Recensie

Recensie Beeldende kunst

Degelijke bloemstillevens uit de woelige tijd van de Franse Revolutie

Beeldende kunst Het Noordbrabants Museum laat zien hoe de Tilburgse bloemenschilders Van Spaendonck in het Parijs van Revolutie en dictatuur werkten aan een solide oeuvre.

Cornelis van Spaendonck, Koolroos, ca. 1800, olieverf op marmer, 21,9 x 25,8 cm. Noordbrabants Museum, ’’s-Hertogenbosch
Cornelis van Spaendonck, Koolroos, ca. 1800, olieverf op marmer, 21,9 x 25,8 cm. Noordbrabants Museum, ’’s-Hertogenbosch Foto Peter Cox

Waren ze berekenend of onverstoorbaar, de kunstschilders Gerard en Cornelis van Spaendonck? De van oorsprong Tilburgse broers woonden en werkten in het turbulente Parijs van de late achttiende en de vroege negentiende eeuw. De monarchie ging er ten onder in de Franse Revolutie, en de kort daarop uitgeroepen Eerste Republiek moest op haar beurt spoedig plaats maken voor de alleenheerschappij van Napoleon Bonaparte. Al deze omwentelingen lijken de Van Spaendoncken nauwelijks te hebben geraakt. Een expositie in het Noordbrabants Museum geeft met zo’n zeventig schilderijen, prenten en tekeningen van hun hand, een beeld van zowel hun opmerkelijke succes, als hun consistente artistieke productie.

Gerard (1746-1822) en Cornelis (1756-1839) van Spaendonck leerden het schildersvak in Antwerpen. Beiden specialiseerden zich in het maken van minutieuze en kleurige stillevens van bloemen, vaak fantasieboeketten met combinaties van soorten die in werkelijkheid niet tegelijkertijd bloeien. Voor dergelijk werk bestond omstreeks 1770 veel belangstelling in Parijs, het toenmalige Europese centrum van kunst en cultuur. De broers vestigden zich in de Franse hoofdstad en maakten er in korte tijd grote carrière.

Gerard werd zelfs de officiële miniatuurschilder van koning Lodewijk XVI. Opmerkelijk genoeg werd hij tijdens de revolutie niet achter zijn broodheer aan naar de guillotine gejaagd. Integendeel: het nieuwe regime benoemde hem in de eervolle functie van directeur van de botanische tuin Jardin des Plantes. Cornelis kreeg de leiding over de beroemde porseleinfabrieken in Sèvres. En ook de volgende machtswisseling verliep voor de kunstenaars probleemloos: nadat Napoleon aan de macht was gekomen, behoorde Gerard van Spaendonck tot de eersten die werd geëerd met het Légion d’honneur.

Portret van Napoleon

Deze blijk van erkenning weerspiegelt zich in een portret dat de dankbare Gerard in 1805 schilderde van Napoleon. De buste van de kersverse keizer is gevat in een bloemenkrans. Linksonder zijn een palet en andere schildersbenodigdheden te zien, met daaromheen een zwartzijden lint met de versierselen die horen bij de onderscheiding. Het schilderij is een uitzondering in het oeuvre van Gerard en dat van zijn broer, want verder verraadt hun werk juist niets van de getroebleerde tijd waarin ze leefden.

Gerard van Spaendonck, Studie van vier rozenknopjes, 1775-1822, grafiet en aquarelverf op papier, 22,3 x 26,1 cm. Noordbrabants Museum, ’’s-Hertogenbosch Foto Peter Cox

Typerend is dat veel van hun veelal vrij kleine bloemstillevens zich maar moeilijk laten plaatsen in de decennialange carrières van de schilders. De kenner ziet de variatie in de vaak weelderige boeketten, met nu eens een meesterlijk getroffen dauwdruppel, dan weer een vlinder of ander insect. Maar vaak kennen de composities weinig afwisseling en grijpen de schilders terug op dezelfde motieven zoals witte en roze rozen.

Meer leven bieden vaak losser geschilderde studies ter voorbereiding van de schilderijen. Een aquarel met alleen vier rozenknopjes, bijvoorbeeld, toont de bloemen in verschillende stadia van uitbotten. En in een studie van een los koolblad heeft de schilder schakeringen van groen onderzocht. Toch komen de Van Spaendoncken vooral naar voren als noeste bouwers aan een wat gezapig oeuvre. Tussen alle degelijk vormgegeven bloemen en boeketten vormt een ingekleurde tekening van een volle bloemenmand die door het ongelijk verdeelde gewicht van een paar grote bloemen op zijn kant is gevallen, de grootste frivoliteit.