Normalisering drugsgebruik tast fundament rechtsstaat aan

Drugscriminaliteit in Nederland De georganiseerde misdaad in Nederland is uitgegroeid tot „een robuust en professioneel systeem” door de snel stijgende vraag naar drugs. De groei van cocaïnesmokkel bedreigt de rechtsstaat. „We staan op een kruispunt.”

Onlangs werden aan de Boslaan-Zuid in Best ongeveer 150 vaten chemisch afval aangetroffen. Waarschijnlijk is het drugsafval.
Onlangs werden aan de Boslaan-Zuid in Best ongeveer 150 vaten chemisch afval aangetroffen. Waarschijnlijk is het drugsafval. Foto Ginopress

Drank en drugs. Ronnie Flex en Lil’ Kleine rappen er in 2015 over, met veel succes. De rap is geen klassieke zomerhit – dat is ‘Parijs’ van Kenny B, een liefdesliedje – maar zelfs kinderen van een jaar of tien zingen het begin van ‘Drank en drugs’ mee uit hun hoofd.

Als je bitch wil chillen, is ’t geen probleem

Dan ga ik er heen, ik kom niet alleen

Want ik heb drank en drugs, ik heb drank en drugs.

Binnen de recherche luisteren ze met afkeer naar dit soort teksten. Vanwege het seksistische taalgebruik, de verheerlijking van drugsgebruik en – soms – de verwijzingen naar bruut onderwereldgeweld. Overigens laten Ronnie Flex en Lil’ Kleine het thema geweld voor wat het is. Zij houden het bij MDMA, de werkzame stof in partydrug xtc.

Alle tieners zeggen ja tegen MDMA, je meisje is een mots ze had seks met je pa

Geen blad voor me mond maar recht voor me raap

Ze zullen er niet zijn als het slecht met me gaat

Teksten zoals deze dragen bij aan de normalisering van drugsgebruik, zo valt binnen de recherche te horen. „Het openlijk aanprijzen van drugs is niet alleen een bevestiging van een losse moraal, het versterkt de aantrekkingskracht en maakt dat drugsgebruik als acceptabel wordt gezien”, vertelt een rechercheur. „Alle kwalijke aspecten die bij drugsgebruik horen – vervuiling van het milieu, afpersing en bedreiging van burgers en geweld in de onderwereld – blijven onderbelicht.”

Emeritus hoogleraar criminologie Cyrille Fijnaut herkent de ergernis van de recherche wel. Iedereen doet luchtig over cocaïne, pillen en wiet, maar de recherche moet zeggen dat het niet mag en de georganiseerde criminaliteit achter de drugsproductie en smokkel aanpakken. „Het laat zien dat het verbod op het gebruik van cocaïne en xtc die zij moeten handhaven door de samenleving eigenlijk steeds minder wordt gedeeld”, aldus Fijnaut. „Normen die niet worden gehandhaafd worden steeds minder nageleefd en gaan op den duur ten onder.”

Bedreiging van de rechtsstaat

De West-Brabantse recherchechef Rienk de Groot is het eens met criminoloog Fijnaut. „De toestand van de zware georganiseerde criminaliteit in Nederland is ernstig”, stelt De Groot. „Dat komt door de vooraanstaande positie op de markt voor verdovende middelen”, aldus De Groot. „De afgelopen vijftig jaar heeft de georganiseerde misdaad in Nederland zich ontwikkeld tot een robuust professioneel systeem dat een cruciale positie inneemt op criminele markten voor wiet, xtc en cocaïne.”

Luister ook naar deze podcast: Nederland heeft een drugsprobleem

Volgens De Groot leidt dat tot een aantasting van de rechtsstaat op drie hoofdpunten. „Er is allereerst sprake van excessief geweld in de openbare ruimte. Ten tweede vergaren criminelen grote illegale vermogens die door witwassen de legale economie binnenkomen en bedreigen. En als laatste is er sprake van grootschalige corruptie en bedreiging van bestuurders, medewerkers van justitie en politie en journalisten.”

