Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Tragedie

De dag na de moeder aller nederlagen – de avond ervoor verloor niet alleen Ajax van Tottenham Hotspur maar had ik bij het avondeten vooral drie vegetarische brokjes aangezien voor kipnuggets en die per ongeluk lekker gevonden waardoor ik ongewild tekende voor een verder vleesloos bestaan ‘omdat ik het verschil toch niet proef’ – nou die ochtend dus konden we niet voorkomen dat een discussie over de iPad, een apparaat dat we nog niet zolang geleden als ‘vriend’ hadden binnengehaald, uitmondde in een ruzie. We hadden waarschijnlijk te lang geen conflict gehad want we schroomden alle twee niet om zo veel mogelijk hooibalen op het smeulende vuur te gooien, het was wat veel voor wat begon met een gesprek over het reguleren van ‘schermtijd’.

Ik was nogal potsierlijk naar mijn afspraak in Amsterdam vertrokken.

Ik had mijn boterham met tijgervlokken van me af geworpen, ik had geschopt tegen een bloempotje, ik had het kinderzitje woedend van de bagagedrager getrokken en ik had de deur van de houten poort zo hard mogelijk achter me dicht getrokken. En zij had zich ook niet onbetuigd gelaten.

Met gebogen rug en wind tegen op de fiets naar station Wormerveer om er daar bij de incheckpaal achter te komen dat mijn portemonnee nog thuis lag.

Terug naar huis.

Ik zag haar schrikken toen ik naar binnen keek.

Ik trok mijn meest treurige gezicht, ze klaarde er duidelijk van op.

Ik, haar lieve vriend, was ondanks zijn belangrijke afspraken omgekeerd om het goed te maken.

Het was fijn om weer eens zo gezien te worden.

We omhelsden elkaar, ik drukte haar zacht tegen het keukenblok.

„Ik vind jou natuurlijk het belangrijkst”, zei ik terwijl ik met de linkerklauw naar de portemonnee graaide die ik vanuit een ooghoek op de stapel kookboeken naast het koffiezetapparaat had zien liggen.

„Wat doe je?”, vroeg ze terwijl ik de portemonnee in mijn kontzak probeerde te stoppen.

Hij gleed uit mijn vingers.

We keken naar de keukenvloer, ja het was heel jammer dat mijn portemonnee daar lag.

Een kwartier later stond ik weer op het station.

’s Avonds aten we spaghetti, de tomatensaus smaakte anders dan normaal. Was dit wel echt gehakt?

Ik durfde het niet te vragen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.