Opinie

Sommige dino’s willen domweg niet afsterven

Menno Tamminga

En de dinosaurus? Hij rilt van de klimaatverandering, maar hij ploetert dapper verder. Wat moet-ie anders? Uitsterven? Tata, een industrieel conglomeraat uit Mumbai, en ThyssenKrupp, een conglomeraat uit Essen, zijn twee van zulke dinosaurussen. Vrijdag kapten ze hun al bijna gerealiseerde Europese staalfusie af.

ThysenKrupp (161.000 medewerkers) zit in onder meer staal en liften. Tata (ruim 700.000 werknemers) telt wel tien divisies, van staal tot auto’s en energie.

Met hun veelzijdigheid onttrekken zij zich aan de wijsheid van de beurs en van adviseurs dat je beter één ding goed kunt doen dan veel dingen tegelijk. Voor dat eerste geven beleggers geld. In conglomeraten beleggen ze alleen als ze korting krijgen. Vandaar het advies: pas je aan, of sterf uit. Die visie wordt bevestigd door de aftakeling van General Electric, ooit hét symbool van een dinosaurus die kon overleven.

Lees ook deze longread: Hoe Nederland lobbyde voor het hoofdkantoor van Tata/ThyssenKrupp

De afgeblazen staalfusie was een poging tot aanpassing. Tata en ThyssenKrupp zagen kostenbesparingen in bundeling van hun Europese staalactiviteiten, waaronder de voormalige Hoogovens in IJmuiden. Afgelopen vrijdag zetten ze een streep door de plannen.

De eisen van de Europees Commissaris Margrethe Vestager vonden ze te ver gaan. Moesten er meer werkmaatschappijen verkocht worden om een minder dominante marktpositie te hebben? Een versterkte marktpositie is juist het oogmerk van elke fusie. De industriële dinosaurussen voelden het Brusselse klimaat aan den lijve: concurrentie moet overleven.

Dus je kunt deze non-fusie vieren als een zege voor de Europese mededinging. Winst voor de consument. Maar het is ook, en misschien nog wel meer, gewoon mislukte Europese industriepolitiek. Deze fusie zou – toegegeven: met enige goede wil – zo’n Europese kampioen hebben opgeleverd die de Duitse en Franse regering hoog in het vaandel hebben. Natuurlijk, de ene komt uit India, maar de meeste werknemers zijn Europeanen. Met de verankering van de Duitse grootaandeelhouder ThyssenKrupp was de staalfusie wel een Europees project.

Dat is dan de tweede mislukking van een Europese kampioen. Eerder dit jaar blokkeerde Vestager de Duits-Franse fusie van de treinbouwbedrijven van Alstom en Siemens.

Ministers geven hoog op van de noodzaak van tegenwicht tegen de Amerikaanse en Chinese ondernemingskampioenen. ‘Onze’ Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) deed dat vorige week in zijn Humboldt-lezing over de toekomst van Europa ook nog eens, maar de resultaten tot nu toe zijn pover.

Voor Nederland is de mislukking ook een tegenvaller. Het kabinet had er lang voor geijverd dat het hoofdkantoor van de gebundelde staalbedrijven in de regio Amsterdam zou komen. Bij de aankondiging van de fusie, op 19 september 2017, verstuurde premier Mark Rutte (VVD) een enthousiaste tweet, waarin hij het toen óók aangekondigde banenverlies compleet negeerde. Hij bejubelde Nederland als vestigingsplaats voor hoofdkantoren, onze eigen ‘industriepolitiek’. Helaas.

Hoe moeten de dino’s ThyssenKrupp en Tata nu doorleven? Het Duitse conglomeraat kondigde vrijdag meteen een ommezwaai aan. De profijtelijke liftdivisie gaat naar de beurs. Beleggers reageerden euforisch.

Tata gaat naar eigen zeggen terug naar de tekentafel. Het concern zint nog steeds op schaalvergroting. Maar het hoeft daarin natuurlijk niet te blijven participeren als aandeelhouder. Tata kan de hele Europese staaldivisie in de verkoop zetten en op een koper mikken die nog niet zo groot is dat er concurrentievragen rijzen.

Bijvoorbeeld een rijke kandidaat uit China…?

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.