Haar naam betekent pure dageraad

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: Chinese historica Rowena Xiaoqing He kan niet stoppen met confronteren.
Illustratie Eliane Gerrits

Rowena Xiaoqing He is een Chinese historica en tijdelijk gastonderzoeker hier in Princeton. Het is een kleine vrouw, wars van luxe. Ze heeft haast, vertelt ze terwijl ze snel haar lunch naar binnen werkt. Ze moet nog zo veel voorbereiden voordat ze door het hele land lezingen gaat geven.

Rowena is een vrouw met een missie. Alles staat voor haar in het teken van de komende 4 juni. Dan is het dertig jaar geleden dat de studentenprotesten op het Tiananmenplein bloedig de kop in werden gedrukt. Sinds die dag heeft Rowena als doel de wereld dat niet te laten vergeten. Ze werd bekend bij een groter publiek met haar geprezen boek Tiananmen Exiles uit 2014.

Je moet het maar durven om je, min of meer in je eentje, tegen het machtige China te keren. Ze kiest haar woorden zorgvuldig en zoekt alles grondig uit. Voor andere dingen dan werk heeft ze geen tijd. Geen relatie, geen hobby’s. Ik vraag haar waar haar drang vandaan komt om de wereld voortdurend te blijven confronteren.

„Ik was achttien destijds en idealistisch”, vertelt ze. „Mijn vrienden en ik verwachtten veel van de protesten. En toen vielen al die doden. We konden niet geloven dat de staat ongewapende burgers doodschoot. De volgende dag droeg ik een zwart polsbandje naar school, ten teken van rouw. Mijn leraar nam me apart. ‘Als je dat bandje nu niet afdoet’, zei hij, ‘zal niemand je vanaf nu meer beschermen.’ Later die dag legde iemand mij de betekenis van mijn Chinese voornaam uit: pure dageraad. Die dag begon mijn leven opnieuw.”

Ze vertelt het allemaal met een glimlach, terwijl ik volschiet. Ik zat dertig jaar geleden voor de televisie te kijken naar de opstand. Met de rest van de wereld zag ik die jongeman die in zijn eentje bleef staan voor de tanks. Ergens in de buurt stond zij machteloos toe te kijken.

Rowena verliet China om geschiedenis te gaan studeren. In 2010 gaf ze in Harvard een college over de studentenopstand. „In mijn klas zaten Chinese studenten die nog nooit van Tiananmen hadden gehoord”, zegt ze, „en anderen geloofden domweg niet wat ik vertelde.” Ze kreeg veel kritiek, maar werd gekozen tot beste docent van het jaar.

„Waarom lach je toch steeds”, vraag ik, „terwijl ik zie dat je vaak op het punt staat te huilen?”

„Ik kan niet anders dan vrolijkheid veinzen”, zegt ze. „Twee generaties lang mochten we niet onze emoties laten zien. Ik heb het me aangeleerd en nu kan ik niet anders meer.”

Het lunchgesprek neemt een andere wending. Lichtere kost. We praten ineens over jonge kinderen. Hoe belangrijk de eerste jaren zijn. Hoe kinderen de liefde de aandacht van hun ouders nodig hebben om tot bloei te kunnen komen. Dan zegt Rowena ineens: „Maar als dat zo is, dan had ik hier nooit mogen zitten. Toen ik net was geboren, werden mijn ouders naar een strafkamp gestuurd. Het was midden in de Culturele Revolutie. Ik heb ze de eerste vier jaar niet gezien. Ik groeide op als een wees.”

Even later loopt ze voorbij met haar reiskoffer. En haar glimlach.

Reacties naar pdejong@ias.edu