Tijdelijk contract leidt tot minder kans op NWO-beurs

Onderzoeksfinanciering Het aantal aanvragen voor een Veni- of Vidi-beurs is met 25 procent gedaald nu onderzoeksfinancier NWO een steunverklaring eist.

Foto Lex van Lieshout

De eis van onderzoeksfinancier NWO dat jonge wetenschappers bij de aanvraag voor een Veni- of Vidi-beurs een steunverklaring meesturen van de instelling waar ze hun project willen uitvoeren, heeft het afgelopen jaar geleid tot een daling van het aantal aanvragen met 25 procent. Dat was de bedoeling, omdat de hoeveelheid aanvragen voor deze beurzen te sterk groeide. De zogenoemde ‘inbeddingsgarantie’ heeft niet tot gevolg gehad dat een discipline, instelling of instituut niet meer kon deelnemen, concludeert NWO in een evaluatie die maandag is gepubliceerd.

NWO heeft daarom besloten dat de maatregel, die vorig jaar is ingegaan, bij de komende ronde aanvragen van kracht blijft. Voor een Veni-beurs betekent dit dat de universiteit haar vertrouwen moet uitspreken in het onderzoeksvoorstel, bij een Vidi-beurs moet de instelling beloven dat er een vaste aanstelling of tenure track-positie in het verschiet ligt.

Vanuit het veld klinkt echter kritiek op de evaluatie van NWO. Belle Derks, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van De Jonge Akademie, zegt dat NWO verzuimd heeft aan te tonen dat de kwaliteit van de in 2018 binnengekomen aanvragen hoger was dan in voorgaande jaren. „Terwijl het de bedoeling was dat de inbeddingsgarantie ervoor zou zorgen dat aanvragen beter, en dus kansrijker, zouden worden. Alle Vidi-aanvragen die bij NWO worden gedaan, krijgen een score, dus het was makkelijk geweest om de scores van de afgelopen jaargang te vergelijken met die van eerdere jaren. Maar dat is dus niet gebeurd.”

De Jonge Akademie sprak vorig jaar de vrees uit dat de inbeddingsgarantie ertoe zou leiden dat minder mensen met een tijdelijk contract een Vidi-beurs zouden krijgen. Uit de evaluatie blijkt nu inderdaad dat het aandeel aanvragers met een vaste aanstelling is gestegen, van 42 procent in 2017 naar 54 procent in 2018. NWO zet daar tegenover dat de 22 procent aanvragers zonder vaste aanstelling door de inbeddingsgarantie nu wel zicht heeft op een vaste aanstelling of tenure track, terwijl dat in het verleden niet of minder het geval was.

Belle Derks van De Jonge Akademie is minder positief. „Het gaat hier om een halvering van het aantal onderzoekers zonder vaste aanstelling die een beurs hebben kunnen aanvragen, van 200 in 2017 naar 97 in 2018. Daar zitten veelbelovende wetenschappers tussen die misschien een fantastisch voorstel hadden kunnen insturen, maar dat nu niet konden doen bij gebrek aan uitzicht op een vaste aanstelling over een paar jaar.”

NWO laat weten dat het gaat om een eerste evaluatie. „Na de toekenningen zullen verdere analyses volgen. NWO blijft in gesprek met De Jonge Akademie en de universiteiten over de 12 procentpunt afname van aanvragers met een tijdelijke aanstelling en andere openstaande punten.”