In Hazeldonk is de grens nog voelbaar in de regels

Leven op de grens Nederland en België werken samen op bedrijventerrein Hazeldonk. Dat kan nog beter. „De Nederlandse brandweer mag komen als de onze er is.”

Henk van Merrienboer in zijn wasstraat voor trucks aan de Nederlandse kant van de grens (boven), kapper Rob Hoeck aan de Belgische zijde (midden) en Russische chauffeurs die eten bereiden in België.
Henk van Merrienboer in zijn wasstraat voor trucks aan de Nederlandse kant van de grens (boven), kapper Rob Hoeck aan de Belgische zijde (midden) en Russische chauffeurs die eten bereiden in België. Foto’s Merlin Daleman

Europa is niet erg populair bij Nederlandse kiezers. En hoe vaak hoor je niet dat de zuidelijke en oostelijke lidstaten er wat hen betreft niet bij hoeven, omdat die veel geld kosten? Henk van Merrienboer denkt daar totaal anders over. „Wij mogen als Nederland blij zijn dat we nog mee mogen doen. Stel je voor dat landen als Italië onze producten niet meer zouden kopen. Dan zouden we onze aardappelen allemaal zelf moeten opeten.”

Van Merrienboer zit aan de lunch in een eenvoudig kantoortje naast zijn bedrijf: een wasstraat voor trucks, op de grens met België, op het bedrijventerrein Hazeldonk, langs de snelweg tussen Breda en Antwerpen. „Ik leef van de grens.” Van Merrienboer (70) werkt er al dertig jaar en heeft zijn aantal klanten in die jaren flink zien dalen, maar ook zien veranderen. „Als ik nu twintig trucks per dag zie, is driekwart buitenlands.”

Brand

Hazeldonk-Meer is sinds het wegvallen van de Europese binnengrenzen veranderd. De douanekantoren zijn verdwenen. Er zijn twee aparte bedrijventerreinen, met een gezamenlijke vereniging die de belangen van de Nederlandse en Belgische bedrijven behartigt, en waarin ook de twee aangrenzende gemeenten elkaar de hand reiken: Breda en het Belgische Hoogstraten, waar Meer onder valt.

De samenwerking is ontstaan na een brand in 2001, toen een Belgisch bedrijf in plastic werd verwoest. Arnold Wittenberg, schepen [openbaar bestuurder, red.] van Hoogstraten, kan het zich nog goed herinneren. „Ik was een jaar of vijftien. Mijn grootvader was burgemeester van Hoogstraten. We hadden een familiefeest. Hij werd gebeld. Iedereen die een tractor of kraan had, werd opgevorderd en moest sleuven graven voor het smeltende plastic. We hadden te weinig bluswater. Onze brandslangen konden niet op de Nederlandse worden aangesloten.”

Barbecues en uitwerpselen

Sindsdien is de samenwerking intensiever, onder meer met een veiligheidsplan. „Hier komt veel transport samen”, zegt de Bredase wethouder Boaz Adank (VVD). „Voorheen hadden we op het bedrijventerrein last van ongewenste types. Dat leidde een aantal jaren geleden tot overlast. De parkeerplaatsen werden gebruikt als een camping. Er werd gebarbecued. Overal uitwerpselen. Ladingdiefstal. Verkeerde handel. En een grensovergang blijft kwetsbaar voor criminaliteit.”

Aan Nederlandse kant bestaat sinds twee jaar een betaald parkeerterrein voor trucks. De chauffeurs betalen er veertien euro per nacht en krijgen daarvoor beveiliging en sanitaire voorzieningen. Dat heeft de overlast flink verminderd – hoewel die zich deels domweg heeft verplaatst naar de Belgische zijde. „Toen aan Nederlandse kant betaald parkeren werd ingevoerd, kwamen veel chauffeurs hiernaartoe”, vertelt Rob Hoeck, kapper op het Belgische industrieterrein. „Die begonnen hier hun vuilnis te dumpen. Gelukkig wordt er tegenwoordig vaker afval opgehaald. Maar helemaal in orde is het nog niet. Er is hier bijvoorbeeld geen goed sanitair. Heel triest.”

Hoeck heeft minder klanten gekregen. Toch is het behoorlijk druk; truckers staan in de file om goedkoper dan in Nederland te kunnen tanken. Ook de Belgen willen het terrein opknappen, zegt schepen Wittenberg. „We gaan de infrastructuur verbeteren en streng handhaven.”

Hazeldonk-Meer moet iets prachtigs worden. De wil om samen te werken is er. Helaas wordt die wel eens gefrustreerd. „Laat ik het zo stellen: qua samenwerking is de grens weg, maar qua regels en wetgeving lopen we nog tegen een grens aan”, zegt Marie-Cecile Roovers, parkmanager van de Nederlands-Belgische bedrijvenvereniging Hazeldonk-Meer.

Lees ook: Je begrijpt Duitsers beter dan de Friezen

Twee landen, twee camerasystemen

Neem het cameratoezicht. Roovers: „We hebben twee systemen moeten installeren. In België mogen de beelden alleen door de politie worden bekeken. De beelden in Nederland mogen behalve door de politie ook worden bekeken door een gecertificeerde meldkamer van een beveiligingsbedrijf. Als er iets gebeurt, moeten we in beide landen beelden opvragen, van aparte camera’s.”

Nog een bron van ergernis: zwerfafval. Roovers: „We hebben een grensoverschrijdend project om de hoeveelheid zwerfafval met 80 procent te verminderen. Maar je mag geen afval over de grens ophalen.” Iets anders: als de windmolens die aan Belgische kant staan energie over hebben, dan mogen ze dat niet leveren aan Nederlandse bedrijven. „Terwijl die snakken naar energie”, zegt Roovers.

De Bredase wethouder Boaz Adank pleit voor Europees overleg over benzineprijzen in grensregio’s. En over het tolvignet. Adank: „Sinds België het vignet heeft ingevoerd, rijden veel meer vrachtwagens over de Brabantse wegen. Dat is sluipverkeer. Daar moet je afspraken over maken.”

Vergeet de brandweer niet. Schepen Wittenberg: „Als hier aan Belgische zijde een ongeluk gebeurt, zou de Nederlandse brandweer er soms sneller kunnen zijn dan die van ons. Toch mag er pas versterking van de Nederlandse brandweer komen, als onze commandant eerst ter plaatse is. Dat willen we veranderen.”

Ten slotte de papierwinkel. De bedrijven op Hazeldonk zouden graag hier al, op deze „logistieke hotspot” hun stempels en papieren willen krijgen voor ladingen die bedoeld zijn voor buiten de Europese Unie. Nu moeten ze daarvoor eerst naar de douane in Rotterdam, Antwerpen of Moerdijk. „Het is daar meestal erg druk. We zouden het hier ook al kunnen afhandelen”, oppert schepen Wittenberg. „Als een camion hier op vrijdagmiddag vertrekt met aardbeien die worden verscheept naar Rusland, moet hij het hele weekeinde wachten tot hij in Antwerpen mag aanschuiven in de rij om de lading daar te kunnen verschepen. Dat is absurd.”