Datacenters verbruiken drie keer zoveel stroom als de NS

Datacenters Het stroomnet kan de explosieve groei van het dataverkeer niet aan. Niemand lijkt goed zicht te hebben op het stroomverbruik van de datasector, noch op de gevolgen voor de energietransitie.

Illustratie Stella Smienk

Zelfs de cloud heeft zijn grenzen. Het stroomnet kan de digitale revolutie niet bijbenen. De afgelopen jaren schoten datacenters als paddestoelen uit de grond. Die zijn nodig voor alles wat online gebeurt, van Netflix, Youtube, Fortnite en mobiele apps tot bigdata-analyse, cloud computing en kunstmatige intelligentie. De regio Amsterdam is uitgegroeid tot een van de grootste datahubs ter wereld, dankzij een combinatie van razendsnel internet en een goedkope, betrouwbare stroomvoorziening.

Maar vorig jaar bleek het stroomnet in de regio Schiphol plotseling vol. Hetzelfde dreigt voor de dataclusters in Amsterdam Zuidoost, het Westelijk Havengebied en op het Science Park, zo bevestigt de gemeente Amsterdam.

De datacenters, verenigd in de Dutch Data Center Association (DDA), sloegen daarom vorig jaar alarm bij minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD). „Met de noodstop die we zien voor de digitale industrie, zien we een stroominfrastructuur die nu al niet toereikend is om de gevolgen van de groei van de digitale transformatie bij te houden. Terwijl de transitie van het gas af, richting elektrisch rijden nog moet beginnen. Een doodeng scenario.”

Behalve de DDA lijkt niemand zich erg te bekommeren om de explosieve groei van de datasector, noch om zijn honger naar elektriciteit. „Dat houden wij niet bij”, antwoordt Wiebes’ ministerie, gevraagd naar verbruikscijfers. Het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft hetzelfde antwoord en ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), verantwoordelijk voor de doorrekening van het klimaatakkoord en bijbehorende transitieplannen, heeft geen idee. Netbeheerder Tennet zou moeten weten hoeveel stroom de datacenters gebruiken, maar wil „omwille van de privacy” niets zeggen.

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) becijfert het mondiale stroomverbruik van de datacenters op 1 procent van de totale elektriciteitsvraag. De transmissie van alle datastromen via zendmasten en kabels slokt eveneens 1 procent op. Hoewel het dataverkeer de komende twee jaar naar verwachting verdubbelt, denkt het IEA dat de stroomvraag door efficiencywinst nagenoeg gelijk zal blijven. Het wetenschappelijke tijdschrift Nature is er minder gerust op, zeker voor de langere termijn. Het artikel How to stop data centres from gobbling up the world’s electricity haalt een studie aan van onderzoekers van de Chinese telecomgigant Huawei. Zij voorspellen dat de ICT-sector in 2030 mogelijk 21 procent van alle elektriciteit verbruikt – de hoofdmoot voor dataopslag en -transmissie.

Transitieplannen in de prullenbak

Gezien de hub-functie van Nederland, ligt het voor de hand dat het elektriciteitsverbruik er relatief hoger ligt. De enige beschikbare cijfers komen van de DDA zelf. De circa 200 Nederlandse datacenters hebben een gezamenlijke capaciteit van 1.300 megawatt. Uitgaande van een conservatieve, internationaal gangbare bezettingsgraad van 35 procent, zou hun verbruik uitkomen op zo’n vier miljard kilowattuur per jaar. Dat is ruim 3 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik, en het is in lijn met een schatting in de recente Ruimtelijke Strategie Datacenters, waarin de rijksoverheid een ‘Routekaart 2030’ presenteert. Dat betekent dat de Nederlandse datacenters bijna drie keer zo veel stroom verbruiken als de Nederlandse Spoorwegen (1,35 miljard kilowattuur) en meer dan alle stroom die in Nederland wordt opgewekt met zonnepanelen (3,1 miljard kilowattuur). Aangenomen dat voor de transmissie van het dataverkeer eenzelfde hoeveelheid stroom nodig is, komt het totale verbruik op het dubbele uit.

De DDA verwacht dat de Nederlandse datasector, in lijn met de historische en internationale trend, iedere vier jaar in omvang verdubbelt. Als dat zich doorzet en het stroomverbruik gelijke tred houdt, slokt het dataverkeer in 2030 de helft van alle stroom in Nederland op en kunnen de transitieplannen de prullenbak in.

