Twintiger heeft later vaste baan en woning

Levensloop CBS wijt het opschuiven van mijlpalen aan flexibilisering op arbeidsmarkt.

Foto iStock

Twintigers bereiken een groot aantal mijlpalen later dan de twintigers van tien jaar geleden. Het duurt langer voordat ze hun studie afronden, een vaste baan krijgen, hun ouderlijk huis verlaten, gaan samenwonen, kinderen krijgen en een huis kopen. Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS wijt de verschuivingen vooral aan de flexibilisering van de arbeidsmarkt. „Er worden minder vaste contracten gegeven”, zegt CBS-onderzoeker Tanja Traag. „De jongste generatie die nu de arbeidsmarkt betreedt, heeft het meeste last van die onzekerheid.”

De leeftijd waarop de helft van de twintigers een vaste baan heeft, is met drie jaar opgeschoven. In 2008 had de helft van de 24-jarigen een vast contract. In 2018 was dat pas het geval bij de helft van de 27-jarigen.

Sociale leenstelsel

Minder twintigers gaan tijdens hun studie uit huis. In 2008 woonde de helft van de 22-jarigen op zichzelf. In 2018 ging het om de helft van de 23-jarigen. Volgens het CBS komt dat mede door de invoering van het sociale leenstelsel. „Ze gaan niet of later uit huis wegens angst om een nog grotere studieschuld op te bouwen”, aldus Traag.

Twintigers hebben ook later een koophuis. In 2008 was de helft van de 26-jarigen huiseigenaar, in 2017 had de helft van de 28-jarigen een eigen huis. Dat komt volgens het CBS door een afname van het aantal beschikbare huizen voor starters, de gestegen huizenprijzen, de invloed van de studieschuld op de hypotheek en doordat het zonder vast contract moeilijker is om een hypotheek af te sluiten.

De langere studieduur is verklaarbaar doordat meer jongeren een hbo- of universitaire opleiding volgen. Die stijging was onder vrouwen het sterkst.

Lees ook: Uit onderzoekt blijkt dat de huidige generatie twintigers perfectionistischer is dan ooit. Waar komt die prestatiedruk toch vandaan?

Langer studeren

Doordat vrouwen langer studeren en later een vaste aanstelling krijgen, duurt het ook langer voordat stellen aan een gezin beginnen. De leeftijd waarop de helft van de jongvolwassenen samenwoont, is opgeschoven van 27 naar 28 jaar.

De gemiddelde leeftijd waarop een vrouw haar eerste kind krijgt, is gestegen van 29,4 naar 29,9 jaar. In 2008 had bijna 20 procent van de 25-jarige vrouwen een kind, tien jaar later was dat minder dan 15 procent. Doorgaans zijn mannen drie jaar ouder dan vrouwen wanneer ze voor het eerst vader worden.

Het aantal getrouwde twintigers neemt ook af. De groep getrouwde 29-jarigen is afgenomen van 30 procent in 2008 naar een kwart in 2018. De gemiddelde leeftijd waarop een vrouw trouwt, is gestegen van 30 jaar naar 31,5 jaar. Bij mannen ging het om een stijging van 32,8 naar 33,9 jaar.

Veel dertigers van nu zijn afhankelijk van financiële steun van hun ouders. En een band plakken lukt ook niet altijd.