Malinezen beschouwen de missie als amusement

VN-missie De VN-missie die nu zonder de Nederlanders doorgaat wordt door veel Malinezen als mislukking gezien. „Ze zijn er wel, maar doen niets.”

Een beeld uit het kamp Castor, tot 1 mei de Nederlandse basis bij Gao.
Een beeld uit het kamp Castor, tot 1 mei de Nederlandse basis bij Gao. Foto Floor Boon

In het warme stof van de Malinese hoofdstad Bamako beweegt alles. Mensen timmeren, sjouwen en verkopen, bedelen om eten. Vrouwen lopen met kleurige koopwaar op hun hoofd. Kinderen verkopen zakjes water bij de stoplichten, duwen ze door de open ramen van auto’s. De ramen van de grote witte VN-Toyota’s zijn – vanwege de airco - dicht.

Ondanks die duidelijke tegenstellingen, tussen internationaal en lokaal, rijk en arm, oogt de sfeer in de miljoenenstad ontspannen. Tegelijkertijd neemt het geweld tussen etnische groepen toe. De vredesmissie van de Verenigde Naties kan dat niet verhinderen.

Begin april gingen tienduizend Malinezen de straat op, uit woede dat hun regering en de VN een bloedbad in een Malinees herdersdorp eind maart niet konden voorkomen. Luid klonk de roep om steviger optreden van de president. Om het stoppen met de inmenging van de voormalige kolonisator Frankrijk, die ook militair actief is in het land. En om het terugtrekken van de troepen van de VN.

Lees ook over de verschuiving van jihadistische groeperingen: Burkina Faso is het strijdtoneel

„Veel Malinezen”, zegt Issa N’Diaye, hoogleraar filosofie en voormalig minister van Onderwijs in Mali, „zien de VN-missie vooral als een verspilling. De verwachtingen waren hoog, maar na zes jaar zien veel Malinezen de missie grotendeels als een mislukking.” Ook Modibo Galy Cissé, een Malinese onderzoeker, ziet de steun afnemen. „Mensen zien de missie als amusement: ze zijn er wel, maar doen niets.”

Die afwijzende houding is niet vreemd: in 2013 startten de VN een vredesmissie in Mali. Zij kwamen nadat een groep jihadisten in het noorden van het land een soort kalifaat uitriep en oprukte naar de hoofdstad Bamako. Kort daarop grepen eerst de Fransen in met een eigen missie, Serval, die alom werd geprezen. Binnen een jaar verjoeg Frankrijk, voormalig kolonisator van West-Afrika, met nog altijd sterke banden in de regio, de jihadisten en herstelde het gezag van de Malinese regering. Ze oefenden druk uit op de internationale gemeenschap voor een plan op de lange termijn. Zo kwamen de VN het land binnen.

Reusachtig land

Er doen ruim vijftig landen mee die samen 13.000 militairen hebben uitgezonden. „Dat zijn er wel veel”, zegt André, een Nederlandse militair die de afgelopen maanden op het VN-hoofdkwartier in Bamako werkte. „Maar bedenk dat het land reusachtig is. Daarbij: zeker 80 procent van die militairen is alleen maar in staat om zichzelf te beschermen.”

Die militairen zitten op meerdere plekken in Mali, maar komen de poort niet uit. Zij kunnen alleen zorgen dat ze zelf niet onder de voet worden gelopen bij een aanval. Dat is problematisch, erkent ook de momenteel Zweedse bevelhebber, de hoogste militair van de missie, al gebruikt hij diplomatieke woorden. „Ik zou profiteren van flexibiliteit en inzetbaarheid van de strijdkrachten die ik heb”, zegt Dennis Gyllensporre. Hij is op het Nederlandse militaire Camp Castor in Gao om de Nederlanders uit te zwaaien, die hun bijdrage op 1 mei officieel beëindigden. „We lopen het risico om onze geloofwaardigheid te verliezen. Er is maar zoveel dat we kunnen doen.”

De VN-missie wil stabiliteit te brengen in Mali. Dat doen ze met een civiele tak, die onder meer bemiddelt tussen strijdende partijen en de regering. En met militairen die hen daarbij ondersteunen. Maar de VN is bovenal een bureaucratische organisatie, waar veel goede bedoelingen verzanden in papier. Tegelijk is het de enige organisatie met genoeg draagvlak én een voldoende lange adem om voor langere tijd in een land actief te zijn.

Lees ook over Nederlandse militairen over de missie: moegestreden krijgsmacht verlaat Mali

„Mensen die zeggen dat Afrikaanse problemen Afrikaanse oplossingen nodig hebben, vergeten dat Afrikaanse oplossingen ook weer Afrikaanse belangen meebrengen”, zegt Mirjam Tjassing, die een boek schreef over Mali en al zeven jaar in het land woont. „Zoals VN-personeel uit de buurlanden van Mali. Soms hebben zij beter inzicht in de complexiteit van de crisis dan anderen, maar hun nationale belangen kunnen ook botsen met de belangen van Mali.”