Zo’n vaart zal het volgens DDA-directeur Stijn Grove niet lopen, al is het maar omdat de sector nu door stroomgebrek een noodstop dreigt te maken. „Wij zeggen al jaren dat het stroomnet uitgebreid moet worden, maar er gebeurt veel te weinig. Het ontbreekt de overheid en netbeheerders aan een gevoel van urgentie, visie en kennis. In en rond Amsterdam is de stroom zo goed als op en ook in Almere knelt het nu.”

Een nieuw datacentrum vraagt volgens netbeheerder Alliander al snel evenveel stroom als een stad van 35.000 tot 140.000 inwoners. De Amsterdamse datacenters gebruiken volgens de gemeente inmiddels 1,1 miljard kilowattuur stroom per jaar, iets meer dan alle Amsterdamse huishoudens bij elkaar. De grootverbruikers betalen er per kilowattuur circa een kwart van de consumentenprijs voor. Maar op die enorme afname is het stroomnet niet berekend. Niet omdat er te weinig stroom is – die kan zo nodig geïmporteerd worden – maar omdat de verdeelstations het niet aankunnen.

Door gedoe met vergunningen en dwarsliggende gemeenten en omwonenden laat de oplevering van een nieuw verdeelstation in Rijsenhout bij Schiphol volgens de netbeheerders zeker vijf tot zeven jaar op zich wachten. Een datacenter staat er binnen een à twee jaar. „Daar zien we een systeemfout”, zegt Grove. „Ofschoon we al twintig jaar weten dat de energietransitie eraan komt en de digitale transformatie zich razendsnel ontwikkelt, is er de laatste tien jaar nauwelijks actie ondernomen door de netbeheerders.”

Met de Routekaart 2030 moet de groei in betere banen worden geleid. Dat kan onder andere door nieuwe datacenters slim te clusteren, liefst in de nabijheid van elektriciteitscentrales of wind- en zonneparken. Hoewel Grove blij is met de Routekaart, ziet hij nog te weinig concrete vervolgstappen. „Eigenlijk is het al te laat.”

De ‘sectortafel elektriciteit’, een van de vijf overlegplatforms die voor Wiebes plannen maakten om het klimaatakkoord te realiseren, liet het verbruik van de datacenters vorige zomer blanco. Er was slechts de toezegging „uit te zoeken voor het najaar wat de mogelijke groei van elektriciteitsvraag van datacentra kan worden”. Het is onduidelijk of dat ook is gebeurd. Het eindrapport laat het onbesproken en het PBL zegt er geen enkel zicht op te hebben.

Grootste windmolenpark

Iedere duurzaam opgewekte kilowattuur die naar een datacenter gaat, kan niet gebruikt worden voor een warmtepomp of elektrische auto. In de Wieringermeer, in de kop van Noord-Holland, verrijst Nederlands grootse windmolenpark op land, goed voor een productie van 1,3 miljard kilowattuur, genoeg voor 370.000 huishoudens. Alleen gaat die stroom niet naar huishoudens, maar volledig naar het naastgelegen datacenter van Microsoft. „Follow the energy and plug into your opportunities in Eemshaven„, werft Dataport Eemshaven op zijn website. „Beste locatie voor datacenters in Europa” en „De beschikbaarheid van energie in de Eemshaven is ongeëvenaard in Europa”. De Eemshaven heeft met Google al het grootste hyperscale datacenter van Nederland in huis, Googles grootste in Europa. Het bedrijf kreeg vorig jaar een vergunning om de capaciteit te verdrievoudigen.

Amsterdam gaat straks benzineauto’s weren, zet op papier in op een volledig circulaire energiehuishouding, waar mogelijk all electric, en wil op termijn de helft van die duurzame energie binnen de eigen gemeentegrens opwekken. De vraag is hoe en vooral waar, want alleen al voor de huidige Amsterdamse datacenters zouden duizend voetbalvelden met zonnepanelen nodig zijn. Bovendien kan het stroomnet, nog voordat de transitie goed en wel gestart is, de elektriciteitsvraag op veel plaatsen al niet aan.

Gevraagd hoe een en ander zich laat verenigen, legt wethouder Marieke van Doorninck (GroenLinks), verantwoordelijk voor ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid, via haar woordvoerder de bal bij de datasector: „Het is belangrijk dat de sector zijn verantwoordelijkheid neemt door zo efficiënt mogelijk met elektriciteit om te gaan, door zelf zoveel mogelijk duurzame energie te produceren, bijvoorbeeld met zonnepanelen op zijn daken, en de restwarmte die hij produceert nuttig in te zetten voor bijvoorbeeld de verwarming van gebouwen of woningen.”

Laat dat nou precies zijn wat de datacenters al jaren doen. En nu is het stroomnet vol.