetenschappelijke aanpak, die juist diep ingaat op erfelijkheid en sociale factoren.”

Stuitte u op aspecten van het verhaal die zo ingewikkeld zijn, dat ze gewoonweg niet passen in uw verhalende, meer emotionele aanpak?

„Je moet soms simplificeren. Uiteraard voelde ik een verantwoordelijkheid tegenover de broers, om hun verhaal goed te vertellen. Maar ik voelde ook verantwoordelijkheid tegenover het verhaal zelf. Er zijn zoveel documentaires met op zich schitterend materiaal, waarbij de filmmakers het verhaal toch verknallen omdat de aanpak te droog is, of te journalistiek. Ik heb geprobeerd de wetenschappelijke informatie zo goed mogelijk met het menselijke verhaal te verweven.”

Lees hier de recensie van ‘Three Identical Strangers’

Waar staat u nu zelf in het nature-nurture-debat?

„Toen dit experiment werd uitgevoerd in de jaren zestig, waren psychologen ervan overtuigd dat nurture de dominante invloed is in menselijke ontwikkeling. Kinderen werden min of meer gezien als een onbeschreven blad bij de geboorte. Zo dacht ik er ook zelf over. Maar tijdens de vijf jaar dat ik aan de film heb gewerkt, ben ik zelf vader geworden. Ik was verbijsterd hoezeer mijn zoon al vanaf de eerste dag een eigen persoonlijkheid had. Dat heeft me weer een eind in de richting van ‘nature’ geduwd.

„Tegelijk zag ik aan de broers ook hoe de invloed van hun adoptie-ouders steeds sterker bij hen naar voren kwam. Natuurlijk is nurture ook enorm belangrijk. We zijn als mensen haast verplicht om te geloven in het belang van een goede, liefdevolle omgeving voor kinderen, ook al zullen we nooit met zekerheid kunnen zeggen wat exact de invloed is van genen en wat de invloed is van opvoeding.”

Heeft dit wrede experiment tenminste nog enig inzicht opgeleverd in het debat over nature en nurture?

„Dat blijft heel ingewikkeld. Je kunt de ontwikkeling van de broers niet los zien van het trauma van hun scheiding. Dat is een heel belangrijke factor geweest in hun ontwikkeling. We weten inmiddels dat baby’s al in de baarmoeder contact met elkaar maken, dat ze elkaar kunnen kussen, dat ze met elkaar spelen. Het feit dat de broers onmiddellijk na de geboorte van elkaar zijn gescheiden, moet voor schade bij hen hebben gezorgd.”