Daarbij: de situatie in Mali is complex. Het land is uitgestrekt en onherbergzaam, veel gebieden zijn moeilijk bereikbaar en die conflicten tussen etnische groepen bestaan al eeuwen. Ze vechten om land of water. Met toenemende droogte door klimaatverandering neemt die spanning toe. „Malinezen mopperen over alles, dus ook over de VN”, zegt Tjassing, „ Ze zijn gewend dat er toch niet naar ze geluisterd wordt, daarbij aangemoedigd door bestuurders die de onvrede liever op de VN richten dan op zichzelf. Maar ze hebben geen idee hoe hun land eruit zou zien zónder de aanwezigheid van de internationale gemeenschap.”

Hoogleraar N’Diaye ziet vooral een misverstand tussen de verwachtingen. „De VN zien het als hun missie om zich te positioneren tussen regeringstroepen en rebellengroepen. Maar voor de Malinees moet de missie vooral de Malinese staat ondersteunen.”

Een straatbeeld uit de Malinese hoofdstad Bamako, waar alles op het eerste oog vredig lijkt.

Foto Floor Boon

Verwachtingen lopen uiteen

De verwachtingen van wat de VN kúnnen doen in het land, lopen uiteen. Binnen die balans opereerden ook de Nederlandse troepen. Hun mandaat was het verzamelen van inlichtingen. Dat onderdeel, zegt iedereen, is heel succesvol geweest. „En toch”, zegt militair André, „op het grote geheel van de missie is het een druppel op een gloeiende plaat.” Bovendien, vervolgt hij: „Hoe kan je de vrede bewaren in een land waar geen vrede is?”

Na het vertrek van de Nederlandse militairen blijven er nog een paar Nederlandse functionarissen achter op het hoofdkwartier van de VN. Ook levert Nederland nog zeven ‘individuele politie-officieren’ en twee mensen aan een EU-missie die het Malinese leger traint. Het is een verhaal dat vooral het ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukt: Nederland heeft zich militair teruggetrokken, maar is niet weg uit Mali. Er woeden hevige discussies over de mandaatverlenging, die in juni wordt verwacht. De Verenigde Staten, die geen manschappen leveren, vinden de missie kostbaar. Frankrijk, dat voor zijn eigen missie steun nodig heeft van de VN, wil blijven. Het lijkt erop dat de verlenging er wel komt.

De kans is wel groot dat de missie inhoudelijk verandert. In het centrum van Mali zitten de VN nu nauwelijks. En juist daar lopen de spanningen op en vond dat gruwelijke bloedbad plaats, eind maart. In het dorp Ogosaggou vermoordde een militie van de Dogon, een etnische groep die uit landbouwers bestaat, zeker 157 mensen uit van de Fulani, een bevolkingsroep van veehoudende nomaden. 65 mensen raakten gewond. Conflicten over toegang tot land en water waren niet eerder zo heftig. Baby’s, kinderen en ouderen werden gewetenloos afgeslacht.

Luister ook naar deze aflevering van onze dagelijkse podcast Vandaag: Nederland vertrekt uit Mali. Heeft de missie zin gehad?
U kunt deze podcast iedere dag beluisteren via de NRC-app. U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

De VN wijzen verantwoordelijkheid van de hand, omdat het mandaat is gericht op het noorden van het land, waar in 2012 de jihadisten zaten. De kritiek is „ongefundeerd”, zegt bevelhebber Gyllensporre. „Uiteindelijk is het beschermen van burgers de verantwoordelijkheid van de Malinese autoriteiten. Wel zullen ook wij er alles aan doen om burgers te beschermen.” Veel Malinezen zien dat anders. „Het bloedbad van Ogossagou was een elektroshock voor de Malinezen”, zegt hoogleraar N’Diaye. „We begrijpen niet hoe deze barbarij kon plaatsvinden in een gebied waar veel militairen zijn. Als de VN niet rechtstreeks verantwoordelijk zijn, is dat tekenend voor het onvermogen van het mandaat, dat de veiligheid van de mensen moet waarborgen.”

De VN stelden een onderzoek in naar de slachtpartij. In een voorlopige conclusie staat dat de aanval „gepland, georganiseerd en gecoördineerd” was en „mogelijk gekwalificeerd kan worden als misdaden tegen de menselijkheid”. Zowel bij de VN als bij het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zijn zorgen over een mogelijke genocide.

Vreedzaam samen

In het gekrioel van het drukke Bamako is daar niets van te merken. Daar leven verschillende groepen vreedzaam samen. Hoogleraar N’Diaye ziet de oplopende spanningen ook als een strategie van groepen die belang hebben bij instabiliteit – zoals smokkelaars. „De toegenomen aanwezigheid van buitenlandse troepen in Afrika vormt een ernstige bedreiging voor vrede en stabiliteit in dit deel van de wereld. Tegenwoordig zijn bijna honderdduizend buitenlandse soldaten aanwezig op dit continent”, zegt hij. „Ze brengen geen vrede en veiligheid, maar zijn in de ogen van de mensen juist de reden voor hun problemen geworden”, vervolgt hij. „Vandaar hun herhaalde roep om het vertrek van buitenlandse troepen en hun eis tot respect voor de Malinese soevereiniteit, die vrolijk wordt vertrapt door de buitenlandse mogendheden.”