Recensie

Recensie Muziek

Sato toont kroegtijger Bach in koffiecantate

Opera Ja, behalve lijden kun je ook lachen met Bach. De Nederlandse Bachvereniging brengt Kaffeekantate als mini-opera.

De Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Shunske Sato waagt zich in ‘Café Zimmerman’ aan een reconstructie van de concerten die Bach met studentenmusici uitvoerde in het gelijknamige café.
De Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Shunske Sato waagt zich in ‘Café Zimmerman’ aan een reconstructie van de concerten die Bach met studentenmusici uitvoerde in het gelijknamige café. Foto Juri Hiensch

Na de lijdenstijd is de neiging groot om te denken dat Johann Sebastian Bach zijn composities „Soli Deo Gloria” maakte, alleen ter ere van God. Maar, voegde hij hier zelf aan toe, het ging hem ook om „de verfrissing van de ziel”. En dat deed hij onder meer met studentenmusici in Café Zimmermann in Leipzig.

De artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging, Shunske Sato, besloot zich dit jaar te wagen aan een reconstructie van zo’n concert. Rode draad tussen de verschillende stukken vormen 18de-eeuwse teksten over een nieuw verslavend genotsmiddel, volgens het eerste geschrift afkomstig uit de moslimwereld, „zwart als inkt, bitter als gal en met een aangebrande geur”.

Jawel: koffie. Een gevaar voor de samenleving, vonden de autoriteiten. Bach bespotte die angst in zijn Kaffeekantate, de uitsmijter van het concert. Dichter bij de operavorm is de componist nooit meer geweest.

Koffiebar

Dat was de insteek van regisseur Marc Pantus. Geen drie op een rij staande zangers met opengeslagen partituren, maar een koffiebar, gerund door tenor Jan-Willem Schaafsma, waarin de koffieverslaafde Liesgen (sopraan Lucie Chartin) haar vader (bariton Mattijs van de Woerd) tot wanhoop drijft. Een kolfje naar de hand van de twee zangers uit ensemble Frommermann, en ook Chartin toonde zich een ware comédienne. Hadden sommige musici uit het zevenkoppige ensemble even niets te doen, dan zaten ze als cafégangers - in vrijetijdskleding - samen aan tafel te schaken of alleen verdiept in de krant.

Naast lijden, kun je dus ook lachen met Bach - het is weer eens wat anders.

Het programma voor de pauze was voor verbetering vatbaar. Op een speelse vertolking van het Eerste Vioolconcert volgde een stroef Italiaans probeersel Amore Traditore, waarin Bach muzikaal worstelt met de gevoelens van een verlaten geliefde. Dat gaat Händel beter af in Armida Abbandonata, maar de wanhoop van Chartin overtuigde minder dan haar komische talent. Händels heldin bleef emotioneel vooral keurig binnen de lijnen van de notenbalk. Zoals Bach het zou doen misschien.