Opinie

De literatuur is wél een wedstrijd

Literatuur Gebruik het prijzencircus om tot de beste literatuur te komen, schrijft . Neem de vernieuwende kracht van een boek als belangrijkste criterium.

illustratie hajo

Vorige week werd in het Amstel Hotel de Libris Literatuur Prijs uitgereikt. Rob van Essen won de prijs ter waarde van 50.000 euro voor zijn roman De goede zoon. Deze onderscheiding wordt gezien als de belangrijkste prijs die een schrijver van Nederlandstalige literatuur kan winnen. De winnende roman wordt een bestseller, de gelauwerde auteur een gevestigde naam. Toch is er met deze literaire prijs iets vreemds aan de hand.

Lees ook: Het diner in het Amstel Hotel was een marteling voor deze schrijvers

Wat een feest ter ere van de verbeelding en het geschreven woord moet zijn, wordt door de genomineerde schrijvers heel anders ervaren. Genomineerde Esther Gerritsen beschreef het als een ‘feestelijk tandartsbezoek.’ Het is een angstaanjagend beeld: een kanaalwortelbehandeling in een vijfsterrenhotel. Chef boeken bij NRC, Michel Krielaars, noemde het galadiner een marteling voor de potentiële winnaars. Genomineerde Ilja Leonard Pfeijffer beaamde dit. Het feit dat sommige schrijvers vaak worden genomineerd maar nooit winnen vond hij buitengewoon inhumaan. „Je kunt je afvragen of je dat een schrijver wel kunt aandoen”, schreef hij in HP/De Tijd.

In het kielzog van zoveel schrijversleed vindt steevast een tweede discussie plaats. „Is het eigenlijk wel wenselijk, een wedstrijd maken van literatuur?,” vroeg Trouw zich af bij een eerdere uitreiking van de Librisprijs. Absoluut niet, vond recensent en schrijver Arie Storm: „Het idee van literaire prijzen is onnatuurlijk en wezensvreemd aan literatuur”.

Laat ik mijn schrijvende broeders en zusters uit de droom helpen. De literatuur is wél een wedstrijd. Het is nooit anders geweest en hopelijk zal het altijd zo zijn. De vraag die we moeten stellen is hoe wij het prijzencircus kunnen gebruiken om tot de beste literatuur te komen.

De literaire wereld fungeert steeds meer als dependance van de mediacultuur. Daarom worden literaire prijzen voor schrijvers steeds belangrijker. Een grote prijs is, met aandacht in een veelbekeken praatprogramma, de laatste manier om een roman in de schijnwerpers te zetten. Het is verleidelijk te denken dat dit een nieuwe ontwikkeling is. Toch is het een gegeven dat zo oud is als de literatuur zelf. De belangrijkste reden dat wij de antieke lofdichter Pindarus nog kennen, is dat hij regelmatig het Griekse equivalent van de Librisprijs won. Al op jonge leeftijd won hij zijn eerste grote dichtwedstrijd, waarna zijn faam in de Griekse wereld zich razendsnel verspreidde. Ook de klassieke tragedies van Aeschylus, Sofokles en Euripides, de Grote Drie van het antieke toneel, zijn overgeleverd omdat zij prijzen wonnen op het Atheense Dionysia festival.

Waar prijzen worden uitgedeeld, worden ook vergissingen gemaakt. Zo moeten we oppassen voor wat in de wetenschap het Matteüseffect wordt genoemd. Dit is de reflex om prijzen vooral te geven aan diegenen die al eerder prijzen ontvingen. Ook andere vooroordelen zijn hardnekkig. Zo winnen mannen nog altijd onevenredig meer prijzen dan vrouwen. En ik vermoed, al heb ik dit niet systematisch onderzocht, dat dikke romans vaker prijzen winnen dan dunne, hardbacks vaker dan paperbacks, en romans uitgegeven door grote uitgeefhuizen vaker dan romans die verschijnen bij de kleine, onafhankelijke uitgeverij. Ondanks deze kanttekeningen hebben we het literaire prijzencircus behoorlijk goed georganiseerd. Vakjury’s leveren over het algemeen prima werk en komen meestal tot verdedigbare oordelen.

Behoud excentriciteit

De literaire industrie heeft de neiging steeds eenvormiger te worden. Uitgeverijen en boekhandelaren moeten het steeds vaker hebben van een klein aantal kiloknallers – succesboeken die de bestsellerlijsten maandenlang beheersen. Dat is goed voor de handel in boeken, maar desastreus voor de literatuur als kunstvorm. De aandacht die Van Essens roman nu geniet laat zien hoeveel macht de vakjury’s hebben. Zou het mogelijk zijn die enorme invloed zo aan te wenden dat het niet alleen de winnende schrijver, het mediacircus en de commercie ten goede komt, maar ook de romankunst als geheel?

In de oudheid werden prijzen gewonnen door vernieuwende dichters. Pindarus en de grote tragedieschrijvers werden gelauwerd omdat zij hun kunstvorm een nieuwe richting in stuurden. Ze weigerden zich te conformeren aan de heersende traditie.

Wat is ons criterium? Juryleden zullen zeggen dat de prijs bestemd is voor het beste boek van het jaar, maar wat bedoelen ze daarmee? Laten we bij de klassieken te rade gaan, en de vernieuwende kracht van een literair werk als belangrijkste criterium erkennen. Boeken die de romankunst een duw geven, geschreven door schrijvers die proberen iets origineels toe te voegen aan een kunstvorm waarin alles al is geprobeerd. Romans die uitblinken, omdat ze anders zijn.

Vernieuwing als maatstaf geeft ons de kans de meer gedurfde, experimentele werken bij het grote publiek te brengen. In een literaire wereld die standaardiseert en vernauwt is het aan de vakjury’s om de literaire kunst breed en divers te houden. Dat kan door vernieuwing, originaliteit en excentriciteit te belonen. Dat is de werkelijke toegevoegde waarde die prijzen kunnen bieden. De rest is brood en circus. Gespannen Libris-genomineerden moeten zich ondertussen niet aanstellen. Sinds de short list bekend werd, zijn hun romans besproken in kranten en tijdschriften die dat niet eerder deden. Boekhandels hebben hun werk onder de aandacht gehouden, met speciale tafels en posters voor de Libris-genomineerden. Er zijn honderden schrijvers die dat graag eens zouden meemaken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.