Deze ontwikkeling is al decennia gaande maar volgens De Groot dreigt de situatie uit de hand te lopen door de snelle opkomst van de cocaïnesmokkel die financieel veel lucratiever is dan productie van wiet en xtc. „We hebben de afgelopen tien jaar een enorme toevloed gezien van cocaïne die via de havens van Rotterdam en Antwerpen naar West-Europa wordt gesmokkeld”, aldus De Groot die cocaïne „de grote versneller” noemt. „Vanwege de grote winstmarges treden steeds meer criminelen toe tot die markt. En het geld dat zij verdienen zal voor een deel zijn weg weer vinden in nieuwe criminele activiteiten. Bovendien leidt de cocaïnesmokkel vanwege de grote financiële belangen tot meer wantrouwen en conflicten en dat leidt weer tot meer geweld.”

Moeten we niet zeggen: dit is onhoudbaar, het roer moet om

Cyrille Fijnaut criminoloog

Onhoudbare situatie

Door het groeiende drugsgebruik en de misdaad die daarbij hoort is er volgens criminoloog Fijnaut een situatie ontstaan in Nederland én in de rest van West-Europa die een fundamentele vraag oproept: kunnen wij nog wel op deze voet doorgaan? „Is de vraag naar illegale drugs niet zo groot geworden dat de problemen die daaruit voortkomen als het gaat om georganiseerde misdaad niet meer beheersbaar zijn”, zo stelt Fijnaut. „Moeten we eigenlijk niet zeggen: dit is onhoudbaar, het roer moet om.”

Het zijn opmerkelijke woorden voor Fijnaut die sinds begin jaren negentig veel en invloedrijk onderzoek heeft gedaan op het gebied van criminologie, de georganiseerde misdaad. Zo heeft hij midden jaren negentig samen met collega-hoogleraar Henk van de Bunt de wetenschappelijke analyses gemaakt voor de enquêtecommissie opsporingsmethoden onder leiding van Maarten van Traa. Ondanks zijn leeftijd is Fijnaut nog altijd een van de invloedrijkste criminologen van het land en publiceert hij nog altijd.

De situatie in Nederland anno 2019 kan volgens Fijnaut goed vergeleken worden met de jaren twintig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten toen de drooglegging leidde tot grootschalige smokkel van drank waarmee de Amerikaanse georganiseerde misdaad in het zadel werd geholpen.

Commissie Wickersham

Om de impact van het verbod te onderzoeken stelde de Amerikaanse president Herbert Hoover 1929 de Wickersham Commission in, genoemd naar voorzitter en voormalig minister van justitie George Wickersham. Onder zijn leiding deed een groep deskundigen twee jaar onderzoek naar de drooglegging, de gevolgen daarvan voor de volksgezondheid, de georganiseerde misdaad en het destabiliserende effect daarvan op de samenleving, de opsporing en corruptie binnen de overheid.

De bevindingen en conclusies van Wickersham over het alcoholverbod, gepubliceerd in 1931, hadden grote impact op het Amerikaanse debat tussen voor- en tegenstanders van de drooglegging. Uiteindelijk besloot het Amerikaanse parlement in 1933 tot het opheffen van het verbod op de productie en verkoop van alcohol in de Verenigde Staten.

Volgens Fijnaut beschrijft het rapport drie belangrijke criteria die bijna honderd jaar later nog altijd kunnen helpen bij het nadenken over de gevolgen van grootschalig illegaal drugsgebruik. Ten eerste is de vraag of er nog draagvlak is voor een verbod. Dan volgt de vraag of handhaving van een verbod onbedoeld hele grote negatieve gevolgen heeft. Denk daarbij aan het ontstaan van een zwarte markt die door criminele organisaties wordt gerund met alle gevolgen van dien. De laatste vraag is of de inspanning voor het handhaven van het verbod en de onbedoelde gevolgen ervan zo’n grote inspanning vergt dat die redelijkerwijze niet meer van een overheid kan worden verlangd gezien het beslag op de beschikbare middelen.

Gezien die criteria trekt Fijnaut „een serieuze parallel” tussen het Nederland van nu en het Amerika van de drooglegging bijna 100 jaar geleden. Zowel als het gaat om de norm, de gevolgen van de handhaving en de prijs die dat heeft voor de overheid en de samenleving. „Als je ziet welke massieve inspanning de overheid moet doen in de strijd tegen de criminele organisaties die de illegale markt voor drugs bedienen, moet je de vraag stellen: zijn wij op het punt aangekomen dat er serieuze vragen moeten worden gesteld over het drugsbeleid. En dat geldt niet alleen voor cocaïne en xtc, dat geldt ook voor cannabis.”

Fijnaut brengt de conclusies van Wickersham al enkele jaren aan de man omdat veel mensen het rapport niet kennen. „Als ik in besloten bijeenkomsten met bestuurders, politici en opsporingsambtenaren de conclusies van Wickersham leg op de Nederlandse situatie nu zeggen heel veel mensen: Cyrille, je hebt gelijk. Waar eindigt dit, kunnen we wel zo verder.”

Zwaarder straffen is ‘betekenisvol’

Recherchechef Rienk de Groot staat binnen de politie bekend als een hardliner, iemand die een harde aanpak van de georganiseerde misdaad bepleit. „Ik denk dat we op het punt van de georganiseerde misdaad nog wel een paar stappen kunnen zetten”, aldus De Groot. „We zijn nog te mild als het gaat om criminelen die bewust kiezen voor een leven in de misdaad.” Volgens De Groot is harder straffen voor deze groep criminelen wel degelijk een aanpak die helpt. „Hardere straffen voor drugshandelaren is betekenisvol. Ik juich het initiatief van het Openbaar Ministerie voor een nieuwe richtlijn met hogere straffen voor drugshandel dan ook toe.” Ook van belang volgens De Groot: geld voor de verstopte strafrechtketen.

We moeten willen weten wat het best is om het verdienmodel in te perken

Rienk de Groot hoofd recherche

Maar ook hardliner De Groot weet dat met meer geld en harder straffen alleen de drugsoorlog niet kan worden gewonnen. „De georganiseerde drugshandel heeft geleid tot een gordiaanse knoop. Er is niet één oplossing meer. Er moet meer gedaan worden aan preventie en ontmoediging van drugsgebruik. We moeten de jeugd weghouden bij wat we de illegale kanseneconomie zijn gaan noemen.” Opleiding, werk en zorg zijn daarvoor volgens De Groot heel belangrijk. Daarnaast bepleit hij een advies van wetenschappers à la Wickersham om op basis daarvan nieuw beleid te formuleren. „Wetenschappers zouden moeten adviseren of regulatie of legalisatie in Europees verband een oplossing van het probleem vormt”, stelt De Groot. „Daarna wordt het een politiek vraagstuk. Vanuit het perspectief van de aanpak van de georganiseerde misdaad gaat het om het inperken van het verdienmodel van de drugshandel.”

Legale wietteelt

Fijnaut is al een paar stappen verder dan De Groot: „We staan op een kruispunt.” Hij ziet de stap van de Nederlandse regering om te experimenteren met de legale teelt van wiet als een belangrijke eerste stap. Over de opzet van het experiment is van alles te zeggen maar van belang is dat de Nederlandse overheid in tegenstelling tot dertig jaar geleden nu goed en geregeld overleg heeft met de buurlanden. „Nederland vond in het verleden dat de buurlanden maar goed moesten vinden wat er in Nederland gebeurt. Die tijd is gelukkig voorbij en dat is belangrijk. Wat de aanpak van de drugsproblematiek ook wordt, het zal in Europees verband moeten”, aldus Fijnaut. „Wat mij vooral opvalt is dat zelfs de Europese Commissie voorzichtig het onderwerp aan het agenderen is.”

Tel daar ontwikkelingen in landen als Duitsland en Luxemburg bij op en er ontstaan nieuwe mogelijkheden voor debat en onderzoek. Het feit dat in Luxemburg wordt gewerkt aan legalisatie, zal het debat in Europa zeker op gang brengen, verwacht Fijnaut. „Dat Europese debat is belangrijk. Want wat de uitkomst ook is, de aanpak van het drugsprobleem kan alleen maar werken in Europees verband.”

Dit artikel komt voort uit onderzoek voor het boek De Schiedamse cocaïnemaffia dat vandaag verschijnt.